Archief voor de categorie 'Onze Kruistocht'

Bedankt allemaal!

Nu dit eerste deel van onze reis erop zit, zouden we van de gelegenheid willen gebruik maken om jullie te danken voor de talrijke reacties!

We hadden nooit kunnen dromen dat ons blog zoveel succes zou hebben en het doet ons echt enorm veel plezier. We hebben intussen al meer dan 7.000 bezoeken gehad!

Aangezien we niet reageren op de berichtjes zouden we hier een speciaal woordje van dank willen doen aan:

Wies: hopelijk gaat het intussen beter met je rug. Het is leuk dat je zo met onze verhalen mee leeft!

Leen: waarschijnlijk ben je onze meest trouwe bezoekster en je mailtjes en berichtjes zijn altijd weer leuk leuk leuk! We hebben erg van je gezelschap in Jordanië genoten en we appreciëren enorm wat je voor ons gedaan hebt! We zijn blij dat je van je extra lang verblijf het beste kon maken :-) !

Svenneke: achter de schermen is hij de persoon die ervoor zorgt dat de berichtjes na grondige controle, live komen te staan. Bespaart ons veel tijd! Ge bent ne fantastische schoonbroer!

Flore: ook jij bedankt voor je trouwe berichtjes!

Oma en bompa Roger: dikke dikke proficiat! 77 en nog online berichtjes plaatsen op een blog! Daar nemen wij ons hoedje voor af!

Onze ouders uiteraard, die ongerust de verhalen volgen en dagelijks aan het web gekleefd zitten! Mama Yannick die elke dag aan papa Dirk een update vraagt en mama Hilde die ons trouw haar wekelijkse mailtjes stuurt! Papa Luc niet te vergeten natuurlijk, die ons eraan herinnerde regelmatig berichtjes te plaatsen omdat sommige mensen anders ongerust worden :-) !

Aan alle vrienden en collega’s, zussen en broers, nichten en neven die hier niet vermeld staan: bedankt!!

PS: Carolien: je bier en chocolade zijn al goed van pas gekomen :-) !

Achtste episode (Jordanië: prachtige afsluiter van onze kruistocht deel II)

Zaterdag 10 april

Vandaag was een speciale dag want vandaag zouden we Kathy en Leen ontmoeten! Het was intussen meer dan een maand geleden dat we nog familie en vrienden van het thuisfront gezien hadden en dus keken we hier naar uit! Leen had ook nog wat spulletjes bij onze ouders moeten oppikken en we waren erg benieuwd naar wat ons allemaal te wachten stond.

We wilden eerst nog een laatste wandeling in Dana maken, maar besloten uiteindelijk toch om rechtstreeks naar Petra te trekken. Deze keer zaten we in de weg terug met een schrijfster in de bus. En niet zo maar een schrijfster zoals later die dag bleek!

Aankomen in toeristische trekpleisters is voor ons altijd een verschrikking. Dat was ook deze keer het geval. Het was snikheet, we waren moe en voelden ons vies en vuil want we hadden ons immers sinds de Dode Zee niet meer gewassen (vier dagen!!). In principe stoort me dit niet, maar aangezien we hoogstaand bezoek verwachtten, wou ik er toch wat deftig uitzien hè. We wilden dus zo snel mogelijk een geschikte plaats vinden om te overnachten.

Onze zoektocht naar een geschikte camping liep om te beginnen al helemaal fout. We reden naar DE camping van de buurt, die in alle gidsen vermeld staat, en die vroegen maar liefst 30 JOD (zo’n 32 €) voor een nacht kamperen (wild kamperen is verboden in Petra). Schandalig vonden we dat.

Little Petra, Wadi Musa, Jordan De camping lag vlakbij Klein Petra en dus brachten we een snel bezoekje aan de plaats! Wel de moeite, vooral de eeuwenoude muurschilderingen die we op een bepaalde plaats nog konden bewonderen.

Toen besloten we te kijken of we naast het hotel van Leen en Kathy onze tent eventueel niet konden opzetten. Na lang zoeken, vonden we het hotel en kwamen we aan de weet dat ze volboekt waren. De groep van Leen en Kathy was in een ander hotel ondergebracht. Het grappige is, dat we dit voor Kathy en Leen wisten. We brachten hen via een sms op de hoogte en gaven hun reeds hun kamernummer en al. De reisleidster viel bijna van haar stoel toen Leen,  haar vroeg of ze inderdaad in een ander hotel zouden slapen :-) !  Allé hop, wij naar het andere hotel dan maar. Daar konden we ook niet terecht, maar ze vertelden ons wel dat er nog een paar andere kampeerplaatsen waren. En wij dus terug op weg. De ene kampeerplaats had geen geschikte staanplaats voor ons en de andere was z’n manager kwijt. We werden er te woord gestaan door een nogal simpele Jordaan in het Arabisch. Na lang lang spreken in gebarentaal, begrepen we dat we ‘s avonds moesten terugkomen. Begin je onze afkeer voor toeristische trekpleisters te begrijpen??

Ik kon me dus intussen nog steeds niet wassen en het wenen stond me nu echt wel nader dan het lachen. We besloten vlakbij de laatste camping die we bezocht hadden, te parkeren en daar wat te picknicken. Bjorn stelde voor om mijn haar te wassen uit onze afwaskom. Wat later trok ik, afgeschermd door een handdoek, propere kleren aan (mijn nieuwe bloesje en oorbellekes) en ik voelde me op slag beter! Gelukkig dat die mannen soms toch wat geduld met ons vrouwen hebben hè :-) !

Uiteindelijk kregen we de manager van de camping dan toch nog te spreken. We konden er overnachten voor 10 JOD, wat ons een redelijke prijs leek. Even later trokken we Petra in om Leen en Kathy te ontmoetten. We waren wat vroeg en dus kuierden we nog wat rond en wat bleek. In al die toeristische winkeltjes, waren de boeken van de schrijfster die we ontmoet hadden, ware bestsellers over Petra en Jordanië! Hier haar website:

http://www.janetaylorphotos.com/index.html

Een schitterende, avontuurlijke dame! We kochten uiteraard onmiddellijk haar boek over Petra en we schaften ons wat later ook haar boek over Jordanië aan.

Net voor we richting Leen en Kathy trokken, kwamen we nog een Oostenrijks koppel tegen, ook met een overland jeep. Het klikte onmiddellijk en we spraken de volgende avond in onze camping met hen af.

Het weerzien met Leen was uiteraard de max. We kregen de laatste nieuwtjes van thuis mee en we waren blij! In het restaurant aangekomen werd Leen echter ziek. We dachten eerst dat ze gewoon bus ziek was, maar het bleek een vieze microbe te zijn, die een paar dagen later ook Kathy aanviel!

Wij sloten de avond af met een lekker paaseitje in onze mond en  twee lange brieven van mama Yannick en broer Helmut. Op onze hoofd stond onze nieuwe pillamp en we waren weer wat dollars rijker voor de volgende grensovergangen.  Mega bedankt oudertjes!

Zondag 11 april

Voor één keer, was het vroeg vroeg opstaan geblazen want we hadden Petra op het programma staan! We zouden meegaan met de groep van Leen en Kathy en hadden dus eens een gids ter beschikking, i.p.v. ons boekje.

Petra, Wadi Musa, Jordan Petra was uiteraard prachtig, het is zijn naam van wereldwonder meer dan waard. Leen was jammer genoeg nog altijd super ziek en wij stonden machteloos toe te kijken. In de namiddag trok ze terug richting hotel om te rusten en te bekomen. Wij trokken naar het “klooster”, en moesten hiervoor maar liefst 800 treden opklimmen. Een vermoeiende klus in die woestijnhitte. Met Bjorn steeds ver voorop, kreeg ik de gelegenheid met Kathy vriendschap te sluiten en het was een gezellige dag.

 

Voor wij terug naar onze camping trokken (met heel pijnlijke voeten), gingen we nog even een ziektebezoek aan Leen brengen. Ze zag er intussen iets beter uit, maar toch nog erg moe! We spraken af dat ze de volgende dag bij ons zouden komen thee drinken.

Campsite, Wadi Musa, Jordan In de camping aangekomen, waren onze Oostenrijkse vrienden er al en we brachten een ongelooflijk gezellige avond door!  Op een bepaald moment hoorden we een stroomgenerator aanspringen en plots gingen er als bij wonder duizenden lichtjes aan in de bergen rondom ons. We waanden ons werkelijk in de magische Arabische nachten en hadden alle vier de slappe lacht bij het zien van zoveel onverwacht schoons.

Maandag 12 april

Campsite, Wadi Musa, Jordan De groep van Leen en Kathy trok die ochtend al om tien uur verder richting Wadi Rum en dus kon hun bezoekje aan ons niet doorgaan. Wij ontbeten uitgebreid met onze vrienden en namen wat later afscheid nadat we onze gegevens uitwisselden. Zij was een mode ontwerpster en we spraken af dat ik haar nog eens door Brussel en Antwerpen zou leiden. Ik keek er al naar uit!

Voor mij was het daarna wasdag want ik had al sinds Palmyra niet meer gewassen. Een hele klus die me tot vier uur in de namiddag bezig hield. Voor het eerst stond ik stil bij het feit dat een wasmachine hebben echt een tijdbesparende luxe is! Na een dag wassen, lagen mijn handen helemaal open (niets gewoon hè) en was ik doodop! We hadden echter geen zin om nog eens in die camping te overnachten. We hadden er last van een psychisch gestoorde hond die ons uit onze slaap hield door de hele nacht non-stop te blaffen.

Wadi Rum, Jordan We trokken dus verder richting Wadi Rum, waar we genoten van een prachtige zonsondergang in de woestijn.

 

Wadi Rum, JordanWe vonden er even later een windvrij  stukje rots, waar we ons installeerden en de rest van onze was te drogen hingen. Het was alweer een tijdje geleden dat we wild gekampeerd hadden en we waren blij wat rust te hervinden!

 

Dinsdag 13 april

Met behulp van de GPS coördinaten die we van onze Oostenrijkse vrienden kregen, trokken we verder de woestijn in. Daar hangt trouwens een grappig verhaal aan vast. Zij kregen die gegevens van een plaatselijke gids die ze tegen kwamen in Wadi Rum. Van iedere bezienswaardigheid, liet hij hen trots een foto op zijn GSM zien. De GSM was echter nogal vuil en dus vond hij er niet beter op, dan het scherm een paar maal met zijn tong af te likken en de fotosessie op de GSM kon doorgaan!

Wadi Rum, Jordan

Wadi Rum, Jordan

 

 

 

 

Wadi Rum, Jordan

 

 

 

 

Wadi Rum, Jordan Onderweg bezochten we rotstekeningen en natuurlijke rotsbruggen en hielden we af en toe halt om een thee te drinken bij de Bedoeïenen. Bjorn moest de banden spanning wat minderen om vlot door het woestijnzand te raken.

 

Wadi Rum, Jordan ‘s Avonds barbecueden we en aten we heerlijk gemarineerde kippen-vleugeltjes (al zeg ik het zelf). Daarna maakten we een gezellig kampvuur, heerlijk warm in de koude woestijn nacht. Echt genieten en ik vraag me af of we ooit nog aan ons gewone leventje gaan kunnen wennen!

Woensdag 14 april

Wadi Rum, Jordan ‘s Morgens had Bjorn zin in wat lezen en ik besloot me aan de reparatie van onze goede zitstoel te zetten, waarvan de stof aan het scheuren was. Toen we na een rustige ochtend wilden vertrekken, werden we plots overvallen door geiten die van overal leken te komen. Onze auto zorgde daarenboven voor wat schaduw, wat nog een extra troef leek voor hen.

Toen we eindelijk wegraakten, stonden er voor mij rijlessen in de woestijn op het programma. Wat een vreemd gevoel om in het mulle zand te rijden! Net of je in sneeuw of modder rijdt. Wel heel erg leuk en ik was er al snel helemaal aan verknocht.

We reden naar de uitgang van Wadi Rum en het zand maakte stilletjes aan plaats voor stenen. Helemaal anders dan wat we de vorige dagen zagen. Voor we het wisten stonden we op de grote baan.

Aqaba, JordanWe besloten dus in Aqaba te gaan overnachtten bij Leen en Kathy. Zo zagen we hen toch nog een laatste maal. We konden er nog even genieten van het zwembad en kregen al direct een rum-cola voorgeschoteld :-) ! Wat later kregen een kamer met bad, zalig want het was al een eeuwigheid geleden dat we nog eens in een bad gelegen hadden. ‘s Avonds gingen we uiteraard samen eten en op weg naar het visrestaurant, dat we uiteindelijk nooit gevonden hebben, zagen Kathy en ik een klein katje met een gebroken pootje. Ik was er helemaal van over mijn toeren! Ik werd er zelfs ‘s nachts wakker van in onze te warme kamer!

