Woensdag 17 maart
We waren al vroeg op want we hadden een druk druk programma voor de boeg: extra kopieën maken van onze paspoorten, onze alcohol verstoppen (je mag maar 1 liter meehebben als je de Syrische grens oversteekt en wij hebben een heel pak meer dan dat mee) en nog een hotelleke boeken via internet.
Op een uurtje was alles geregeld en vonden we vlot onze weg uit te stad. We moeten het eerlijk toegeven, we waren best wel wat gestresseerd. De grens met Turkije verliep erg vlotjes. Op zich al een goed teken want in sommige verslagen hadden we gelezen dat de Turken je het “nowhere’s land” tussen de twee grenzen niet binnenlieten als je geen Syrisch visum had.
Bjorn regelde als man uiteraard alle papieren en deed het woord. Eens aan de Syrische grenspost, zat ik er gesluierd bij. Achteraf bekeken nogal stom want al die Syrische vrouwen die de grens met Turkije overstaken, waren ongesluierd
.
Aan de grens waren ze erg vriendelijk. Ze moesten toelating krijgen van Damascus om de visum te geven en dan was het in orde. In Damascus waren ze echter aan het vergaderen en dus moesten we een paar uurtjes wachten. Na drie uur en heel wat dollars lichter (verzekering voor de auto, dieseltaksen,…) waren we in Syrië. Dolgelukkig uiteraard!
We vonden al snel de weg naar het hotelletje in Kassab, dat we die ochtend geboekt hadden. Wat een heerlijke luxe… Zo’n mooie kamer hadden we nog niet gehad (badkamer met broebelbad!). We hadden daarenboven een terrasje in de zon en daar genoten we van een heerlijk glaasje van onze gesmokkelde witte wijn!
Genieten…
Donderdag 18 maart
We hadden Syrische ponden nodig en dus reden we na een uitgebreid ontbijt richting Latakia, een havenstadje aan de Middellandse Zee. We maakten er kennis met de Arabische rijstijl en Bjorn hervond algauw zijn Arabische maniertjes, aangeleerd in de Emiraten. Al toeterend, lichten flikkerend en vloekend, baanden we ons een weg door de chaos.
De Syrische grensovergang was meer dan een wissel van land. Het was tevens een intrede in de Arabische wereld en dus het Arabisch geschrift. Erg leuk als je wil weten in welke straat je zit! Na heel wat toertjes, alwéér, vonden we de toeristische dienst. Nu ja, ik weet niet zeker of je het wel een toeristische dienst kunt noemen en ik kan het al minder beschrijven… Beeld je een grauw en stoffig kantoor in, waar je vervolgens niet binnen mag! Er komt een “guur type” uit die dan iemand weg stuurt om wat plannetjes te gaan halen. Op de vraag waar we konden geld gaan afhalen, fronste hij zijn voorhoofd en begon over iets anders. Te moeilijke vraag waarschijnlijk!
En toen kregen we te maken met het hoofd van de toeristische dienst van de streek van Latakya. “No problem” zei hij en even later zaten we in zijn wagen op weg naar een geld automaat. Daarna kregen we dan nog eens een rondleiding in de wagen doorheen de stad. Onderweg stopten we aan een typisch koffiekraampje en trakteerde hij ons op een Nescafé. Na een tijdje waren de twee mannen vooraan in hun nopjes en hadden ze het over de jaloezie van de vrouwen, het “niet te snel beginnen aan kinderen” en de Islamitische huwelijken met 4 vrouwen (waar ze uiteraard tegen waren)! En ik besefte dat ik terecht was gekomen in de Arabische mannenwereld! Een heel raar gevoel voor een westerse vrouw! Overal voert de man het woord (winkel, bank, grens,…) en moet de vrouw zwijgen of de man lijdt gezichtsverlies.
Na de chaos van Latakia, trokken we naar Ugharit. Een erg oude site (2de eeuw voor Christus), waar ze het eerste spijkerschrift teruggevonden hebben. Het spijkerschrift is een verre voorloper van ons huidige alfabet. Het waren voor ons niet meer dan wat stenen, waar een archeoloog waarschijnlijk helemaal van uit de bol gaat, maar die voor ons niet veel zeggend waren.
