Situering van het project:

Kaart van Afrika:

  • Democratische Republiek Congo
  • Congo is bijna 80 keer groter dan België
  • De Congostroom is de slagader van het land, maar is niet overal bevaarbaar
  • Buurlanden: Rwanda, Burundi, Zambia, Angola, Congo-Brazzaville, Centraal Afrikaanse Republiek en Gabon
  • Belangrijkste steden : Kinshasa, Lubumbashi (Katanga), Kisangani (Oostprovincie) – Lubumbashi is de tweede stad van Congo, ligt in het zuidoosten van het land en is
    hoofdplaats van de Provincie Katanga

Luchtfoto:

Het project “La Cité des Jeunes” in Lubumbashi beslaat een terrein van zestig hectare. Het ligt in een halfstedelijk gebied tussen enkele stadswijken: “ Kenya” (rechts op de foto),  “Kamalondo” (links onderaan) en “Kalebuka” en “Don Bosco” (links bovenaan).

clip_image003

Op een drafje door de Congolese geschiedenis

Congo zoals we het nu kennen is een kind van het kolonialisme. Voor die tijd in de prekoloniale periode bestond het gebied uit een aantal kleine koninkrijken. Het koninkrijk waar we meest over weten is Bakongo, omdat het handel dreef met Portugal dat al vanaf het einde van de 15de eeuw de kusten van West-Afrika exploreerde.

In de 19de eeuw lieten de grote Europese mogendheden (zoals Portugal, Duitsland, Engeland en Frankrijk) hun oog vallen op de rijkdommen van Afrika. Ze zagen het bezit van kolonies ook als een vorm van prestige. De verdeling van het zwarte continent met het toewijzen van de kolonies werd geregeld op de conferentie van Berlijn in 1885.

Maar in het centrum van Afrika lag een groot gebied dat nog aan niemand was toegewezen en waarvoor meerdere landen interesse toonden. Geen enkel land wou de andere nog iets gunnen en de Belgische koning Leopold II zag zijn kans schoon. Goed gedocumenteerd met de resultaten van de expedities van Stanley en met het nodige lobbywerk slaagde hij er in dit gebied persoonlijk toe te eigenen onder de naam Congo Vrijstaat.

Leopold deed goede zaken in zijn Congo door de handel in rubber en ivoor. Maar na een tijd verschenen er in Engeland en Amerika kritische rapporten over de manier waarop de koning zijn kroonbezit beheerde: er waren duidelijke aanwijzingen van uitbuiting en mishandeling van de inlandse bevolking. Onder internationale druk werd Leopold verplicht in 1908 Congo over te dragen aan België. Sindsdien spreken we van de kolonie Belgisch Congo.

Tijdens de Belgische koloniale periode werd Congo uitgebouwd met een efficiënt georganiseerd bestuur. Er komt basisonderwijs en medische bijstand tot in de dorpen. Verder maken uitgebreide trein-, lucht- en wegverbindingen het land tot in de kleinste hoeken bereikbaar. De bouw van elektrische centrales ondersteunt de industriële ontwikkeling met als paradepaardje de mijnbouw in Katanga. Niet te verwonderen dat sommigen in die tijd Congo een modelkolonie noemden.

Maar er is ook een minder fraaie kant aan de Belgische kolonisatie. Het kolonialisme is op zich al een betwist systeem en daarbij komt dat in Belgisch Congo blank en zwart als twee aparte gemeenschappen leefden en ontwikkelden. De vorming van een inlandse elite was voor de kolonisator helemaal geen prioriteit. Bovendien waren het vooral Belgische financiële machten die maximaal profiteerden van de rijkdom van de kolonie.

Als we nu een sprong maken naar de jaren vijftig van vorige eeuw zijn we volop in een periode dat in vele Afrikaanse landen onafhankelijkheidsbewegingen op gang komen. Die ideeën inspireren ook de Congolezen en de toestand in het land wordt onrustig met muiterijen in het leger en opstanden onder de bevolking. Uiteindelijk verleent België sneller dan verwacht de onafhankelijkheid (“dipenda”) op 30 juni 1960, nu 50 jaar geleden.

De geschiedenis van het onafhankelijke Congo is geen succesverhaal. Om te beginnen was het land er nog niet klaar voor doordat er te weinig hoog opgeleide Congolezen waren voor leidinggevende functies. Toen enkele dagen na de onafhankelijkheid het leger aan het muiten sloeg vreesden vele blanken voor hun veiligheid en verlieten onverhoeds het land. Hun vertrek betekende een aderlating voor ondernemingen en besturen en er waren geen mensen beschikbaar om de ontstane leemten op te vullen. De democratisch verkozen regering met Patrice Lumumba als premier stond machteloos aan de zijlijn.

Dan ziet Joseph Mobutu als opperbevelhebber van het leger zijn kans. Met de steun van buitenlandse regeringen trekt hij geleidelijk meer macht naar zich toe om uiteindelijk als een alleenheerser over Congo te regeren. De eerste jaren van zijn bewind vallen nog mee want dank zij de mijnbouw is de staatskas goed gevuld. Maar wanneer het gebrek aan onderhoud van het machinepark, een aantal blunders in megalomane projecten en de dalende wereldprijs van koper zich doen gevoelen, gaat het land in snelle vaart bergafwaarts.