Donderdag 15 april

De dag begon al raar. Om zeven uur sprong Bjorn slecht gezin uit bed en trok het bad in. Ik wist niet wat hem overkwam. Moet je weten dat Bjorn van ons beiden, de lange slaper is. Toen hij na een uur de kamer terug binnen kwam en me nauwelijks aankeek, begon ik echt ongerust te worden.

Na een tijdje bleek dat ook hij zich het lotje van het katje met de gebroken poot erg aantrok. Eerst wou hij het gaan doden, maar hij wist niet hoe. Wat later bedacht hij dat we misschien niet het recht hadden het diertje te doden, want het zou er misschien nog kunnen doorsukkelen. En dus lieten we het uiteindelijk maar zo.

Aqaba, JordanWat later namen we afscheid van onze vriendinnekes en bij Leen vloeiden er weer wat traantjes en ik zat met een serieuze brok in de keel!

De volgende die we nu zouden zien, waren mama Hilde en papa Luc en dat was pas in augustus!

Gelukkig hadden we erg veel te doen die dag en zodat we niet te veel konden nadenken. Onze eerste opdracht was naar het consulaat van Egypte te rijden. Vervolgens wilden we een garage vinden om onze banden te laten balanceren (we zaten met wat speling op de banden die hevig begonnen te trillen als we tegen 80km/u reden). Ten slotte wilden we nog wat boodschappen gaan doen in een westerse supermarkt! We vroegen aan onze hotelmanager wat wegaanwijzingen en daar begonnen de problemen al! Soms hebben Arabieren het nogal moeilijk om te zeggen dat ze iets niet weten en dus geven ze liever foute informatie. Pas op, wel altijd met de beste bedoelingen hoor!!

Met die info trokken we dus op weg… De Egyptische consulaat vonden we nog tamelijk makkelijk. Het was daar allemaal geen probleem en we zouden een visum van drie maanden krijgen zoals we wilden. We moesten tegen één uur terug komen.

De garage vinden bleek een ramp. Uiteindelijk vonden we dan toch een kleine kia garage waar ze onze banden opnieuw konden uit balanceren. Nu is het zo dat wij geen normale banden hebben. We rijden met iets dat tussen een truck band en een auto band zit. Het gevolg was dat die banden niet op de gewone manier op het machine konden. De mecanicien was er dan ook nog eens in geslaagd om de bouten van onze wielen in zijn machientje geblokkeerd te krijgen en Bjorn begon zich zorgen te maken. Hij was al met zijn linker been uit bed gestapt en het scheen er niet echt beter op te worden. Daarenboven gaf dat machine een uitzonderlijk hoog gewicht van toe te voegen gewichtjes aan. Het gevolg was dat we 10 JOD armer buitenkwamen met wielen die nog slechter uitgebalanceerd waren dan daarvoor en dus nog net zo hard, zo niet harder, trilden. En de wijzer van Bjorn zijn humeur daalde nog wat! Daarna zochten we een supermarkt. Gelukkig duurde het zoeken niet al te lang. Daar aangekomen, werden we tot onze grote verbazing in het Nederlands aangesproken. Het betrof een Nederlander die zijn geluk in Aqaba gaan zoeken was. Hij gaf ons het adres van een goede garage en ik maakte me al minder zorgen.

Van de supermarkt gingen we tegen één uur onze paspoorten halen. Deze waren uiteraard nog niet klaar en de man van het consulaat gaf ons dan ook nog eens te kennen dat we een visa van één maand kregen maar dat we drie maanden de tijd hadden vooraleer het te gebruiken. Jeetje, dat was die man zijn beste dag niet om dat mee te delen aan Bjorn, die al slecht gezind was. Het heeft echter geen zin om slecht gezind met een Arabier in discussie te treden want dan blijven ze vriendelijk lachen en klappen ze toe. Resultaat is, dat je dan totaal niets meer gedaan krijgt.

Na een uur vertrokken we dus met een visum van één maand. En de wijzer van Bjorn zijn humeur stond nog wat lager. Nu moesten we nog die garage vinden van onze Nederlandse vriend en onze tickets voor de boot naar Nuweiba in Egypte boeken voor een paar dagen later! De garage van de Nederlander hebben we nooit gevonden en het ticket bureau heeft ons een uur gekost vooraleer we er arriveerden. Bjorn kent ondertussen Aqaba als zijn broekzak! In het kantoortje hoorden we dan dat de goedkopere trage boot in onderhoud was (je kon kiezen tussen een snelle en een trage boot). Aangezien wij toch tijd hadden, verkozen we de trage boot. Daarna kwamen we te weten, dat we de tickets enkel de dag zelf konden boeken en dat we ze cash moesten betalen. Toen dacht ik echt dat Bjorn ging ontploffen.

Na wat roepen tegen de man, gaf hij het verslagen op en trokken we naar onze camping dat het Duitse-Italiaanse koppel ons had aangeraden. Gelukkig viel het plaatsje goed mee, ook al was het iets duurder dan we gehoopt hadden! Zo liep de dag uiteindelijk toch nog tamelijk goed af!

Vrijdag 16 tot zondag 18 april

We kampeerden in Coral Bay, een erg chic hotel viersterren hotel met prachtig strand. We mochten er op de parking, vlakbij de personeelsvertrekken staan. We hadden ondertussen 8000 km route achter de rug en het was hoog tijd voor het grote onderhoud van de auto. Bjorn zou alle olies verversen en samen zouden we de speling op de wiellagers van ons linker voorwiel  weghalen! Na een half uur prullen, bleek Bjorn de bout van het wiel om de speling weg te nemen, er niet af te krijgen! Heel erg vervelend. Nu ja, ik moest hem daar maar assisteren met het vervangen van de olie. Op de parking van dat chicke hotel stond ik dus paraat met een paar plastieken Coral Bay, Aqabah, Jordanflessen om de olie in op te vangen. Bjorn draait rustig de dop van de olie los en plots komt daar een golf van olie uit dat mijn flesje helemaal niet aankon. Het gevolg was dat zowel Bjorn, ik als de parking onder de olie zaten! Ik hoef jullie vast niet te zeggen dat ik me dood schaamde. Zelfs Bjorn gaf wat later toe dat we misschien niet de beste plaats gevonden hadden om het onderhoud te doen!

Na een hele voormiddag werken, waren we klaar en konden we in de namiddag van het strand en de prachtige koraalriffen genieten!

Tot maandag genoten we van la dolce vita!

Maandag 19 april

Vandaag was het tijd om afscheid te nemen van het Midden-Oosten! Het was tevens de afsluiter van het eerste deel van onze reis: de kruistocht. We reden vlot naar de bureautje om de tickets te kopen en gelukkig zat er nu een andere man, die erg vriendelijk was. We besloten dan toch maar de snelle boot te nemen, want die uren waren beter. We moesten jammer genoeg wel cash te betalen, dat was nog niet veranderd!

We hadden nog een uurtje de tijd om wat boodschappen te doen en wat kaartjes te schrijven naar het thuisfront en daarna trokken richting ferry haven! Daar aangekomen was het chaos. Niemand kon ons zeggen wat te doen of naar waar te gaan en Bjorn holde van hier naar daar om alles geregeld te krijgen. Het gevolg was dat hij bij het van hier naar daar hollen mijn ticket van 50 € was kwijt geraakt. Na lang zoeken, zat er niets anders op dan een nieuw ticket te kopen.

We vertrokken uiteindelijk met 4 uur vertraging en waren dolblij om in de frisse boot te kunnen plaatsnemen. Tijdens het wachten hadden we kennis gemaakt met een Egyptische familie, die ons voorstelde met hen mee naar Taba, te reizen. De broer van de volledig gesluierde dame had daar een camping. We zouden met hen samen lekkere vis eten en daar overnachten. Met veel plezier namen we de invitatie aan.

Een mooi vooruitzicht om aan ons Afrika deel te beginnen!

Achtste episode (Jordanië: prachtige afsluiter van onze kruistocht deel I)

Ik zit hier onder een parasol bestaande uit gedroogde palmbladeren. Voor me zie ik de Rode Zee en bewonder ik de verschillende schakeringen van het blauwe water – van licht- naar donker- tot groenachtig blauw. Onder het groenachtige water liggen prachtige koraalriffen met visjes die in kleur niet moeten onderdoen aan het koraal. Bjorn heeft er net een “refresh duik” opzitten en is alweer gaan duiken met een groepje van drie. Hij heeft al beslist dat het zijn laatste duik hier is en dat hij vliegen toch leuker vindt!

Ik geniet intussen van een momentje rust en bedenk me dat we sinds ons laatste verslag weer enorm veel beleefd en gezien hebben.

Woensdag 31 maart

Het klinkt raar en misschien zelfs wat verwaand, maar na een maand intens reizen waren we doodop. We konden het woord ruïnes en bezienswaardigheden niet meer horen. Het enige waar ik behoefte aan had, was eens niets doen! Bjorn maakte van de gelegenheid gebruik om aan de auto te prullen en was dus helemaal in zijn nopjes. In de voormiddag maakten we samen het glas en rubber van ons glazen dak proper want we zaten er met een serieuze lek. Een landrover staat sowieso al niet bekend om z’n waterdichtheid, maar met Gari was het al helemaal erg gesteld! Als het regende was ik meestal de pineut want aan de passagiersstoel druppelde het water vrolijk binnen. Tijdens het onweer in Palmyra waren het geen druppels meer maar ware lekken waaronder we pottekes en pannekes moesten zetten.

We hadden intussen ook een Duits-Italiaans koppel leren kennen. Hij, Chris, is Duitser, wereldreiziger (hij was al meer dan 10! jaar onderweg) en Landrover fanaat. Zij, Laura, is Italiaanse met Australisch paspoort. Australië was het beste land ter wereld om te wonen volgens haar en ik begon dan ook maar best meteen aan een leraren of verpleegster opleiding zodat ik er ook kon gaan wonen. Ze ontmoetten mekaar in Kenia, waar zij regelmatig doorheen trok terwijl ze groepen van Engelse avonturiers begeleide die voor 13 weken door Afrika reisden. Ze waren intussen al twee jaar samen en trokken nu richting Beieren om zich daar voor een tijdje te settelen. Chris zou er in oktober een boek uitbrengen. Laura bereidde zich alvast psychologisch voor op de bierfeesten en traditionele kledij :-) ! Het zou nog wel even duren voor ze daar aankwamen want zelf reden ze met een oldtimer landrover met een maximum snelheid van 40 km/u (en dan zaten ze echt wel op hun uiterste limiet).

Bjorn had al direct een vriend in Chris gevonden en ze doken dan ook meteen de auto onder! Chris merkte al gauw op dat onze voorste stuurstang die de twee wielen met mekaar verbindt, krom stond. Samen trokken ze die terug recht, terwijl Laura en ik onze reiservaringen deelden en wat leuke adresjes uitwisselden. Super!

‘s Avonds gingen Bjorn en ik nog snel even om boodschappen want we zaten intussen door onze etensvoorraad heen! We sloegen daarmee de “recommendation” van de hotel manager in de wind, die vond dat we beter een taxi namen voor 6 JOD heen en terug naar het centrum van Jerash. Bjorn hoorde de dag daarop dat een Jordaanse toerist voor 10 JOD een hele dag met een taxi chauffeur de streek zou verkennen. We begrepen plots het enthousiasme van de hotelmanager om ons een taxi aan te smeren, waarop hij waarschijnlijk 50% commissie had :-) !

Donderdag 1 april

Ik had van de rust gebruik gemaakt om onze verslagen nog eens te updaten. Meestal zijn dat onze meest frustrerende dagen! De internet verbindingen zijn vaak zo traag dat het uren duurt voor iets live staat. Vandaag was dit dus ook weer het geval: ik moest tot vijfmaal toe proberen om  het verslag live te zetten en Bjorn had het al even moeilijk met de foto’s!

Tegen de avond vonden we dat we nu genoeg “genikst” hadden en we maakten plannen voor onze bezoeken de volgende dag!

Vrijdag 2 april

We besloten ons thema trouw te blijven en nog maar eens een burcht te bezoeken. We zijn intussen echte specialisten van burchten en ik kan jullie Ajlun, Irbid, Jordangaranderen dat als je met Bjorn een burcht bezoekt, dat je die dan ook gezien hebt! Ieder trapje, kamertje en verborgen hoekje wordt verkend! Deze burcht was echter een speciale burcht: ze werd gebouwd door de Arabieren om de opmars van de kruisvaarders te stoppen. Het is in Jordanië het enige voorbeeld van burcht die niet door maar tegen de kruisvaarders werd  ontworpen. De burcht zelf was niet veel Ajlun, Irbid, Jordanspeciaals, maar het uitzicht was wel bijzonder: van bovenop de burcht hadden we zicht op Syrië, Palestina (Golanvlakte) en Israël. Hoewel we ons niet helemaal goed konden oriënteren, vonden we het idee alleen al bijzonder.  Samen met een heleboel Jordaniërs, want het was immers vrijdag (= onze zondag in de Arabische wereld), staarden we naar het uitzicht. Het uitzicht stemde ons bizar genoeg tot nadenken over de hele situatie met Israël!