De site was aan de kust gesitueerd en we besloten nog eens een poging tot wild kamperen te wagen. Tot zonsondergang waren we de plaatselijke toeristische attracties. Vele Syriërs kwamen hier toertjes maken op de moto of een avondwandeling en allemaal liepen ze nieuwsgierig kijkend langs ons. We voelden ons net als dieren in de dierentuin!
Vrijdag 19 maart
Vandaag stond het kasteel van Saladin op ons programma. Daarna zouden we nog een bezoek brengen aan een dode Romeinse stad en dan naar de stad Aleppo trekken. Hadden we niet op de Syrische gastvrijheid gerekend uiteraard!
Het Kasteel van Saladin, een burcht die in 1108 door de kruisvaarders ingenomen werd, was echt de moeite waard! Bjorn leidde me professioneel rond, met onze trotter gids en de hand en we droomden weg van de tijd van de kruisvaarders en de helse gevechten! Saladin, die deze burcht echter van onze kruisvaarders veroverde had er heel wat Arabische invloeden achtergelaten, zoals een moskee en hamam .
Voldaan trokken we verder, waarna we even halt hielden in een klein dorpje voor wat brood en eten. We vonden wat later een super mooi plekje met zicht
op een prachtige vallei vol olijfbomen. Ik zei nog net tegen Bjorn dat er in Turkije al lang een paar Turken een praatje met ons komen maken zouden zijn, of er stopte een Syriër naast ons. Een iets oudere man, gepassioneerd door het reizen en helemaal weg van onze wagen! Een echte levensgenieter en hij haalde dan ook direct zijn waterpijp boven. Even later kregen we gezelschap van de bovenbuur van onze picknick-plaats, die ons uitnodigde voor een Nescafé. Wij dus met z’n allen naar de bovenbuur voor een Nescafé en waterpijp.
Daar werden we aan de hele familie voorgesteld: zijn vrouw en drie kinderen, zijn kleindochter en een nonkel en tante. We kregen onmiddellijk wat fruit voorgeschoteld, gevolgd door een koffie en wat koekjes. De oudste dochter van het gezin, die het beste Engels sprak, zei ons uitdagend dat de baby van 4 maanden haar dochtertje was. Zelf was ze achttien en studeerde nog.
Toen de mannen aan de waterpijp begonnen, trokken de vrouwen naar de keuken. De schoonmoeder van het achttienjarige meisje was intussen ook bij de familie gearriveerd en was druk in de weer met het maken van deeg voor brood. Ik had intussen tijd om met het meisje van 18 kennis te maken. Ze vroeg me of ik getrouwd was met Bjorn uit liefde. Eerst begreep ik de vraag niet goed, en pas later drong tot me door dat hier nog vele door de familie “gearrangeerde” huwelijken gebeuren. Zelf zei ze ook uit liefde getrouwd te zijn. Haar man werkte echter wel in een stad op negen uur rijden van haar vandaan. Zij bleef liever bij haar familie wonen.
Intussen was het twee uur in de namiddag geworden, tijd voor ons Syrische gezin om te ontbijten! En hoewel we pas gepicknickt hadden, gebood de beleefdheid ons alweer aan tafel te gaan. Eens gegeten en tafel afgeruimd, was het tijd om aan het brood te beginnen…. In Syrië eten ze van die platte broden en die worden dan in een rond gat, dat eerst helemaal warm gestookt wordt, tegen
de muur geplakt (zie foto). Hier deden ze er dan ook nog wat kruiden en groenten op. En ja, ook daar moesten we van smullen. Na vijf uur bij de familie vertoefd te hebben, ik had intussen een diarree aanval van het vele eten, besloten we dat het tijd was om verder te trekken. We kregen nog kaas, olijven, olijfolie en brood mee voor onderweg! Het was intussen al veel te laat om nog een bezoek te brengen aan de dode stad. Ook onderweg werden we nog gevolgd door gastvrije Syriërs en na en tijd ging het ons echt op de zenuwen werken! Het was donker en laat toen we in Aleppo aankwamen.