In plaats van de problemen aan te pakken tracht Mobutu de schuld af te wentelen op anderen. Hij organiseert een authenticiteitcampagne (Congo heet dan Zaïre) en verbiedt alle politieke partijen behalve de zijne. Hij maakt van Zaïre één staat met één leider en één partij. We zijn in een dictatuur beland waarbij de president vooral de belangen behartigt van zijn familie, zijn stam, zijn getrouwen en natuurlijk de presidentiële wacht. De staatskas wordt leeggeplunderd (men spreekt van kleptocratie) en het volk verarmt. Ambtenaren, onderwijzend personeel, leger en politie worden slecht, laattijdig of helemaal niet betaald en elke kritiek op het regime wordt bloedig onderdrukt.

We stappen nu over naar de jaren negentig (1996) van vorige eeuw als in het oosten van Congo een opstand losbreekt waarin een ingewikkeld kluwen van belangen meespeelt. Er is de rijkdom aan grondstoffen, krijgsheren die zich willen verrijken, etnische tegenstellingen, overbevolking, een strijd voor vruchtbare landbouwgrond en de invloed van vreemde mogendheden.

Als een strijdmacht met de steun van Rwanda en Oeganda aan een opmars begint, veroveren ze op enkele maanden tijd het gehele Congolese grondgebied. Er zit voor Mobutu niets anders op dan te vluchten en Laurent Kabila wordt door de triomferende troepen aangesteld als nieuwe president (1997).

Als diezelfde Laurent Kabila vier jaar later door één van zijn bewakers wordt vermoord, wordt hij opgevolgd door zijn zoon Joseph Kabila.

In 2006 waren er vrije presidentsverkiezingen die Joseph Kabila in zijn functie bevestigden. We kunnen nu zeggen dat Congo officieel een democratisch land is. Wat niet wegneemt dat de mensenrechten er nog steeds met de voeten worden getreden en dat corruptie en machtsmisbruik hoogtij vieren. Ook is het gewapend conflict in het oosten van het land nog altijd niet voorbij. Nog dagelijks vallen daar slachtoffers van fysiek en seksueel geweld onder de burgerbevolking en kindsoldaten worden ingezet bij de gevechten.

De provincie Katanga

Katanga is de rijkste provincie van Congo en heeft dat te danken aan een onvoorstelbaar rijke ondergrond. Men vindt er o.m. koper, cobalt en coltan. Niet verwonderlijk dat mijnbouw er de belangrijkste economische activiteit is. Vele mijnen zijn nu in handen van buitenlandse investeerders en de bevolking heeft het gevoel dat die samen met de politieke machthebbers alle winsten naar zich toetrekken terwijl het gewone volk met de kruimels achterblijft. Natuurlijk zorgen de mijnen voor tewerkstelling, maar sommige investeerders werken liever met arbeiders uit hun eigen land.

Een Congolees kan echter vindingrijk uit de hoek komen als het er op aankomt zijn plan te trekken in een moeilijke situatie. Zo bestaat de job van creuseur: zonder rekening te houden met vergunningen en wettelijke bepalingen gaat hij zelf een mijnschacht uitgraven op zoek naar mineralen. Dat is extreem gevaarlijk werk, want de gangen die zo gemaakt worden zijn onvoldoende verstevigd en instortingen zijn nooit veraf. Bovendien kijkt de regering argwanend naar deze illegale praktijken maar durft ze ook niet helemaal verbieden.

Al van in de koloniale periode had die mijnbouw nood aan mankracht. Dat heeft geleid tot een uittocht van mensen van het platteland naar de steden. Vanuit verschillende provincies (vooral vanuit de Kasai) zochten mensen hun geluk in steden als Lubumbashi, Likasi en Kolwezi. Zo werd de Katangese bevolking etnisch zeer verscheiden en bleef geleidelijk aangroeien.

Naast werk in de mijnen doen de mensen aan wat men overlevingslandbouw noemt: het aanplanten van gewassen om in de eigen behoeften te kunnen voorzien. Het werk op het land is helemaal niet gemechaniseerd en het zijn vooral vrouwen die met hakbijlen de onvruchtbare bodem bewerken. Maniok is het basisvoedsel bij uitstek, een plant die meerdere bewerkingen nodig heeft alvorens hij kan gegeten worden. En ook dat is het werk van de vrouw.

Het grootste deel van de Katangese bevolking is arm en voert een strijd om te overleven. Jongeren die het voorrecht hadden te studeren maken maar weinig op tewerkstelling. Als ze toch een job vinden ligt hun maandelijks inkomen meestal niet hoger dan 100 euro. Maar dat geldt slechts voor 25 % terwijl 40 % in de informele tewerkstelling zit. Met het uitvoeren van klussen, kopen en verkopen, en artisanaal werk (weven, houtsnijwerk e.d.) trachten deze mensen een karig inkomen te verwerven. De 35 % die nog overblijven proberen dag na dag met veel kunst- en vliegwerk de eindjes aan mekaar te knopen.