Daar waar Syrië overtuigend tegen Israël gekeerd is, ligt dit vreemd genoeg bij Jordanië heel wat anders. Misschien omdat Israël een te machtige vijand is? Dat heeft Syrië wel ondervonden toen het tot tweemaal toe de strijd tegen Israël verloor. Tot de dag van vandaag is de oorlog met Israël om de grenzen met Syrië nooit gestopt. In juni 1967 kwam het voor de eerste maal tot een echt conflict, de zesdaagse oorlog genaamd. In vierentwintig uur, haalde de Israëlische luchtmacht zestig Syrische toestellen neer. Tot vandaag toe zijn vele Syrische ronde punten gedecoreerd met een oude mig (een gevechtsvliegtuig van Russische makelij). Wanneer Damascus in gevaar kwam, vroeg en kreeg Syrië een staakt-het-vuren. Het resultaat was dat ze de Golan vlakte verloren. Waarschijnlijk gefrustreerd door dit verlies, lanceerden ze in oktober 1973 een verrassingsaanval tegen Israël. Deze keer hielden ze 18 dagen stand vooraleer ze zich overgaven. Ze hielden er een vernietigd leger en een groot haatgevoel aan over.

Jordanië daarentegen sloot in 1994 onder leiding van Bill Clinton, als tweede Arabische land na Egypte, een vredespact met Israël. Ik vond dat vreemd, vooral gezien het grote aantal Palestijnen dat in Jordanië woont en een belangrijk onderdeel van de Jordaanse bevolking vormt. Een reden zou zijn dat Jordanië het economisch gezien erg moeilijk heeft en dat ze met dit pact de economische groei wilden versterken. Nu heeft Syrië het economisch gezien ook moeilijk dus dit kon niet alleen de oorzaak zijn. Volgens Bjorn  is een andere reden misschien de ligging. De Jordaan, de Dode en de Rode zee vormen immers een natuurlijke grens met Israël over de hele lengte van het land.

Wat de reden ook mag zijn, ik vind het moeilijk te begrijpen dat de Joden zomaar het recht op een gebied opeisen. Zo zouden vele Palestijnen in Jordanië nog steeds met de sleutel van hun huis in Israël rondlopen. Het klopt  dat de Joden eeuwenlang verdreven zijn en dat wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurd is, niet vatbaar is voor woorden, zo gruwelijk. Maar geeft dat hen dan het recht om een staat op te eisen en de oorspronkelijke bewoners buiten te zwieren? Geeft dit hen het recht om ook mensen te gaan verdrijven? Dat gaat mijn verstand te boven.

In die ambiance gingen we in de namiddag zoals iedere Arabier, gaan picknicken. Lekker gezellig onder onze luifel een boekje lezen, wat eten en luieren. Op de achtergrond het geluid van de moskee en spelende kinderen.

Tegen vier uur besloten we ons boeltje in te pakken en richting Jerash te trekken om daar nog wat ruïnes te bezoeken van een Grieks-Romeinse en later Byzantijnse nederzetting. Bleek dat intussen het zomeruur ook in de Arabische wereld zijn intrede had gedaan en de ruïnes waren gesloten. We hadden in Syrië echter zoveel ruïnes gezien dat we er niet echt om treurden. We besloten ons nog eens te verwennen in een chic restaurant, leuk en vooral lekker lekker lekker! Bjorn ontdekte er terug een drankje van vers citroensap met munt en suiker, waarvan hij sinds de Emiraten het bestaan vergeten was. Sindsdien drinkt hij niets anders meer :-) !

Zaterdag 3 april

Na de rust was het terug tijd voor wat meer actie! We besloten de woestijn in te trekken richting Saudi-Arabië. Onze eerste stop was in Zarqa. Een totaal niet toeristisch stadje waar wel alle straatnamen in Engels en Arabisch vermeld stonden maar waar geen wegwijzers waren! We werden uiteindelijk spontaan geholpen door een Jordaniër die in Amerika gewoond had en waarschijnlijk nog eens zijn Engels wou oefenen! Dankzij hem raakten we vlot in Azraq, waar we het Azraq Wetland Reserve bezochten. Ook hier hangt weer een droevig verhaal aan vast. Dit keer niet over politiek maar over ecologie.

De eens zo mooie oase die aan de oorsprong lag van het ontstaan van het stadje, is vandaag volledig opgedroogd. De kilometers grote oase werd vroeger bewoond door neushoorns, nijlpaarden en olifanten. Het reservaat dat we bezochten was maar een zielige, kunstmatig tot stand  gehouden weerspiegeling van wat de oase vroeger was. Oorzaak is het overvloedige oppompten van water voor landbouw. Hoewel het oppompen volgens officiële Azraq, Jordanbronnen volledig zou stop gezet zijn, lijkt het proces onomkeerbaar. Gelukkig doet het reservaat nog steeds dienst als rustplaats voor de trekvogels en er leven ook waterbuffels in, die het erg goed doen (hadden vele kleintjes – super schattig!).

Hoewel het plan was om hier ergens te overnachten, waren we aangedaan door de opgedroogde oase, de hitte en de alles overheersende woestijn. We besloten na een bezoek aan twee woestijnkastelen verder te trekken naar Amman, waar we de GPS coördinaten hadden van een Duitse evangelische school, 10 km buiten Amman. We konden er goedkoop kamperen en bekomen van onze dag.

Zondag 4 april

Pasen! We kregen een prachtige paascadeau want dankzij de goede internet verbinding van de school konden we skypen met Flore en Sven en kon ik mijn pas ontwaakte petekindje Miro nog eens bewonderen!

En dat was nog maar het begin van de pret. We hadden een bezoekje aan Amman op het programma staan en dat betekende: gaan shoppen!!! Ze hebben er immers een paar westerse supermarkten waaronder een carrefour. Ik kan je verzekeren dat wanneer je meer dan een maand geen westerse supermarkt ziet, je dan dolgelukkig bent. Eerst bezochten we echter de citadel en het museum waar we de beroemde “Dode Zee Rollen” konden bewonderen. Daarna brachten we een bezoek aan enkele winkels die lokale producten, gemaakt door vrouwen, verkochten. Mooooooooooooie tapijten, we zouden ze allemaal gekocht hebben! We hielden ons echter in en ik kreeg van Bjorn een leeskussen voor onder mijn hoofd en een paar kei mooie oorbellekes :-) ! Daarna kocht ik in de shoppingmall nog een bloesje met lange mouwen en gingen we de supermarkt in. Het werd een dure dag en deze keer was ik helemaal in mijn nopjes :-) !

Maandag 5 april

Vandaag trokken we verder naar de Dode Zee! Ook hier werden we weer geconfronteerd met de Israëlische kwestie want we kwamen weer erg dichtbij de grens. Om aan de Dode Zee zelf te raken, moet je dan ook langs verschillende militairen posten. Allemaal deden ze ons stoppen om ons vervolgens “wilkom” te heten in Jordanië. De bevolking zelf ondergaat meestal wat meer diepgaande controles.

De aankomst aan de Dode Zee zelf was minder aangenaam. Eerst passeerden we tal van grote hotel complexen waardoor we niet veel van de kust zelf zagen. Uiteindelijk kwamen we aan het Amman Tourist Beach, waar we voor 15 JOD (= 16 €!) per persoon aan de Dode Zee konden liggen! Heel veel keuze hadden we niet en dus betaalden we tegen onze zin het hoge bedrag. We zouden daarenboven op de parking van het hotel kamperen, waarvoor we nog eens 10 JOD moesten betalen! Balen dus.

Dead Sea, Madaba, Jordan Het moet echter gezegd zijn: je moet eens in je leven in de Dode Zee gezwommen hebben. Het is absoluut de max! Je voelt je er net een bad eend. Vooral wanneer je van je liggende positie wil recht komen, wordt dat gevoel versterkt want je benen willen niet onder, waardoor je letterlijk zoals de bad eend terug naar boven floept!

Na een namiddagje zonnen, besloten we ons te installeren op de parking. Ook dat was een heel gedoe. Het strand waaraan we lagen bestond namelijk uit twee delen: het westerse deel en het Arabische deel. Wij lagen aan het westerse deel en daar stond ook onze wagen geparkeerd. Ons deel sloot echter al om 19u en dus konden we daar geen gebruik maken van water, toilet, waarop we recht hadden voor onze 10 JOD. Daarvoor moesten we in het Arabische deel zijn. Dat deel lag echter een heel eind verder weg, niet erg handig dus als je dan ‘s nachts moet plassen. We trachten dit met hand en tand uit te leggen en vroegen of we echt niet wat dichter konden staan, maar ze bleven koppig nee schudden. Voor het eerst maakte ik me echt kwaad. Iets dat uiteraard totaal niet kan in de Arabische cultuur: een vrouw die zich gaat moeien en dan ook nog eens kwaad wordt!

Dead Sea, Madaba, Jordan Het resultaat was dat we ons boeltje pakten en op een prachtig klif met uitzicht op Israël aten en overnachtten. Gezien het groot aantal militairen in de buurt misschien niet de meest slimme zet. Rond middernacht was het zo ver en werden we door een tiental militairen gewekt. Bjorn trok snel z’n kleren aan en ging hen eens moedig en stekeblind (had zijn lenzen niet aan) gaan uitleggen dat we hier gewoon wilden overnachten. Na een kwartier merkten de militairen dat het geen zin had met een koppige Walgraeve in discussie te treden en lieten ze ons verder slapen :-) !

Dinsdag 6 april

Dead Sea, Madaba, Jordan We hadden de smaak van de Dode Zee helemaal te pakken en dus stond er nog een dagje strand op het programma. We hadden ons daarenboven voorgenomen om ons eens lekker te verwennen met een Dode Zee modderbad. Om helemaal eerlijk te zijn, lijkt het net een soort oliebad dat je neemt. Het stinkt en voelt echt vettig aan. Je huid is naderhand wel lekker zacht en hopelijk zal het opkomende rimpeltjes voor een tijdje verdringen!

Tegen vier uur was het tijd om ons te douchen en verder te trekken: we hadden nu ook kennis gemaakt met de Jordaanse militairen en hadden geen zin in een herhaling!

We trokken naar de beroemde Jordaanse Koningsweg, waar we zouden overnachten aan de Wadi Mujib. De naam Koningsweg is een letterlijke vertaling uit het Hebreeuws en tot de dag van vandaag is niet precies geweten waarom die weg nu precies zo noemt. Het zou iets te maken kunnen hebben met de drie koningen, of met Mozes die na zijn lange tocht door de Sinaï de koning van de streek vroeg om zijn land te mogen doorkruisen op weg naar huis. Wat de oorsprong ook mag zijn, het is een prachtig kronkelend wegje dat je doorheen prachtige wadi’s of kloven voert, langs kleine typische dorpjes en toeristische topattracties zoals Petra.

Onze eerste halte was de Wadi Mujib waarvan op de zuidelijke helling een restaurantje lag, waar we ook konden overnachten!

Madaba, Jordan Na verschillende stops voor foto’s, bereikten we onze overnachtingsplaats goed op tijd. We installeerden ons naast het restaurant maar ik vond dat we daar zo weinig van het prachtige uitzicht konden genieten. Ik ging dus even op verkenning uit en vond iets verder een wondermooi plekje. Ik kon al snel Bjorn overtuigen om van plaats te veranderen, ondanks de tegenwerpingen van de eigenaar dat daar veel wind was. En dan is veel wind nog zacht uitgedrukt. Resultaat was dat we tegen twee uur ‘s nachts ons boeltje inpakten en ons terug aan het restaurant installeerden. Bjorn de hele tijd mopperend dat hij nog eens naar mij zou luisteren :-) !

Woensdag 7 april

Na al dat zonnen, zouden we vandaag eens gaan wandelen in de Wadi Ibn Hammad. Een totaal niet toeristische kloof! Het was even zoeken om de bestemming te bereiken maar het was het zeker waard.

Hoewel er heel wat water werd opgepompt voor de landbouw, konden we toch een klein stroompje volgen en genieten van watervalletjes, palmbomen en prachtig bloeiende orleanders. Het was een klein paradijs, dat jammer genoeg wel vol lag met zwarte plastiek. Na een tijdje werd het te moeilijk om de kloof verder te volgen en moesten we er letterlijk uitklimmen. Vanuit het niets kwamen we terecht op het veld van een boer die ons vrolijk “goodbye”  toeriep. We wisten niet zeker of dit nu was omdat hij ons van zijn veld af wou, of omdat hij de Engelse taal niet goed beheerste. We wandelden verder tot we de Dode Zee zagen, waar ook deze wadi, net zoals de wadi Mujib in uitmondde. Door de velden wandelend, kwamen we er al snel achter waar de zwarte plastiek vandaan kwam (zie foto). Wadi Kings Highway, Jordan

Wadi Kings Highway, Jordan

Op de terugweg moesten we terug een wadi in om aan de auto te raken. Het was een afsplitsing van het riviertje dat we in de heenweg gevolgd hadden en we kwamen er in een prachtig kloofje met een waterval die onze rug zalig masseerde!