Het was alweer een bewogen dagje geweest vol onverwachte wendingen!
Zaterdag 20 maart
Vandaag brachten we een bezoek aan Aleppo, een erg gezellig stadje, dat een tijd lang een belangrijke stopplaats was op de zijderoute. De kruisvaarders probeerden verschillende malen de stad in te nemen, maar tevergeefs. Het stadje is eveneens in het bezit van de meest authentieke soeks van het midden oosten. Gevaarlijk… Bjorn wil intussen nauwelijks nog de soeks ingaan met me omdat we dan altijd te veel kopen! Het leuke aan deze soek was dat er nauwelijks toeristen waren. Ze vallen er eerder uit de toon. Een heel verschil met de soeks van Istanbul, waar je bijna enkel
toeristen ziet! Ik kreeg er een prachtig blauw sjaaltje van kamelenhaar. We kochten het bij een slimme handelaar zoals je op de foto hiernaast ziet
(en ja, het is toch een beetje toeristisch)! Verder kochten we van die lekkere zeep uit Aleppo. Is eeuwenoud en het vreemde aan die zeep is dat hoe ouder ze is, hoe beter. Ze wordt gemaakt van laurier extract en olijfolie. Vrouwen: een ideaal zeepje! Goed voor de huid (werkt hydraterend en ontsmettend), goed voor in de kast tegen de motten en goed voor alle soorten vlekken op de kleren! Bovendien ruikt ze heerlijk! We brachten uiteraard ook een bezoekje aan zo’n zeepfabriek, waar we een uitgebreide Arabische uitleg kregen, waar we niet veel wijzer van werden!
De citadel van Aleppo is ook erg indrukwekkend. Tijdens ons bezoek zagen we er toevallig een Vlaamse vrouw, helemaal gesluierd. Hoogstwaarschijnlijk getrouwd met een “local” en bekeerd tot de islam. Wij vonden het maar een vreemd spektakel.
We eindigden ons dagje in de oude Armeense christelijke wijk. We werden hier al snel aangesproken door een Armeen, die ons gelijk in het zak zette. Hadden we bij de Moslim Syriërs nog niet meegemaakt!
‘s Avonds verwenden we ons en zijn we eens chic gaan eten in het Sissi restaurant. Het restaurant was gelegen in een “beit”, wat huis betekent in het Arabisch. Vanbuiten ziet het er erg sober uit, maar binnenin is het een prachtig versierd gebouw. Ik voelde me er wel wat ongemakkelijk want zat er tussen alle mooie dames in mijn polar trui. Niet bepaald gepaste kledij voor de locatie.
Zondag 21 maart
We zouden dan toch eindelijk de dode stad Sergilla gaan bezoeken, die een paar dagen geleden al op ons programma stond. De route was tamelijk frustrerend want die hadden we al eens gedaan!
In een straal van 80 km rond Aleppo liggen tientallen van die dode steden. Het waren oude Romeinse, Byzantijnse of Arabische dorpen uit de 3de tot de 6de eeuw na Christus. Door oorlogen en een paar jaar van extreme droogte, werden ze verlaten en trokken de bewoners naar de omringende vlaktes. Dankzij het droge klimaat zijn deze steden opmerkelijk goed bewaard gebleven en konden wij ons levendig inbeelden hoe zo’n stadje er vroeger uitzag. Ook hier werden we weer geconfronteerd met het typisch oosterse fenomeen van het behoud van het erfgoed. Het stadje lag er open en bloot bij. Voor de Syriërs bleek het een geliefde picknick-plaats: plaats om een gezellig vuurtje te stoken en met het gezin heerlijk uitgebreid te eten. Onvoorstelbaar!
Onze volgende halte van de dag was het Simeonklooster. De weg ernaar toe was buitengewoon mooi: een heuvelachtig landschap vol met olijfbomen.