Ondanks een lage levensverwachting (veel kinderen beneden de leeftijd van 5 jaar sterven aan ziekten en ondervoeding) ligt het gemiddelde aantal kinderen per gezin hoog (10 kinderen is geen uitzondering). De blijvende bevolkingsaangroei maakt dat de noden van de mensen almaar stijgen terwijl de kwaliteit en kwantiteit van de voorzieningen er op achteruit gaan. Het gevolg is dat de levensomstandigheden, huisvesting, toegang tot onderwijs en gezondheidszorg steeds meer precair worden.

De gezondheidszorg is nog steeds georganiseerd zoals in de koloniale periode, met eerstelijns gezondheidscentra in de dorpen, ziekenhuizen in de kleine centra en gespecialiseerde hospitalen in de steden. Maar er is een schrijnend gebrek aan medische apparatuur en geneesmiddelen kosten duur. Heel wat artsen zijn goed opgeleid maar ontberen de technische middelen om efficiënt te kunnen werken.

Voeg daarbij dat de verbindingen met het binnenland van Congo moeilijk tot onmogelijk zijn door een slecht onderhouden wegennet. Alleen enkele hoofdassen zijn goed berijdbaar en voor het overige is elk autotransport een avontuurlijke onderneming, vooral in het 5 maanden durende regenseizoen. Er rijden wel treinen, maar de discussies gaan hier niet over het vertrekuur, wel over de week en dag waarop er misschien een trein zou kunnen vertrekken.

De structuren die nog best functioneren zijn die van kloosters en kerken. Voor de meeste Congolezen is het vanzelfsprekend dat hun leven bepaald wordt door hogere machten en het geloof in God wordt niet in vraag gesteld. Vooral de katholieke kerk geniet veel prestige en heeft de moeilijke taak de verwachtingen die de mensen in haar stellen niet te beschamen. Een misviering is hier echt een viering waarin de mensen meezingen en dansen. Naast de katholieke kerk krijgen steeds meer protestantse gemeenschappen voet aan de grond en het is de vraag of deze verscheidenheid geen versnippering van krachten betekent in een land dat nood heeft aan initiatieven en acties waar veel mensen zich willen achter zetten.

Steun aan kansarme jongeren in Lubumbashi:
 

De jongeren die in Cité des Jeunes terecht kunnen vonden geen plaats in het gewone secundair onderwijs. Hun leeftijd ligt tussen 15 en 25 jaar. Bij de opname is iedereen welkom en er wordt geen enkel onderscheid gemaakt op basis van etnische afkomst of godsdienst. Het Frans is de instructietaal maar onder mekaar kunnen de leerlingen hun eigen talen spreken. We zouden de opleiding best kunnen omschrijven als tweedekansonderwijs op beroepsniveau waarbij het tekort aan theoretische kennis wordt gecompenseerd door veel praktische oefeningen. Na de start in een oriëntatiejaar zijn er in Cité des Jeunes opleidingen als houtbewerking en meubelenmaker, mechaniek, metsen, lassen, garage, veeteelt en tuinbouw. Er zijn dit jaar in totaal 780 leerlingen.

Na de studietijd presteren de leerlingen dagelijks enkele werkuren waarmee ze hun opleiding terugbetalen. De leerlingen betalen niets voor hun opleiding noch voor de maaltijden, maar compenseren de onkosten door hun werk in de atelier. Er is ook een internaat voor 68 jongeren, bij voorkeur voor de sociaal meest kwetsbaren. Het aantal internen werd verlaagd tot 68 om financiële redenen in de voorbije jaren.

Omwille van de situatie waarin de jongeren verkeren is de opleiding volledig gratis (zowel cursussen als internaat). Een deel van de kosten wordt vergoed door wat er in de ateliers wordt geproduceerd.

Er wordt ook aandacht gegeven aan de morele en spirituele vorming van de jongeren en er is een aanbod van vrijetijdsbesteding.

De kansen op tewerkstelling voor de afgestudeerden zijn gunstig al doet ook hier de economische crisis zich gevoelen.

Enkele noden van Cité des Jeunes :

  • sportmateriaal voor het internaat (shirts en ballen voor voetbal, basket, volley en handbal )
  • materiaal voor de opleiding garage
  • een multifunctioneel apparaat voor drukken, scannen en kopiëren
  • een kopieerapparaat om op grote schaal cursussen te drukken
  • materiaal voor de opleiding land- en tuinbouw+veeteelt (zaden, medicamenten, voedsel, hakken, schoppen, kruiwagens)

INFO

Cité des Jeunes (Salesianen van Don Bosco)

Contactpersoon : Frank Ginneberge

mail : frankginneberge@msn.com

Telefoon : +243.995522366

Rekeningnummer waarop een steun kan worden gestort :

KBC 435-8034101-59 van DMOS-COMIDE (vermelding : Cité des Jeunes – Lubumbashi)

0 Reacties tot “La Cité des Jeunes: een project voor kansarme jongeren in Lubumbashi”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s





Follow

Get every new post delivered to your Inbox.