Wadi Kings Highway, Jordan We vonden de plek zo mooi en rustig dat we besloten nog eens wild te kamperen. We parkeerden ons op een verlaten landweggetje, midden in een veld dat niet echt vaak bereden scheen te worden! Alweer fout, ‘s avonds laat, Bjorn en ik waren nog naar een filmpje aan het kijken, hoorden we plots een wagen langskomen. Nu hadden we onze eettafel midden op het pad laten staan en was Bjorn weer eens verplicht om de auto uit te komen. Deze keer had hij gelukkig nog wel zijn lenzen aan en kon hij genieten van het spektakel van drie verbaasde boertjes die met hun truck nog iets moesten gaan ophalen. Bjorn overtuigde hen ervan met zijn drie woorden Arabisch, dat hij vlot Arabisch sprak en dus kreeg hij een hele uitleg over zich heen over het hoe en waarom. Ze vertrokken met een enthousiaste “goodmorning”! Toen werd ons duidelijk dat de mensen de Engelse taal hier gewoon iets minder goed beheersten ;-) !

Donderdag 8 april

Nog steeds de koningsweg volgend, stond er als eindbestemming het natuurreservaat Dana op het programma. Op onze weg er naar toe kwamen we langs het stadje Kerak, met alweer een kruisvaarder burcht. Het zou de laatste burcht worden van ons eerste deel van de reis. Het opmerkelijke aan deze burcht zijn de enorme ondergrondse gangen en zalen. Op sommige plaatsen liggen er wel meerdere verdiepingen onder mekaar, die we natuurlijk allemaal door moesten :-) ! Best wel indrukwekkend.

Na het bezoek aan de burcht besloten we in een typisch restaurantje iets te gaan eten en daarna boodschappen te gaan doen. Hoewel de stad intensief bezocht wordt door toerbussen, doen die meestal enkel de attractie zelf aan en niet het stadje. Het gevolg is dat het erg authentiek gebleven is. Nu moet ik eerlijk toegeven dat dit op zich voor mij niet altijd zo’n  positieve zaak is. Aangezien ik tamelijk donker ben, gaan vele Arabieren ervan uit dat ik zelf ook een Arabische ben. Het gevolg is dat ik in winkeltjes waar ik groenten en eten koop niet altijd vriendelijk onthaald word omdat ik niet gesluierd ben. In Kerak was dit echt uiterst onaangenaam en ik voelde me er erg ongemakkelijk bij!

We reden dan ook snel verder en passeerden onderweg nog de prachtige wadi El-Hasa, een grandioze kloof. King's Highway, 35, Al Karak, JordanWe besloten nog even een ommetje te maken naar de warmwaterbronnen Hammamat-Afra. De weg er naar toe was werkelijk prachtig! Het bezoek aan de warmwaterbronnen zelf was iets minder. Aangezien dit eerder een trekpleister leek voor de lokale bevolking. Dit wil dus zeggen: mannen en vrouwen volledig gescheiden.

Voor ons was dit op zich niet echt een probleem, maar ze stelden ons algauw voor – nadat ze uiteraard gevraagd hadden of we getrouwd waren – om in een aparte kamer plaats te nemen. Eerst moesten ze alle mannelijke  bezoekers uit de kamer weghalen. Die waren uiteraard helemaal niet tevreden. Even later zaten we alleen in de kamer en hadden we een uit de Hot water springs, Hammamat-Afra, Jordanrots gegraven bad voor ons alleen. Nu houden Bjorn en ik beiden van warm water, maar dat water was echt snikheet en dus zaten we met z’n beiden op het trapje en kapten met een kapotte plastieken fles, wat afgekoeld water over ons heen :-) ! Na een kwartiertje lieten we het bad terug over aan de mannen en trokken wij verder.

In het natuurreservaat Dana aangekomen, bleek het kamp waar we wilden overnachten, volzet te zijn. We mochten van de vriendelijke man aan de balie echter aan het “visitor centre” van de Tower View Point overnachten en hadden dus gratis toegang tot de toiletten en water. De volgende nacht konden we er wel overnachten.

Deze maal werden we pas ‘s ochtends gewekt door Arabieren die er vroeg bij waren voor de vrijdag picknick!

Vrijdag 9 april

We waren al vroeg wakker en druk in de weer om onze picknick voor die middag in het natuurreservaat klaar te maken. Wat rauwe groentjes met pasta en mozarella. Daarna snel ontbijten, onze auto parkeren en het busje nemen naar het natuurpark, waar geen auto’s mogen rijden.

We deelden de bus samen met een Jordaans koppel met twee kindjes. De vrouw was volledig gesluierd en de man zag er uit als een Amerikaan, buiten de lange puntbaard dan. Ze zouden ook in het park gaan wandelen en picknicken en waren beiden goed geladen. Wij hielpen hen dan ook met de kindjes in de bus te zetten en zo ontstond er al snel een spontane vriendschap. Ik liep er sinds Kerak nu ook regelmatig gesluierd bij, wat waarschijnlijk ook wel het gesprek ten goede kwam. De vrouw was half Russisch half Jordaans en sprak vloeiend Engels. Hoewel we haar gezicht nooit gezien hebben was ze reuze vriendelijk en spontaan. We kregen direct wat warm brood toegestopt, dat ze in het dorp gekocht hadden en raakten over van alles en nog wat aan de praat.

Zo vertelde de man ons, Yahya was zijn naam, dat hij dolgraag eens naar Europa zou reizen, maar dat hem dit niet mogelijk was door de manier waarop ze gekleed gingen. Bjorn vertelde hem grootmoedig dat België een relatief tolerant land was. We hoorden pas later van een Nederlands koppel dat we eveneens in Dana ontmoetten, dat er in België een verbod was gestemd op het dragen van burka’s.

Ik begreep intussen volkomen wat de man bedoelde. De papieren om het land binnen te komen, waren op zich geen probleem. Het moeilijkste is de manier waarop de mensen je behandelen. Ik wou hem nog zeggen dat ik hetzelfde, maar dan omgekeerd, in de Arabische landen meemaakte, maar besloot mijn mond te houden.

Ik heb mezelf echter voorgenomen om nooit meer een gesluierde vrouw in Europa met een scheef oog te bekijken. Ik denk dat ieder mens het recht heeft zich te kleden zoals hij/zij dat wil en daarvoor met respect behandeld te worden. Jammer dat je soms zelf moet ervaren om gediscrimineerd te worden, om een meer tolerante kijk te krijgen.

Eens in het tentenkamp aangekomen werden we ontvangen door het hoofd van het kamp, dat ons de verschillende tochten doorheen het park uitlegde. Dana NP, Al Tafila, JordanAlgauw trokken we de prachtige natuur in. Leven en overleven is daar de regel, heel wat eenvoudiger dan wat wij mensen gecreëerd hebben.

Dana NP, Al Tafila, Jordan

‘s Avonds zaten we met z’n allen rond het kampvuur. De tentenkamp leider vertelde ons, dat toen de mens het vuur ontdekte, hij tevens leerde sociale contacten te leggen. Tijdens de koude nacht is vuur immers een populaire verzamelplaats. Dit leek nog steeds een universele regel te zijn, want we sloten er algauw vriendschap met Nederlanders die in Saudi-Arabië wonen.

De rest van ons verslag in Jordanië volgt nog. Door hierop te klikken, ontdek je alvast al onze foto’s.

Zevende episode (Syrië: goed weer en ontspannen…eindelijk)

Woensdag 17 maart

We waren al vroeg op want we hadden een druk druk programma voor de boeg: extra kopieën maken van onze paspoorten, onze alcohol verstoppen (je mag maar 1 liter meehebben als je de Syrische grens oversteekt en wij hebben een heel pak meer dan dat mee) en nog een hotelleke boeken via internet.

Op een uurtje was alles geregeld en vonden we vlot onze weg uit te stad. We moeten het eerlijk toegeven, we waren best wel wat gestresseerd. De grens met Turkije verliep erg vlotjes. Op zich al een goed teken want in sommige verslagen hadden we gelezen dat de Turken je het “nowhere’s land” tussen de twee grenzen niet binnenlieten als je geen Syrisch visum had.

Bjorn regelde als man uiteraard alle papieren en deed het woord. Eens aan de Syrische grenspost, zat ik er gesluierd bij. Achteraf bekeken nogal stom want al die Syrische vrouwen die de grens met Turkije overstaken, waren ongesluierd ;-) .

Aan de grens waren ze erg vriendelijk. Ze moesten toelating krijgen van Damascus om de visum te geven en dan was het in orde. In Damascus waren ze echter aan het vergaderen en dus moesten we een paar uurtjes wachten. Na drie uur en heel wat dollars lichter (verzekering voor de auto, dieseltaksen,…) waren we in Syrië. Dolgelukkig uiteraard!

We vonden al snel de weg naar het hotelletje in Kassab, dat we die ochtend geboekt hadden. Wat een heerlijke luxe… Zo’n mooie kamer hadden we nog niet gehad (badkamer met broebelbad!). We hadden daarenboven een terrasje in de zon en daar genoten we van een heerlijk glaasje van onze gesmokkelde witte wijn!

Genieten…

Donderdag 18 maart

We hadden Syrische ponden nodig en dus reden we na een uitgebreid ontbijt richting Latakia, een havenstadje aan de Middellandse Zee. We maakten er kennis met de Arabische rijstijl en Bjorn hervond algauw zijn Arabische maniertjes, aangeleerd in de Emiraten. Al toeterend, lichten flikkerend en vloekend, baanden we ons een weg door de chaos.

De Syrische grensovergang was meer dan een wissel van land. Het was tevens een intrede in de Arabische wereld en dus het Arabisch geschrift. Erg leuk als je wil weten in welke straat je zit! Na heel wat toertjes, alwéér, vonden we de toeristische dienst. Nu ja, ik weet niet zeker of je het wel een toeristische dienst kunt noemen en ik kan het al minder beschrijven… Beeld je een grauw en stoffig kantoor in, waar je vervolgens niet binnen mag! Er komt een “guur type” uit die dan iemand weg stuurt om wat plannetjes te gaan halen. Op de vraag waar we konden geld gaan afhalen, fronste hij zijn voorhoofd en begon over iets anders. Te moeilijke vraag waarschijnlijk!

Al-Ladhiqiyah - اللاذقية, Muḩāfaz̧at al Lādhiqīyah, Syria En toen kregen we te maken met het hoofd van de toeristische dienst van de streek van Latakya. “No problem” zei hij en even later zaten we in zijn wagen op weg naar een geld automaat. Daarna kregen we dan nog eens een rondleiding in de wagen doorheen de stad. Onderweg stopten we aan een typisch koffiekraampje en trakteerde hij ons op een Nescafé. Na een tijdje waren de twee mannen vooraan in hun nopjes en hadden ze het over de jaloezie van de vrouwen, het “niet te snel beginnen aan kinderen” en de Islamitische huwelijken met 4 vrouwen (waar ze uiteraard tegen waren)! En ik besefte dat ik terecht was gekomen in de Arabische mannenwereld! Een heel raar gevoel voor een westerse vrouw! Overal voert de man het woord (winkel, bank, grens,…) en moet de vrouw zwijgen of de man lijdt gezichtsverlies.

Na de chaos van Latakia, trokken we naar Ugharit. Een erg oude site (2de eeuw voor Christus), waar ze het eerste spijkerschrift teruggevonden hebben. Het spijkerschrift is een verre voorloper van ons huidige alfabet. Het waren voor ons niet meer dan wat stenen, waar een archeoloog waarschijnlijk helemaal van uit de bol gaat, maar die voor ons niet veel zeggend waren.

Al-Ladhiqiyah - اللاذقية, Muḩāfaz̧at al Lādhiqīyah, Syria De site was aan de kust gesitueerd en we besloten nog eens een poging tot wild kamperen te wagen. Tot zonsondergang waren we de plaatselijke toeristische attracties. Vele Syriërs kwamen hier toertjes maken op de moto of een avondwandeling en allemaal liepen ze nieuwsgierig kijkend langs ons. We voelden ons net als dieren in de dierentuin!

Vrijdag 19 maart

Vandaag stond het kasteel van Saladin op ons programma. Daarna zouden we nog een bezoek brengen aan een dode Romeinse stad en dan naar de stad Aleppo trekken. Hadden we niet op de Syrische gastvrijheid gerekend uiteraard!