Het leven van de heilige Simeon is ook een vreemd verhaal: hij was een herderszoon en voelde zich op vijftienjarige leeftijd geroepen door God. Het kloosterleven was echter niets voor hem, altijd binnen zitten. Liever ging hij buiten bidden en mediteren. Door zijn stijgende populariteit besloot hij op een gegeven moment zich terug te trekken op een zuil van 18 meter hoog! Vandaar gaf hij zijn preken en gaf hij raad aan arm en rijk. Hij heeft daar 40 jaar rechtgestaan! Hiermee was hij als het ware een echte trendzetter want vele volgden zijn voorbeeld. Later werd er rond zijn pilaar een enorme basiliek gebouwd, die je vandaag nog als ruïne kan gaan bewonderen.
Het was lekker warm die dag en na ons bezoek wou Bjorn nog even van het mooie landschap en de rust genieten op een bankje in het zonneke. Ik trok nog even rond om wat foto’s te trekken. Toen ik terugkwam werd ik geconfronteerd met een schitterend spektakel: Bjorn geconcentreerd aan het lezen en op het bankje naast hem werd hij letterlijk aangestaard door een hele groep Syrische moslim meisjes. Meneer Walgraeve was zich echter van geen kwaad bewust! Hilarisch!! Even later, toen we wilden vertrekken, kwamen ze ons vragen of ze met hem op de foto mochten
!
Hmmmmm, misschien komt hij echt nog wel terug met vier moslim vrouwen!
Terug in Aleppo besloten we dat het hoog tijd was om onze Gari eens in bad te stoppen. We stopten aan een car wash, waar Bjorn eerst de prijs van de wasbeurt onderhandelde. Gari zag er al gauw terug als nieuw uit. We waren zo blij dat we het manneke per ongeluk een te grote fooi gaven. Toen we wegreden vloog zijn arm er bijna af, bij het ons enthousiast uitwuiven. Van onze onderhandelde prijs, schoot niet veel over
!
Maandag 22 maart
Onze tijd in Syrië was maar beperkt vanwege de erg dure dieseltaksen en dus moesten we verder. We zouden naar de vallei van de Eufraat trekken langs Rassafa. Dit was een militaire post van de Romeinen om de oostelijke grens van het keizerrijk te bewaken. De site, waar niet veel meer van
overblijft dan de omwalling, is midden in de woestijn gelegen en erg indrukwekkend. We picknickten er op de omwalling en trokken daarna de woestijn in om te overnachten. Het was mijn eerste ervaring met de woestijn en het was prachtig! Dit was waar we de laatste maanden naar uitgekeken hadden! We openden een flesje champagne en voelden ons de koning te rijk!
Dinsdag 23 maart
Slapen in de woestijn is één ding en uitslapen hoort daar niet bij! Op de een of andere manier zijn de bedoeïenen altijd wel op de hoogte van ons bezoek en dus komen ze één voor één, van zodra de zon op is, even langs met hun schapen! Later kregen we ook nog een bezoekje van twee bedoeïenen met de vrachtwagen en werden we bij hen uitgenodigd. Ze waren echter totaal niet opdringerig en nadat ze hun koffie ophadden trokken ze weer terug naar hun tentenkamp.
Wij trokken verder naar Deir-ez-Zor, de grootste Syrische stad aan de Eufraat. Terwijl we door het stadje liepen, kregen we algauw gezelschap van een student die zijn Engels wou oefenen. Hij was zoon van een kleermaker en moest ‘s avonds en ‘s nachts naaien om zo zijn studies te kunnen financieren. De jongen, die zelf uit Aleppo kwam, was niet te spreken over de plaatselijke bevolking van de stad. Blijkbaar hebben de Syriërs hier al meer de Iraakse zeden en gewoonten. Nadat hij ons geholpen had met onze inkopen, namen we afscheid en trokken we verder naar Doera Europos.
Doera Europos is een hellenistische of oud-Griekse stad maar veel meer dan een paar ruïnes, blijft er niet van over. Wel hadden we van hier een mooi zicht op de Eufraat.
We trokken snel verder, terug richting woestijn, om daar te overnachten. De woestijn hier had echter niets te maken met het deel dat we die ochtend gedaan hadden. Het was hier echt een troosteloze, kale vlakte!