Saladin, Syria Het Kasteel van Saladin, een burcht die in 1108 door de kruisvaarders ingenomen werd, was echt de moeite waard! Bjorn leidde me professioneel rond, met onze trotter gids en de hand en we droomden weg van de tijd van de kruisvaarders en de helse gevechten! Saladin, die deze burcht echter van onze kruisvaarders veroverde had er heel wat Arabische invloeden achtergelaten, zoals een moskee en hamam .

Voldaan trokken we verder, waarna we even halt hielden in een klein dorpje voor wat brood en eten. We vonden wat later een super mooi plekje met zicht Al Hafa, Syriaop een prachtige vallei vol olijfbomen.  Ik zei nog net tegen Bjorn dat er in Turkije al lang een paar Turken een praatje met ons komen maken zouden zijn, of er stopte een Syriër naast ons. Een iets oudere man, gepassioneerd door het reizen en helemaal weg van onze wagen! Een echte levensgenieter en hij haalde dan ook direct zijn waterpijp boven. Even later kregen we gezelschap van de bovenbuur van onze picknick-plaats, die ons uitnodigde voor een Nescafé. Wij dus met z’n allen naar de bovenbuur voor een Nescafé en waterpijp.

Al Hafa, SyriaDaar werden we aan de hele familie voorgesteld: zijn vrouw en drie kinderen, zijn kleindochter en een nonkel en tante. We kregen onmiddellijk wat fruit voorgeschoteld, gevolgd door een koffie en wat koekjes. De oudste dochter van het gezin, die het beste Engels sprak, zei ons uitdagend dat de baby van 4 maanden haar dochtertje was. Zelf was ze achttien en studeerde nog.

Toen de mannen aan de waterpijp begonnen, trokken de vrouwen naar de keuken. De schoonmoeder van het achttienjarige meisje was intussen ook bij de familie gearriveerd en was druk in de weer met het maken van deeg voor brood. Ik had intussen tijd om met het meisje van 18 kennis te maken. Ze vroeg me of ik getrouwd was met Bjorn uit liefde. Eerst begreep ik de vraag niet goed, en pas later drong tot me door dat hier nog vele door de familie “gearrangeerde” huwelijken gebeuren. Zelf zei ze ook uit liefde getrouwd te zijn. Haar man werkte echter wel in een stad op negen uur rijden van haar vandaan. Zij bleef liever bij haar familie wonen.

Intussen was het twee uur in de namiddag geworden, tijd voor ons Syrische gezin om te ontbijten! En hoewel we pas gepicknickt hadden, gebood de beleefdheid ons alweer aan tafel te gaan. Eens gegeten en tafel afgeruimd, was het tijd om aan het brood te beginnen…. In Syrië eten ze van die platte broden en die worden dan in een rond gat, dat eerst helemaal warm gestookt wordt, tegen IMG_2262de muur geplakt (zie foto). Hier deden ze er dan ook nog wat kruiden en groenten op. En ja, ook daar moesten we van smullen. Na vijf uur bij de familie vertoefd te hebben, ik had intussen een diarree aanval van het vele eten, besloten we dat het tijd was om verder te trekken.  We kregen nog kaas, olijven, olijfolie en brood mee voor onderweg! Het was intussen al veel te laat om nog een bezoek te brengen aan de dode stad. Ook onderweg werden we nog gevolgd door gastvrije Syriërs en na en tijd ging het ons echt op de zenuwen werken! Het was donker en laat toen we in Aleppo aankwamen.

Het was alweer een bewogen dagje geweest vol onverwachte wendingen!

Zaterdag 20 maart

Vandaag brachten we een bezoek aan Aleppo, een erg gezellig stadje, dat een tijd lang een belangrijke stopplaats was op de zijderoute. De kruisvaarders probeerden verschillende malen de stad in te nemen, maar tevergeefs. Het stadje is eveneens in het bezit van de meest authentieke soeks van het midden oosten. Gevaarlijk… Bjorn wil intussen nauwelijks nog de soeks ingaan met me omdat we dan altijd te veel kopen! Het leuke aan deze soek was dat er nauwelijks toeristen waren. Ze vallen er eerder uit de toon. Een heel verschil met de soeks van Istanbul, waar je bijna enkel IMG_2276 toeristen ziet! Ik kreeg er een prachtig blauw sjaaltje van kamelenhaar. We kochten het bij een slimme handelaar zoals je op de foto hiernaast ziet :-) (en ja, het is toch een beetje toeristisch)! Verder kochten we van die lekkere zeep uit Aleppo. Is eeuwenoud en het vreemde aan die zeep is dat hoe ouder ze is, hoe beter. Ze wordt gemaakt van laurier extract en olijfolie. Vrouwen: een ideaal zeepje! Goed voor de huid (werkt hydraterend en ontsmettend), goed voor in de kast tegen de motten en goed voor alle soorten vlekken op de kleren! Bovendien ruikt ze heerlijk! We brachten uiteraard ook een bezoekje aan zo’n zeepfabriek, waar we een uitgebreide Arabische uitleg kregen, waar we niet veel wijzer van werden!

De citadel van Aleppo is ook erg indrukwekkend. Tijdens ons bezoek zagen we er toevallig een Vlaamse vrouw, helemaal gesluierd. Hoogstwaarschijnlijk getrouwd met een “local” en bekeerd tot de islam. Wij vonden het maar een vreemd spektakel.

We eindigden ons dagje in de oude Armeense christelijke wijk. We werden hier al snel aangesproken door een Armeen, die ons gelijk in het zak zette. Hadden we bij de Moslim Syriërs nog niet meegemaakt!

‘s Avonds verwenden we ons en zijn we eens chic gaan eten in het Sissi restaurant. Het restaurant was gelegen in een “beit”, wat huis betekent in het Arabisch. Vanbuiten ziet het er erg sober uit, maar binnenin is het een prachtig versierd gebouw. Ik voelde me er wel wat ongemakkelijk want zat er tussen alle mooie dames in mijn polar trui. Niet bepaald gepaste kledij voor de locatie.

Zondag 21 maart

We zouden dan toch eindelijk de dode stad Sergilla gaan bezoeken, die een paar dagen geleden al op ons programma stond. De route was tamelijk frustrerend want die hadden we al eens gedaan!

In een straal van 80 km rond Aleppo liggen tientallen van die dode steden. Het waren oude Romeinse, Byzantijnse of Arabische dorpen uit de 3de tot de 6de eeuw na Christus. Door oorlogen en een paar jaar van extreme droogte, werden ze verlaten en trokken de bewoners naar de omringende vlaktes. Dankzij het droge klimaat zijn deze steden opmerkelijk goed bewaard gebleven en konden wij ons levendig inbeelden hoe zo’n stadje er vroeger uitzag. Ook hier werden we weer geconfronteerd met het typisch oosterse fenomeen van het behoud van het erfgoed. Het stadje lag er open en bloot bij. Voor de Syriërs bleek het een geliefde picknick-plaats: plaats om een gezellig vuurtje te stoken en met het gezin heerlijk uitgebreid te eten. Onvoorstelbaar!

Onze volgende halte van de dag was het Simeonklooster. De weg ernaar toe was buitengewoon mooi: een heuvelachtig landschap vol met olijfbomen.

Het leven van de heilige Simeon is ook een vreemd verhaal: hij was een herderszoon en voelde zich op vijftienjarige leeftijd geroepen door God. Het kloosterleven was echter niets voor hem, altijd binnen zitten. Liever ging hij buiten bidden en mediteren. Door zijn stijgende populariteit besloot hij op een gegeven moment zich terug te trekken op een zuil van 18 meter hoog! Vandaar gaf hij zijn preken en gaf hij raad aan arm en rijk. Hij heeft daar 40 jaar rechtgestaan! Hiermee was hij als het ware een echte trendzetter want vele volgden zijn voorbeeld. Later werd er rond zijn pilaar een enorme basiliek gebouwd, die je vandaag nog als ruïne kan gaan bewonderen.

IMG_2365 Het was lekker warm die dag en na ons bezoek wou Bjorn nog even van het mooie landschap en de rust genieten op een bankje in het zonneke. Ik trok nog even rond om wat foto’s te trekken. Toen ik terugkwam werd ik geconfronteerd met een schitterend spektakel: Bjorn geconcentreerd aan het lezen en op het bankje naast hem werd hij letterlijk aangestaard door een hele groep Syrische moslim meisjes. Meneer Walgraeve was zich echter van geen kwaad bewust! Hilarisch!! Even later, toen we wilden vertrekken, kwamen ze ons vragen of ze met hem op de foto mochten :-) !

Hmmmmm, misschien komt hij echt nog wel terug met vier moslim vrouwen!

Terug in Aleppo besloten we dat het hoog tijd was om onze Gari eens in bad te stoppen. We stopten aan een car wash, waar Bjorn eerst de prijs van de wasbeurt onderhandelde. Gari zag er al gauw terug als nieuw uit. We waren zo blij dat we het manneke per ongeluk een te grote fooi gaven. Toen we wegreden vloog zijn arm er bijna af, bij het ons enthousiast uitwuiven. Van onze onderhandelde prijs, schoot niet veel over ;-) !

Maandag 22 maart

Onze tijd in Syrië was maar beperkt vanwege de erg dure dieseltaksen en dus moesten we verder. We zouden naar de vallei van de Eufraat trekken langs Rassafa. Dit was een militaire post van de Romeinen om de oostelijke grens van het keizerrijk te bewaken. De site, waar niet veel meer van IMG_2432overblijft dan de omwalling, is midden in de woestijn gelegen en erg indrukwekkend. We picknickten er op de omwalling en trokken daarna de woestijn in om te overnachten. Het was mijn eerste ervaring met de woestijn en het was prachtig! Dit was waar we de laatste maanden naar uitgekeken hadden! We openden een flesje champagne en voelden ons de koning te rijk!

Dinsdag 23 maart

IMG_2442 Slapen in de woestijn is één ding en uitslapen hoort daar niet bij! Op de een of andere manier zijn de bedoeïenen altijd wel op de hoogte van ons bezoek en dus komen ze één voor één, van zodra de zon op is, even langs met hun schapen! Later kregen we ook nog een bezoekje van twee bedoeïenen met de vrachtwagen en werden we bij hen uitgenodigd. Ze waren echter totaal niet opdringerig en nadat ze hun koffie ophadden trokken ze weer terug naar hun tentenkamp.

Wij trokken verder naar Deir-ez-Zor, de grootste Syrische stad aan de Eufraat. Terwijl we door het stadje liepen, kregen we algauw gezelschap van een student die zijn Engels wou oefenen. Hij was zoon van een kleermaker en moest ‘s avonds en ‘s nachts naaien om zo zijn studies te kunnen financieren. De jongen, die zelf uit Aleppo kwam, was niet te spreken over de plaatselijke bevolking van de stad. Blijkbaar hebben de Syriërs hier al meer de Iraakse zeden en gewoonten. Nadat hij ons geholpen had met onze inkopen, namen we afscheid en trokken we verder naar Doera Europos.

Doera Europos is een hellenistische of oud-Griekse stad maar veel meer dan een paar ruïnes, blijft er niet van over. Wel hadden we van hier een mooi zicht op de Eufraat.

We trokken snel verder, terug richting woestijn, om daar te overnachten. De woestijn hier had echter niets te maken met het deel dat we die ochtend gedaan hadden. Het was hier echt een troosteloze, kale vlakte!

Woensdag 24 maart

Ook vandaag werden we weer gewekt door de Bedoeïenen en hun schapen! We waren dus al vroeg weer op weg naar Palmyra, een site in het midden van de woestijn. Van onze Zwitserse vrienden hadden we al gehoord dat hier een schitterende camping lag :-) , met zwembad en warme douches, zalig!

We kwamen er tegen de middag aan en de camping overtrof onze verwachtingen. Het was een ware oase van palmbomen en olijfbomen, gelegen aan de ruïnes van de oude stad.

Eens heerlijk niets doen aan het zwembad, super!

Donderdag 25 maart

‘s Morgens kreeg ik van de eigenaar van de camping een mooie ketting van de Bedoeïenen. Geen idee waarom ik die kreeg, maar ik was er wel heel blij mee! De eigenaar zelf was zelf ook een Bedoeïen en had een Nederlandse vriendin die daar net ook op verlof was. Een lieve dame, werkte eveneens in Rotterdam en had vroeger ook nog vlakbij Bjorn zijn appartementje in Rotterdam gewoond. De wereld is soms toch klein hè…

‘s Morgens en ‘s avonds bezochten we de mooie ruïnes van de oude stad. ‘s Middags nam Bjorn even de tijd om aan de auto te prullen en ik ruimde onze kleerkast eens op.

‘s Avonds laat werden we getrakteerd op een verschrikkelijk onweer, en dat in de woestijn! Ik begin stillekesaan te geloven dat Bjorn en ik het overal kunnen doen regenen.

Vrijdag 26 maart

We werden gewekt door nog meer regen. Alles zat onder de moeder van de stortbui van de vorige avond en de woestijngrond was drassig. De temperatuur was daarenboven met zo’n tien graden gedaald en het was dus echt koud!

Vandaag zouden we het “Krak des Chevaliers” bezoeken, dé best bewaarde kruisvaarder burcht van Syrië, die de Arabieren enkel op het einde van de kruisvaarder tijd via een list konden inpalmen.

Hoewel de burcht op prachtig glooiende heuvels gelegen is in een mooi landschap, konden we hier niets anders van zien dan wolken! Het bezoek was dan ook een echte afknapper en we besloten om daar niet te kamperen maar verder te trekken naar Damascus. Het verschil in temperatuur was te drastisch en we hadden beiden barstende koppijn.

Uiteindelijk hielden we halt in Ma’aloula, een christelijk dorpje. We sliepen er in een Grieks-orthodox klooster, waar je ook een kamer kon huren als extra inkomsten voor de nonnekes. Het was er lekker warm binnen…

Zaterdag 27 maart

Deze keer werden we gewekt door het gezang van de nonnekes. Ze hadden de Islamitische gewoonte van het gebed overgenomen en uit de klokkentorens van heel de stad klonk het christelijke gezang van de mis!

Het deed ons vreemd genoeg goed om nog eens wat kerkjes en ongesluierde dames te zien (behalve de nonnekes dan natuurlijk). We bezochten er nog het klooster van de Heilige Serge en trokken verder via de bergen naar Seydnana, een ander Christelijk stadje.

Tegen de middag trokken we de chaos van Damascus in, op zoek naar een hotelletje. Wat een gedoe zeg! Alle adresjes van de trotter waren volzet en ik werd telkens als vrouw alleen erg onvriendelijk onthaald. Bij Bjorn ging het niet veel beter en we vonden uiteindelijk een erg erg duur hotel vol met kakkerlakken!

Pasop, het personeel was hier wel erg vriendelijk :-) !

In de namiddag kuierden we wat rond in het nieuwe deel van de stad en kwam het zonneke er terug door!

Zondag 28 maart

Bjorn had goed geslapen, maar ik had geen oog dicht gedaan! De wekker liep al vroeg af want mijn GSM was automatisch overgeschakeld op zomeruur. We hadden besloten dat we ‘s avonds naar een camping zouden trekken nadat we de oude stad van Damascus bezocht hadden. We checkten dus uit en trokken het oude stadscentrum van Damascus in. De Syriërs waren duidelijk niet op het zomeruur overgeschakeld (in de gids stond enkel vermeld dat ze ongeveer rond dezelfde tijd als wij overschakelden) en als gevolg liepen we door lege soeks. Ook alle musea waren nog dicht en dus zat er ons niets anders op dan in het zonneke te kijken naar het ontwaken van de stad.

We bezochten vele prachtige ‘”beits” en paleizen. We gingen eveneens naar de Grote Moskee van Damascus, waar Johannes de Doper begraven ligt. De moslims zien hem als een voorloper van de Islam en vereren hem dus ook, en hoe! Ik moest helemaal gesluierd de moskee in. Vrouwen en mannen werden gescheiden. Moedig trok ik naar het graf van Johannes en daar werd ik letter vertrappeld en weggeduwd door hysterische vrouwen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Sommigen schreeuwden, andere zaten fanatiek te bidden op een matteke tussen al het volk, anderen duwden iedereen agressief weg om aan het graf te komen. Vooraleer ze naar het graf gingen, trokken ze nog een laken boven hun laken aan! Geen idee waar dat goed voor is. Tussen al het gedrang liep dan ook nog eens een man cd’s te verkopen en ik moest plots aan de catechismus les denken, waar Jezus de verkopers de synagoge uit zwierde. Ik kon hem op dat moment geen ongelijk geven!

IMG_2550 Al snel ging ik terug naar buiten, waar ik in volle paniek schoot omdat ik vreesde Bjorn in die drukte nooit te zullen terugvinden. Ik werd dan ook nog eens door een bewaker vast gegrabbeld omdat mijn kledij niet gepast was. Het wenen stond me nader dan het lachen en Bjorn vond me helemaal over mijn toeren terug in een prachtige beige vest die ik van de bewaker had moeten aantrekken! Geef mij dan toch maar de rust en stilte van een kerk hoor!

‘s Avonds vonden we na even zoeken de camping terug. Op onze zoektocht ontmoetten we een super sympathiek Duits koppel met wie we samen op de leuke camping arriveerden.

Een paar dagen voordien hadden we inkopen gedaan voor macaroni met kaassaus, en zo genoten we nog eens van de Belgische keuken, lekker lekker lekker! We waren blij terug in ons huisje te kunnen overnachten!

Maandag 29 maart

Samen met het Duitse koppel namen we een taxi naar Damascus. We bezochten het archeologisch museum. De dame, Suzy, was kunst psychologe. Ze behandelt mensen aan de hand van wat ze tekenen. Ik vertelde haar over de muziek therapie in Edirne en dat blijkt nog steeds een erg efficiënte manier te zijn om psychisch gestoorde patiënten te behandelen!

Suzy maakte in Damascus een gelijkaardig moskee bezoek als ik en we begrepen mekaar volkomen.

Dinsdag 30 maart

Onze laatste dag Syrië! Ons visum liep af en we moesten dus persé vandaag het land uit, wilden we geen extra kosten. Ons bezoek aan Syrië kostte ons nu al in totaal 266 €! aan grenstaksen. We maakten een laatste bezoek aan Bosra, een stadje met een erg goed bewaard amfitheater.

De grens met Jordanië verliep erg vlot. Bjorn is ondertussen een echte specialist geworden en stak de andere toeristen voorbij :-) ! Ik wachtte weer geduldig in de auto zo fier als een gieter op mijn ventje…

We arriveerden goed op tijd en vooral doodmoe in de camping en hadden beiden nood aan een paar dagen rust om van Syrië te bekomen! Het was een fantastische ervaring. Het land is veelzijdig en ligt voor een deel aan de oorsprong van onze beschaving. De Syriërs zijn enorm vriendelijk en we zullen hun gastvrijheid niet snel vergeten (mijn maag ook niet ;-) )! Bjorn hervond er het Midden Oosten: het eten, de maniertjes (bij alles dat hij zegt grijpt hij dramatisch naar het hart zoals het hoort) en het verkeer :-) !

Ontdek hier een selectie van onze mooiste foto’s van Syrië.

Tussendoortje

En ja…we leven nog! We hebben geen avonturen met militairen meer gehad en voor zij die het nog niet weten: we zijn vlot Syrie binnengeraakt.

Een uitgebreid verslag met fotokes volgt nog.

Morgen trekken we naar Jordanie, waar we hopelijk meer internet mogelijkheden hebben dan hier in Damascus.

Vele vele groetjes x

Zesde episode (op avontuur in het binnenland van Turkije)

Vrijdag 12 maart

Om ons even onze “Syrië stress” te doen vergeten waren de goden ons goed gestemd en we hadden eindelijk heerlijk warm weer! Samen met de Zwitsers trokken we ‘s morgens vroeg richting Iznik. We raakten met de hulp van onze parkeerwachters en hun aanwijzingen erg vlot uit Istanbul! We hadden wel even moeite om de autosnelweg op te raken want hiervoor heb je blijkbaar een kaart nodig. Dit staat wel nergens aangegeven (behalve in het Turks dan misschien). Je moet het als toerist dus maar uitzoeken! Marco en Bjorn zijn dit als echte mannen aan de weet gekomen en kwamen trots terug met een kaart die we de rest van ons verblijf in Turkije erg goed konden gebruiken!

Iznik is een klein stadje met dubbele omwalling en aan een meer gelegen. De Turken uit Istanbul komen hier in de zomer naar toe voor wat frisse berglucht. Het was er lekker rustig (laag seizoen) en de man van het toeristisch bureautje beleefde dan ook letterlijk een hoogdag toen er plots twee! wagens met toeristen kwamen aanzetten. We werden hartelijk onthaald en kregen wat eau de cologne over onze handen gesprenkeld! Hij gaf ons eveneens aan waar we een camping konden vinden! Eindelijk… we zouden onze tent eens kunnen openklappen! We vonden een zalig plekje met zicht op het meer en het was helemaal gratis! Ik was in mijn nopjes want kon nog eens koken :-) !

Zaterdag 13 maart

‘s Morgens vroeg vertrokken we onder een stralende zon het binnenland van Turkije in. We namen wat kleine baantjes en gingen al direct “off road”. Onze Gari was in z’n nopjes en lekker vuil! Het eerste deel trokken we door olijfbomen plantages. Daarna door het bos en de bergen, om in de vlakte te eindigen.  We zaten hier echt in het niet toeristische deel van Turkije en een plaats vinden om te overnachten was dan ook niet simpel.

Het begon te schemeren en Bjorn besloot dat het tijd was voor actie! Hop, we reden het erf van een boerderij op en in onze beste gebarentaal vroegen we of we daar mochten overnachten. Geen probleem: even de autosnelweg oversteken en we konden het veld over zijn boerderij als kampeer terrein gebruiken! We zetten ons achter de stallen van de kippenboerderij en sloten vriendschap met de herder Achmed en zijn zoon die hun schapen op onze kampeer weide aan het hoeden waren! Ik maakte een ezelritje (niet simpel zonder zadel) en de sfeer zat er in!

En toen gebeurde het! Ik zal even een schets geven van de situatie:

Marco en Tamara waren druk bezig een Zwitserse raclet met Turkse kaas voor ons te maken. Bjorn zat op het dak van de auto om ons vlies dekentje uit onze leger doos te halen. Ik was wat aan het “nietsen” en praten en keek in de richting van de kippenstallen. Nu moet je weten dat die stallen in een soort “put” van de weide gebouwd waren en dus een pak lager stonden dan de weide zelf. Op de weide was het terrein afgesloten met prikkeldraad. Plots zag ik van uit het niets een hele groep zwaar bewapende militairen over de prikkeldraad springen. Ik moet daar letterlijk met open mond gestaan hebben en riep naar de Duitsers dat er militairen op ons afkwamen. Marco snelde erop af en wou de bevelhebber over de prikkeldraad heen helpen. We waren ons nog van geen kwaad bewust. Bjorn had ze blijkbaar al eerder gezien, maar dacht dat het scouts mannekes waren die legertje speelden en dacht er niet aan ons te waarschuwen! Hij hield zich veilig en wel gedeisd op het dak.

De militairen kwamen met geladen mitrailleurs op ons af, klaar om te schieten! Onze vriend Achmed de herder kwam ons te hulp gesneld maar werd boos weg gestuurd. Toen ze eindelijk door hadden dat we onschuldige toeristen waren, kregen ze allemaal de slappe lach (behalve de bevelhebber).  Eén van de militairen hield zijn mitrailleur nog steeds op mij gericht toen hij “ontlaadde”. Pas dan beseften de Zwitsers en ik de ernst van de situatie. Marco die als hobby schietlessen neemt, verzekerde ons dat dit het “serieuze materiaal” was. Bjorn besloot toen dat het tijd was om van het dak te komen. Hij moest met zijn legerjasje onmiddellijk onze paspoorten tonen aan de boze bevelhebber.

Wat bleek: de boerderij waarachter we stonden was van een andere boer dan die aan wie we toelating gevraagd hadden. Met onze groene wagens en Bjorn zijn welbekende groen-kaki legerjasje, dacht de man dat een geheim leger hem kwam overvallen en belde in paniek de politie op.

Conclusie: we moesten ons boeltje pakken en vertrekken. We mochten nog onze raclet afmaken, maar dat zagen we niet echt zitten! Zo snel we konden, pakten we alles in en trokken we richting Afyon. Een lelijke, arme stad, beter kan ik het niet beschrijven. We vonden daar een vervallen vijf sterren hotel met hamam om te bekomen van ons avontuur en terug wat op te warmen!

Zondag 14 maart

‘s Morgens zag Afyon er al direct wat minder eng uit. Vanuit ons hotel hadden we zicht op een enorme rots die blijkbaar midden in de stad van Afyon stond. Indrukwekkend!

We waren wel blij toen we de stad en de streek achter ons konden laten en terug in meer toeristische oorden kwamen. Op weg naar het stadje Konya, reden we langs een oud verlaten Grieks dorpje, Sille genaamd! Het bestond uit prachtige rotswoningen en een “rotskerk” met nog overblijfselen van muurschilderingen, vernietigd door krassen en graffiti. Best wel choquerend hoe ze hier met erfgoed omgaan. Joke: je haar zou hier van omhoog gaan staan, echt waar!