Woensdag 24 maart
Ook vandaag werden we weer gewekt door de Bedoeïenen en hun schapen! We waren dus al vroeg weer op weg naar Palmyra, een site in het midden van de woestijn. Van onze Zwitserse vrienden hadden we al gehoord dat hier een schitterende camping lag
, met zwembad en warme douches, zalig!
We kwamen er tegen de middag aan en de camping overtrof onze verwachtingen. Het was een ware oase van palmbomen en olijfbomen, gelegen aan de ruïnes van de oude stad.
Eens heerlijk niets doen aan het zwembad, super!
Donderdag 25 maart
‘s Morgens kreeg ik van de eigenaar van de camping een mooie ketting van de Bedoeïenen. Geen idee waarom ik die kreeg, maar ik was er wel heel blij mee! De eigenaar zelf was zelf ook een Bedoeïen en had een Nederlandse vriendin die daar net ook op verlof was. Een lieve dame, werkte eveneens in Rotterdam en had vroeger ook nog vlakbij Bjorn zijn appartementje in Rotterdam gewoond. De wereld is soms toch klein hè…
‘s Morgens en ‘s avonds bezochten we de mooie ruïnes van de oude stad. ‘s Middags nam Bjorn even de tijd om aan de auto te prullen en ik ruimde onze kleerkast eens op.
‘s Avonds laat werden we getrakteerd op een verschrikkelijk onweer, en dat in de woestijn! Ik begin stillekesaan te geloven dat Bjorn en ik het overal kunnen doen regenen.
Vrijdag 26 maart
We werden gewekt door nog meer regen. Alles zat onder de moeder van de stortbui van de vorige avond en de woestijngrond was drassig. De temperatuur was daarenboven met zo’n tien graden gedaald en het was dus echt koud!
Vandaag zouden we het “Krak des Chevaliers” bezoeken, dé best bewaarde kruisvaarder burcht van Syrië, die de Arabieren enkel op het einde van de kruisvaarder tijd via een list konden inpalmen.
Hoewel de burcht op prachtig glooiende heuvels gelegen is in een mooi landschap, konden we hier niets anders van zien dan wolken! Het bezoek was dan ook een echte afknapper en we besloten om daar niet te kamperen maar verder te trekken naar Damascus. Het verschil in temperatuur was te drastisch en we hadden beiden barstende koppijn.
Uiteindelijk hielden we halt in Ma’aloula, een christelijk dorpje. We sliepen er in een Grieks-orthodox klooster, waar je ook een kamer kon huren als extra inkomsten voor de nonnekes. Het was er lekker warm binnen…
Zaterdag 27 maart
Deze keer werden we gewekt door het gezang van de nonnekes. Ze hadden de Islamitische gewoonte van het gebed overgenomen en uit de klokkentorens van heel de stad klonk het christelijke gezang van de mis!
Het deed ons vreemd genoeg goed om nog eens wat kerkjes en ongesluierde dames te zien (behalve de nonnekes dan natuurlijk). We bezochten er nog het klooster van de Heilige Serge en trokken verder via de bergen naar Seydnana, een ander Christelijk stadje.
Tegen de middag trokken we de chaos van Damascus in, op zoek naar een hotelletje. Wat een gedoe zeg! Alle adresjes van de trotter waren volzet en ik werd telkens als vrouw alleen erg onvriendelijk onthaald. Bij Bjorn ging het niet veel beter en we vonden uiteindelijk een erg erg duur hotel vol met kakkerlakken!
Pasop, het personeel was hier wel erg vriendelijk
!
In de namiddag kuierden we wat rond in het nieuwe deel van de stad en kwam het zonneke er terug door!