Daarna reden we richting Cappadocië en volgden we een tijdje een deel van de oude zijderoute. In Sultanhani, vlakbij de grootste en best bewaarde karavanserai van Turkije, vonden we een camping. Een karavanserai is plaats waar de vermoeide reizigers konden overnachten. De kamelen, die de handelaars op hun tocht langsheen de zijderoute vergezelden, konden zo’n 40 km per dag afleggen. Langsheen de zijderoute vind je dan ook om de 40 km overblijfselen van deze karavanserai.

We werden in de camping hartlelijk in het Frans ontvangen en kregen er een heerlijk Turks wijntje voorgeschoteld omdat we de eerste toeristen van het seizoen waren. Een heel verschil na ons avontuur van de vorige nacht. We aten de raclet van de Zwitsers en keken naar de sterren, heerlijk!

Maandag 15 maart

Na een bezoekje aan de karavanserai van Sultanhani trokken we naar  het prachtige Cappadocië. De zon had ons intussen weer in de steek gelaten en het was echt ijs-ijskoud! Na een bezoek aan de magische feeën schoorstenen trokken we moedig naar de beste camping van de streek. We zetten ons uit de wind, maar besloten na een tijdje toch maar om naar een restaurant te trekken want we waren intussen helemaal onderkoeld!

Dinsdag 16 maart

Bjorn en ik waren de koude van Turkije beu en de stress om Syrië binnen te raken begon weer de kop op te steken! We besloten dus om naar het zuiden te trekken tot Antakya. Deze stad was in vroegere jaren de Syrische hoofdstad en was vlak bij de Syrische grens gelegen. We trokken alweer door een prachtig landschap en waren het er over eens: Turkije is een wondermooi land! Een echte aanrader om met de wagen te doen.

Het was een helse en vermoeiende rit en onderweg namen we afscheid van de Zwitsers, die nog een paar daagjes langer in Turkije wilden blijven. We kwamen in het donker in Antakya aan. We waren druk op zoek naar een goedkoop hotelletje in deze niet erg toeristische stad, toen de lichten van Gari het plots begaven! Bjorn reed al prullend met de knopjes van de lichten het stad door en rekende op mij voor weg instructies. Een ware ramp, you know me ;-) ! Hoeveel toertjes we gedaan hebben, weet ik niet, maar uiteindelijk vonden we een goedkoop en keurig hotelletje! Hopelijk zou dit ons laatste nachtje Turkije worden raakten we de dag erop de grens met Syrië over…

Vijfde episode (Turkije voor beginners)

Dinsdag 9 maart tot vrijdag 12 maart – Istanbul

Dinsdag ochtend vertrokken we goed uitgerust verder naar Istanbul. Het landschap zag intussen nog witter dan de dag ervoor en het bleef maar sneeuwen… We hadden de nacht voordien nog telefonisch een hotelleke vastgelegd voor maar weinig geld.

“We were on the road again.”

Onderweg maakte de sneeuw plaats voor regen, maar het was nog steeds bitterkoud.  Onze reisgids raadde ten zeerste af om met de wagen Istanbul in te rijden, maar ja, die kennen dan ook Bjorn Walgraeve niet. We zagen op het laatste moment een richting aanwijzer naar Topkapi staan. Een bus voorbijstekend, namen we al slippend de bocht van de afrit met onze Gari van 3 ton! Bjorn kan met zijn cowboy stijl, zoals ik het noem, alle wegen aan! Waar we wel niet op gerekend hadden was dat er twee topkapi’s waren. Topkapi was het paleis van de sultans, voor dat Atatürk in Turkije aan de macht kwam. Nu blijkt er ook een wijk Topkapi te bestaan op 8 km buiten het centrum van de stad. Wij dus maar toertjes rijden en geen paleis te zien! Helemaal ten einde raad, gingen we dan maar de weg vragen. In vlot Turks kregen we richting aanwijzingen, waarmee we wonderbaarlijk genoeg, tamelijk vlot de weg naar ons hotel vonden. Vlak bij het hotel vonden we een parking en ook hier sloten we vriendschap met de parkingwachters!

In onze hotelleke aangekomen, bleek dat we de prijs wat al te goed onderhandeld te hebben en met veel tegenzin kregen we de sleutel tot wat drie dagen onze kamer zou zijn. In de namiddag bezochten we de blauwe moskee, de ondergrondse citernes en de Grote Bazaar. In de Grote Bazaar kochten we van die typische Turkse thee glaasjes. Waarschijnlijk betaalden we ze te veel, maar we waren zelf behoorlijk tevreden over de prijs. Tot dan verliep alles nog goed…

Na onze ontdekkingstocht door de bazaar, aten we een soort van Turkse pannenkoek en keerden we naar ons hotel terug. Mijn oog werd echter getrokken door heerlijk Turks fruit en dus stapten we het winkeltje binnen. Die man die bleef maar scheppen in dat kleine doosje, intussen pratend over de Belgische voetbal. Hij vond het super dat Bjorn ook Club Brugge fan was en even moesten we aan Jürgen denken, die zou het hier super doen! Toen we even later de prijs te horen kregen, was de pret over en sloegen we letterlijk achterover! Nu ja, helemaal kon het ons humeur niet bederven want we hadden die avond wat te vieren. We waren die dag twee jaar samen en dus openden we een flesje cava en testten we onze nieuwe thee glaasjes uit. Heerlijk begeleid met het beste Turkse fruit van het land (zou toch moeten voor die prijs).

De dag erop hingen we nog maar eens de toeristen uit en bezochten we het Topkapi paleis, de Aya Sophia en de Egyptische Bazaar. Ik liet me, om de dag goed af te sluiten, verwennen in een Turkse hamam. Bjorn trok richting hotel, even de auto checken en boek lezen. Achter de ruitenwisser zat een briefje van twee Zwitsers, Tamara en Marco, zij rijden ook met een defender naar Afrika en stonden op dezelfde parking.

We sms’ten ze enthousiast en spraken om acht uur ‘s avonds af om samen iets te gaan drinken. Tegen kwart na zeven kregen we een berichtje van hen om te vragen waar we bleven! En ja, we waren dus even uit het oog verloren dat er een uur verschil is tussen Turkije en België… daar komen we dus pas na 4 dagen achter :-)

Onze kennismaking met de Zwitsers verliep een beetje stroef. Ze wilden dezelfde trip doen als wij, maar dan in 4 maanden, met als doel naar Zwitserland te gaan kijken op het WK voetbal.

Tijdens het spreken kwamen de aanvragen van de visums ter sprake en wat bleek… We hadden in België absoluut een visum voor Syrië moeten aanvragen! Paniek alom en we voelden ons echt…twee klungelaars van globetrotters. Ik (Nele) nog het meest want ik zou het eerste deel van de reis voorbereiden en was niet erg trots op mezelf…

Vrijdag brachten we dan ook door op onze hotelkamer met het bellen naar ambassades. Hemeltje lief, wat een gedoe die diplomatieke wereld!

De ambassade van Syrië in Ankara wou ons best een visum geven, op voorwaarde dat we in bezit waren van een aanbevelingsbrief van de Belgische instanties. De Belgische instanties weigerden ons zo’n brief te geven aangezien dit soort van brieven in de Belgische diplomatieke wereld niet bestaat. Dan maar de ambassade van Syrië in België gebeld, die ons dan weer schreef dat we het advies van hun collega’s in Ankara moesten volgen. Als absolute topper belden we het ministerie van buitenlandse zaken waar we na verscheidene malen te proberen, helemaal niemand aan de lijn kregen!

We kwamen tot het besluit dat we gewoon naar de grens zouden trekken en proberen daar een visum te bekomen! We besloten ook na ons voorval in Pannonhalma, om als getrouwd koppel onze reis verder te zetten en we schaften ons twee zilveren ringen aan in de Grote Bazaar.

We genoten van een laatste etentje in Istanbul en waren helemaal klaar om het binnenland van Turkije te verkennen!

Vierde episode (het warme en zonnige Turkije)

Zondag 7 maart

Vanaf Turkije hadden we besloten het met een gids te doen :-) , wat een luxe! Tijdens onze lange tocht doorheen Servië en Bulgarije hadden we dus de tijd gehad om grondig te bekijken waar we zouden overnachten in Edirne. We waren het er beiden over eens: het zou hotel Efe worden! Tamelijk vlot (na 2 keer de weg te vragen), vonden we het hotel! Alles liep dus goed, tot we de prijs hoorden! We hadden niet begrepen dat Trotter de prijzen per nacht en per persoon aangaf, echter hadden we  niet direct een alternatief, maar het is best een gezellige hotelletje.

Nadat we ons geïnstalleerd hadden, trokken we naar buiten om een hapje te gaan eten.  We waren het er beiden over eens: jaja, het voelde hier echt wel warmer aan en we waren gelukkig! Na die minuten doorheen de stille, uitgestorven en koude straten van Edirne getrokken te hebben, waren we daar al niet zo zeker meer van! Uiteindelijk in het trendy en dure restaurant van ons hotel gegeten en van daar rechtstreeks ons bed in. Het was 21u30 en we waren beiden doodop!

Maandag 8 maart

Onze illusie van het warme Turkse klimaat was voorbij! We trokken het gordijn open en zagen vanuit ons venster onze Gari met een laag sneeuw bedekt in de straat staan. Het was zowaar aan het sneeuwen! Het dure hotelletje was ons uiteindelijk goed bevallen en de vermoeidheid van een week intens reizen, deed ons besluiten een dagje rust te nemen.

Eens lekker uitslapen, rustig ontbijten, een paar dingen bezoeken en onze trip naar Istanboel voorbereiden. Bjorn gaf eerlijk toe, dat het nog zo geen slecht gedacht was!

Tegen 10 uur ploeterden we vol goede moed doorheen de besneeuwde straten van Edirne. Aan onze auto stond een dame een bonnetje op te schrijven en bleek dat we fout geparkeerd stonden. Geen probleem, we moesten ons gewoon verzetten en werden vriendelijk begeleid naar een gratis staanplaats. Even later kwamen we de dame terug tegen en die deed teken dat ze nu wel een warme koffie kon gebruiken! Bjorn gaf haar en haar collega 10 Turkse Lira (= 5 €). Blij dat die waren!

We hadden er niet direct aan gedacht om onze “botinnen” aan te trekken en onze voeten waren algauw nat en ijskoud! We bewonderden 3 moskeeën op rij en vonden het toen tijd voor een warme Turkse linzensoepje! Heerlijk en goedkoop :-) !

In de namiddag trokken we met Gari naar een oud “middeleeuws” hospitaal complex! Super interessant! Het bleek een psychiatrisch hospitaal te zijn, waar ze muziek en water therapie gaven aan de patiënten! Wij hadden daar zelfs nog nooit van gehoord. De Turken zaten toen duidelijk een pak voor op ons want in West-Europa hadden de kerk en de feodale landheren het toen voor het zeggen en waren er niet echt veel hospitaals, laat staan psychiatrische instellingen!

Bij onze terugkomst aan het hotel, vonden we niet onmiddellijk plaats. Onze twee parkwachters stonden daar echter trouw in de kou en hielpen ons alweer aan een gratis parkeerplaatsje! We hadden er twee Turkse vrienden bij :-) !

Namiddag verder doorgebracht met foto’s en verslagje voor de website. Tegen 18 uur besloten we iets lekkers te gaan eten. Aangezien het nog altijd stevig aan het sneeuwen was zijn we niet verder dan de eerste hoek gegaan, leek gezellig, er zat wat volk… echter, bleek dat ze geen kaart hadden. Nu, de ober kon de dagschotel enkel in het Turks zeggen, we namen dan maar het risico, 2 porties graag :-) Bleek uiteindelijk gebakken lever/nietjes te zijn… en daar zaten wij dan met de gebakken peren.. geen van ons lustte dat…

Avond afsluiten met filmpje op computer (dank u Sven!)

Derde episode (doorheen de toenmalige Oostbloklanden)

Vrijdag 5 maart

Na onze doortocht doorheen Belgrado waren we lichtelijk bezorgd. Wat te doen? De hele nacht doorrijden of toch ergens proberen een hotelletje te vinden? Intussen was het pikdonker (neen, er is in Servië geen straatverlichting zoals in België) en lag de autosnelweg er verlaten bij.

Toen zagen we plots uit het niets een bordje met motel opduiken binnen 30 km. Ha, we waren gered :-) ! En toen… misten we de afslag naar het hotel! Intussen waren we zo moe dat we maar beginnen lachen zijn. Net na de afslag naar het motel dat aan de autosnelweg lag, was tevens een afrit. Die hebben we dan genomen en toen zijn we dus de autosnelweg richting Belgrado terug opgereden en hebben we ‘”het blokje rond” gereden. Moet je weten dat ze in Servië dus ook met péage werken zoals in Frankrijk. Gezien het beperkte Servische budget werken die mensen echter aan de beide kanten. Die péage beambte moet ons ook goed gek verklaard hebben ;-) !

Het hotel was, zoals te verwachten, een “louche zaak”. De prijs hing af van je gezicht: wij moesten 51 € betalen (weer 2 dagen levensbudget eraan). Let op: er hingen wel overal bewakingscamera’s en het ontbijt was inbegrepen. Onze Gari was dus veilig en wij waren al lang blij dat we een onderkomen voor de nacht gevonden hadden!

Zaterdag 6 maart

‘s Ochtens weer vroeg de baan op want we wilden in één trek door naar Edirne in Turkije trekken. We hadden weinig vertrouwen in de veiligheid in Bulgarije en wilden daar zo snel mogelijk door racen (lees tegen 100 km/u)!

Het ontbijt in ons vreemde motel was beperkt: we konden kiezen tussen een omelet of omelet en thee of appelsiensap. Voor koffie moesten we een supplement betalen!

Het zonnetje was echter van de partij en en niets kon onze pret bederven. Vol goede moed begonnen we aan onze tocht. We maakten een kleine stop aan het Grieks-Orthodoxe klooster van Ravanica. Mooi gelegen in het heuvelachtige landschap. Het was een vreemde ervaring om er zovele Serviërs te zien bidden net of hun leven er van afhangt. Zou dit een tegenreactie zijn op het geloofsverbod onder het communistische regime?

Daarna reden we verder langs de E80, die intussen van autosnelweg was omgetoverd tot een mooi bergwegje. En toen moesten we plots remmen… Bjorn dacht nog dat het een stop was voor de trein en we wachtten dus geduldig af. De vrachtwagen achter ons claxonneerde echter en deed teken dat we moesten doorrijden. We reden langs kilometers vrachtwagens die geduldig aan het wachten waren om de grens van Servië met Bulgarije over te steken. Wij hielden een laatste keer halt in Servië aan één van die splinternieuwe tankstations met waanzinnig veel personeel. We vulden onze Gari nog eens boordevol vooraleer we aan de grote trek doorheen Bulgarije begonnen. Het was intussen ook middag en dus aten we een klein broodje om terug op krachten te komen en hop, we konden weer verder.

De grensovergang bleek totaal geen probleem en nadat we een vignet van 11 € ongeveer betaald hadden (moest uiteindelijk maar 10 € betalen want hij kon niet teruggeven), reden we Bulgarije binnen. Het landschap was hier nog troostelozer dan Servië en alles zag er dor uit! We besloten nog om een flitsbezoek doorheen het centrum van Sophia te maken, wat lichtelijk fout liep. We misten het centrum en konden enkel van ver de gouden koppels van één of andere kerk bewonderen. De voorsteden, bevestigden ons vermoeden, dat Bulgarije maar een arm arm land was. Nadat we terug de E80 gevonden hadden, reden we verder over de snelweg vol gaten (onze Belgische snelwegen met gaten zijn er een ware luxe tegen). En toen werd de E80 plots weer een landwegeltje. Deze keer niet doorheen mooie bergen zoals in Servië, maar doorheen straatarme dorpjes, vol krottenhuisjes zonder licht. Een vreemd aanzicht. Af en toe werd de weg opgevrolijkt door een kaaskraampje en een kraampje waar ze rieten manden en kleurrijke paardenkarren! verkochten.

Intussen was het donker geworden, hadden we beiden barstende hoofdpijn en was ons landwegeltje veranderd in een “karrenspoor” want er waren wegenwerken! Om dan je weg te vinden in het pikdonker, was niet simpel! Plots stootten we weer op een kilometerslange file van vrachtwagens, die we als spookrijder moesten voorbij steken. Spannend!! Deze file was zowaar nog langer dan de file aan de Bulgaarse grens. We moeten toegeven dat we vanaf nu de Bulgaarse truckers die onze Belgische wegen onveilig maken, met een heel andere blik bekijken dan vroeger. We hebben ons zelfs voorgenomen om ze vanaf nu in het voorbijrijden eens vriendelijk toe te wuiven want die mannen zijn werkelijk bewonderenswaardig!

En toen kwamen we aan de grensovergang. We zijn nog nooit zoveel douanebeambten in ons leven gepasseerd, maar alles verliep erg vlot. Het is telkens hetzelfde verhaaltje: streng vragen ze om de wagen te openen en dan zien ze al onze kastjes en doosjes en laten ze ons gewoon verder rijden! Blij maar doodvermoeid met intussen een migraine aanval kwamen we in Turkije aan rond 8 uur ‘s avonds! We hadden er een tocht van maar liefst 12 uur rijden, opzitten!

Tweede episode (steden en kloosters)

Woensdag 3 maart

Tante Joyce en Chantal hadden het leuke idee om ons op een dagje München te trakteren, de hoofdstad van het katholieke Beieren. En hoewel deze stad niet echt op de kruisvaarder route lag, deed het ons thema totaal geen onrecht aan. We bezochten er tal van kerken, de een al wat mooier dan de andere en vooral, allemaal barstensvol! Ik was erg onder de indruk van de imposante gebouwen en mooie winkels. Bjorn had dit alles al eens gezien en drentelde gezellig naast z’n nichtje mee. Naast de kerken en het katholieke geloof was ik ook erg verbaasd om nog zovele Duitsers in traditionele klederdracht te zien. Je weet wel: de kniebroek met de kousen eronder en dan geheel assorti een hoedje met pluim op, de bretellen en het witte hemd niet te vergeten! Tijdens de oktober bierfeesten loopt naar het schijnt iedereen in München zo rond (jaja, ons nichtje inclusief) en gaat iedereen zo werken! Verder heb je daar ook echt zo van die biercafé’s van brouwers en daar zitten dan ook van die mannen in traditionele kledij aan de stam-café- tafel waar enkel de stamgasten een plaatsje gereserveerd hebben. Leuk om nog zo’n beetje folklore terug te vinden in onze geglobaliseerde steden met overal dezelfde winkels…

‘s Avonds genoten we van een laatste avondmaal bij de familie, gezellig genieten!

Donderdag 4 maart

‘s Ochtends vroeg werden we door tante Joyce en nonkel Steve nog van een stevig ontbijt en lunchpakket voorzien en waren we klaar om onze tocht verder te zetten. Er stond ons een druk programma te wachten: we zouden langsheen de Donau naar Melk en dan verder naar Wenen trekken om daar ‘s avonds in de orangerie van het kasteel Schönbrunn van de typisch Weense muziek te genieten.

Ook hier nog even een spannend tankmoment (hopelijk wordt dit geen rode draad in het verhaal): nonkel Steve vertelde ons dat het in Oostenrijk net iets goedkoper was om te tanken… En ja, we zijn er in geslaagd een nieuw lege-tank-record te breken :-) (to be continued!!)!

Van de abdij van Melk stonden we paf: een prachtig klooster helemaal bovenop de berg van het stadje Melk. Jammer genoeg was alles toe, maar we hebben toch een bezoekje kunnen brengen aan de kerk: een waar pareltje van Barok kunst. Heel veel tijd hadden we verder niet want we moesten op tijd in Wenen geraken om in ons hotelletje in te checken. Na het inchecken trokken we met de metro naar Schönbrunn, waar we eerst in een typische Oostenrijkse kroeg vol met ‘locals” lekkere boerenkost met uiteraard een goede pint voorgeschoteld kregen :-) .

Vrijdag 5 maart

Het zonneke scheen en vol goede moed begonnen we aan onze tocht doorheen Wenen. Lang duurde het plezier niet want Bjorn, ons Afrikaantje, kon de koude temperaturen niet aan. Hoewel de stad prachtig is, kon hij er ocharm echt niet van genieten! We waren blij toen we met Gari en vollen bak chauffage konden verder trekken.

Vanaf hier begint dan ook het echte kruistocht avontuur!

Erg moe, besloten we er een kort dagje van te maken en zouden we proberen te overnachten in de Benedictijnse abdij van Pannonhalma. Een Hongaarse abdij met heel wat Belgische geschiedenis! Godfried van Bouillon heeft hier zeker ook een halte gehouden. Verder is de abdij tijdens de Tweede Wereldoorlog een toevluchtsoord geweest van onze prinses Stephanie, dochter van Leopold II. Zij huwde met een Habsburgse prins en was schoondochter van Sissi! Het was echter een ongelukkig huwelijk en haar man pleegde zelfmoord met zijn maîtresse. Stephanie, die bekend stond om haar charme en schoonheid, hertrouwde een Hongaarse edelman, die te min was voor haar vader. Ze werd dan ook uit de familie verbannen. Ze overleed uiteindelijk in de abdij, een jaar later na het overlijden van haar geliefde Hongaarse echtgenoot, snik! Ze ligt begraven in de crypte van de abdij waar een vriendelijke pater ons naar toe leidde. Ze liet de abdij al haar kunstwerken en schilderijen na en ik moet zeggen, dat is de moeite!

Zelf werd ons geduld in de abdij op de proef gesteld. We kwamen blijkbaar op één of ander bidmoment aan en moesten zeker een uur wachten tot er een pater naar ons toekwam. Het was een vriendelijke jonge man van 34 jaar, die ons de novice Hugo toewees als gastheer. Van Hugo kregen we een stapelbeddenkamer toegewezen voor ons tweetjes en mochten we met de jongens van het internaat mee-eten. Het was een vlotte jonge gast, die er vrede mee nam de rest van zijn leven in het Pannonhalma door te brengen. Bjorn en ik werden er een beetje stil van: dit ging ons verstand te boven. Zij van hun kant, begrepen niet hoe we het aandurfden om zo maar met de wagen doorheen Afrika te trekken, en dan nog wel ongetrouwd! Ik moest er zowaar van blozen…

We werden er in ieder geval uitbundig en gratis ontvangen zoals het blijkbaar traditie is bij de Benedictijnen en wij bleven voor een dagje binnen ons budget van 25 €.

Zaterdag 6 maart

‘s Morgen zaten we al om 7 uur met de internaat jongens aan tafel en dus waren we reeds vroeg op weg, klaar voor een dag vol avonturen zoals later zou blijken. Van Pannonhalma reden we naar Budapest voor een flitsbezoek omdat we zeker op tijd in Belgrado wilden aankomen! De grensovergang van Hongarije naar Servië was geen “sinecure”. De douane beambte deed nog maar een kast open en viel al op Bjorn zijn sigaren. Na nog een paar doosjes en kastjes te hebben opengetrokken, gaf hij het dan maar op en liet ons doorrijden, LOL! Eens in Servië aangekomen voelden we ons echt in een andere wereld. Hongarije doet al erg “ex-communistisch” land aan, maar dat is echt niets vergeleken met Sevië. Het eerste deel tot Belgrado reden we er door uitgestrekte mistroostige vlaktes, op een autosnelbaan met één baanvak, in erbarmelijke staat. In schril contrast rijd je er langs splinternieuwe tankstations, met belachelijk veel personeel voor maar weinig volk.

De leegte van het landschap had ons niet slechter kunnen voorbereiden op de chaos van Belgrado! Wat een ramp. Moet je weten dat we dus met een een garmin kaart rijden die beweert dat we nog in toenmalige Joegoslavië zitten. In Belgrado werd ons GPS’ke dan ook helemaal gek want we reden op wegen die volgens hem GEEN baan waren! Verder hadden we dan toch uiteindelijk maar een wegenatlas van Europa gekocht (neen, we hadden buiten de GPS ook geen kaarten en gidsen van Oost-Europa voorzien – besparingen meneer!!). Enfin, op die atlas stond een uiterst simplistisch schema van Belgrado waar we dus eigenlijk helemaal niets mee waren. Terwijl ik dit alles ontdek hoor ik Bjorn zeggen “amaai hier is veel politie”. Nog geen twee seconden later kijkt hij me verbouwereerd aan met de woorden “ik ben door het rood gereden en had nu echt niet verwacht dat de politie dat zou merken” :-/! Lap, we hadden het aan ons been! Na veel onderhandelen hebben we hem 50 € cash betaald (2 dagen levensonderhoud eraan!) i.p.v. zogezegd 280 €, haha!!

Na dit kleine oponthoud, kwamen we terecht in een grijze en grauwe stad vol tegenstellingen! Een stad die wel wil, maar niet kan, net als de vervallen autosnelweg met de te nieuwe tankstations! Rondom de stad zie je afschuwelijk deprimerende buildings. Eens je daar door bent, komt je aan het beschoten en gebombardeerde deel. Bjorn en ik hadden zo iets nog ooit gezien… gebouwen met gaten in en stukken uit. We kregen het er koud van. Grappig genoeg staan er wel overal bordjes naar alle toeristische attracties en hotels. Bordjes die dan ook plots ophouden en je aan je lot overlaten. We waren het er al gauw over eens: we wilden zo snel mogelijk terug uit de stad raken, zonder dan door het rood te rijden weliswaar!!

Zonder GPS en kaart en bewegwijzering was dit een waar avontuur op zich!

Volgende pagina »



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.