Zondag 28 maart
Bjorn had goed geslapen, maar ik had geen oog dicht gedaan! De wekker liep al vroeg af want mijn GSM was automatisch overgeschakeld op zomeruur. We hadden besloten dat we ‘s avonds naar een camping zouden trekken nadat we de oude stad van Damascus bezocht hadden. We checkten dus uit en trokken het oude stadscentrum van Damascus in. De Syriërs waren duidelijk niet op het zomeruur overgeschakeld (in de gids stond enkel vermeld dat ze ongeveer rond dezelfde tijd als wij overschakelden) en als gevolg liepen we door lege soeks. Ook alle musea waren nog dicht en dus zat er ons niets anders op dan in het zonneke te kijken naar het ontwaken van de stad.
We bezochten vele prachtige ‘”beits” en paleizen. We gingen eveneens naar de Grote Moskee van Damascus, waar Johannes de Doper begraven ligt. De moslims zien hem als een voorloper van de Islam en vereren hem dus ook, en hoe! Ik moest helemaal gesluierd de moskee in. Vrouwen en mannen werden gescheiden. Moedig trok ik naar het graf van Johannes en daar werd ik letter vertrappeld en weggeduwd door hysterische vrouwen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Sommigen schreeuwden, andere zaten fanatiek te bidden op een matteke tussen al het volk, anderen duwden iedereen agressief weg om aan het graf te komen. Vooraleer ze naar het graf gingen, trokken ze nog een laken boven hun laken aan! Geen idee waar dat goed voor is. Tussen al het gedrang liep dan ook nog eens een man cd’s te verkopen en ik moest plots aan de catechismus les denken, waar Jezus de verkopers de synagoge uit zwierde. Ik kon hem op dat moment geen ongelijk geven!
Al snel ging ik terug naar buiten, waar ik in volle paniek schoot omdat ik vreesde Bjorn in die drukte nooit te zullen terugvinden. Ik werd dan ook nog eens door een bewaker vast gegrabbeld omdat mijn kledij niet gepast was. Het wenen stond me nader dan het lachen en Bjorn vond me helemaal over mijn toeren terug in een prachtige beige vest die ik van de bewaker had moeten aantrekken! Geef mij dan toch maar de rust en stilte van een kerk hoor!
‘s Avonds vonden we na even zoeken de camping terug. Op onze zoektocht ontmoetten we een super sympathiek Duits koppel met wie we samen op de leuke camping arriveerden.
Een paar dagen voordien hadden we inkopen gedaan voor macaroni met kaassaus, en zo genoten we nog eens van de Belgische keuken, lekker lekker lekker! We waren blij terug in ons huisje te kunnen overnachten!
Maandag 29 maart
Samen met het Duitse koppel namen we een taxi naar Damascus. We bezochten het archeologisch museum. De dame, Suzy, was kunst psychologe. Ze behandelt mensen aan de hand van wat ze tekenen. Ik vertelde haar over de muziek therapie in Edirne en dat blijkt nog steeds een erg efficiënte manier te zijn om psychisch gestoorde patiënten te behandelen!
Suzy maakte in Damascus een gelijkaardig moskee bezoek als ik en we begrepen mekaar volkomen.
Dinsdag 30 maart
Onze laatste dag Syrië! Ons visum liep af en we moesten dus persé vandaag het land uit, wilden we geen extra kosten. Ons bezoek aan Syrië kostte ons nu al in totaal 266 €! aan grenstaksen. We maakten een laatste bezoek aan Bosra, een stadje met een erg goed bewaard amfitheater.
De grens met Jordanië verliep erg vlot. Bjorn is ondertussen een echte specialist geworden en stak de andere toeristen voorbij
! Ik wachtte weer geduldig in de auto zo fier als een gieter op mijn ventje…
We arriveerden goed op tijd en vooral doodmoe in de camping en hadden beiden nood aan een paar dagen rust om van Syrië te bekomen! Het was een fantastische ervaring. Het land is veelzijdig en ligt voor een deel aan de oorsprong van onze beschaving. De Syriërs zijn enorm vriendelijk en we zullen hun gastvrijheid niet snel vergeten (mijn maag ook niet
)! Bjorn hervond er het Midden Oosten: het eten, de maniertjes (bij alles dat hij zegt grijpt hij dramatisch naar het hart zoals het hoort) en het verkeer
!
Ontdek hier een selectie van onze mooiste foto’s van Syrië.
Recente reacties