Donderdag 8 juli
Hoewel Moyale aan de Keniaanse kant een even lelijke grensstad is als aan de Ethiopische kant, zijn er toch een paar regionale verschillen die ons onmiddellijk opvielen.
Je ziet op een of andere manier dat Kenya ooit een Britse kolonie was. Zelfs in Moyale zie je nette Brits aandoende huisjes en schoolkinderen keurig in uniform. Onderwijs is voor de Kenianen van primordiaal belang. Maar liefst vijfentachtig procent van de bevolking kan lezen en schrijven en de motivatie van de bevolking om een goede opleiding te krijgen is groot. Een heel verschil met Ethiopië, waar slechts achtendertig procent van de bevolking kan lezen en schrijven. Slechts tweeënvijftig procent van de kinderen gaan er naar de basisschool en twaalf procent naar de middelbare school. Indien alle kinderen in Ethiopië van onder de zestien naar school zouden gaan, dan zou de helft van de bevolking in het klaslokaal zitten. Een ware ramp voor de economie dus. Misschien de reden dat Ethiopië (vergeef me het woord) zo’n apenland is!
Eens de grens overgestoken, hadden we er bijna spijt van dat we die avond niet in Ethiopië waren gebleven. We konden nergens een geschikte slaapplaats vinden. ‘t Is te zeggen, er was een kampeerplaats die gerund werd door de organisatie die de nationale parken in Kenya beheert. Die paste er de standaard prijzen toe van kamperen in een nationaal park en vroegen ons vijftien dollar per persoon per nacht. Echt overdreven! Na een rondrit door Moyale belsoten we echter dat we geen andere keuze hadden…
Vrijdag 9 juli
We stonden vroeg op want we wisten dat we een verschrikkelijke baan voor de boeg hadden. Onze eindbestemming was Marsabit, zo’n twee honderd vijftig kilometer verder. In Europa is het onvoorstelbaar dat je om zes uur moet opstaan voor een trip van ongeveer twee honderd vijftig kilometer. Je zou hier ongeveer twee uur en een half over rijden. Wij vertrokken om stipt zeven uur en kwam pas tegen zes uur aan. Doodop en helemaal door mekaar geschud.
Voor we vertrokken, ging ik eerst betalen. We hadden nog geen geld kunnen wisselen (de rate was te slecht) en dus betaalden we in dollars. Het meisje vroeg me hoeveel ik moest betalen en ik antwoordde zelfzeker: “vijftien dollar”. Jammer genoeg had ik geen gepast geld en dus betaalden we uiteindelijk twintig dollar in plaats van dertig dollar.
Op sommige stukken konden we niet sneller dan tien kilometer per uur rijden. Het grootse deel van de baan was een echt wasbord, zoals je kan zien op de foto hiernaast. Soms trilden we zo hard dat we naar een kant van de weg gleden zonder dat Bjorn er controle op had. Niet alleen voor ons was het verschrikkelijk maar ook voor onze Gari. Naar het einde van de rit toe, voelde Bjorn dat er iets fout zat.
Die avond aten we een slechte Indische maaltijd in ons hotel. We besloten de dag erop een dag te rusten en de auto na te kijken.
Zaterdag 10 juli
We brachten de nacht met oorstopjes in onze oren door want net naast ons hotel was het feest! Super luide regionale muziek, net wat we nodig hadden na die rotbaan.
We besloten in het hotel te gaan ontbijten en werden vergezeld door een Schot waar we de dag voordien mee kennis gemaakt hadden. Hij begeleidde een Australische dame. Zij fietste voor het goede doel van het meest westelijke deel van Afrika naar het meest oostelijke deel. Je moet het maar doen. Nu ja, het was sowieso een sportieve dame want ze was een professionele tennisster. Geen gewone tennis, maar een oude soort van tennis, waar Bjorn en ik nog nooit van gehoord hadden.
We hadden wat medelijden met die Schot want het leek niet echt te klikken met de Australische. Ik moet eerlijk toegeven, ze zag er ook wat raar uit. Hij had gehoopt dat een collega van hem het in het midden van de trip zou overnemen. Die collega zag dat echter ook niet zitten en dus zat hij nog steeds met haar opgescheept. Nu ja, ik hoop voor hem dat hij er op zijn minst goed aan verdiende.
De Schot was eveneens een landrover fanaat en lag algauw met Bjorn onder de auto. Ik gaf onze Gari eens een opknapbeurt en kuiste hem grondig van binnen en vanbuiten. Vooral de buitenkant was eens hoognodig. Dat was sinds Egypte geleden, je moet niet vragen
! Bjorn prulde voor de verandering aan de auto maar kon niets speciaals vinden en we waren terug wat gerustgesteld.
‘s Middags aten we heerlijke samosa’s. Bjorn was in zijn nopjes want hij vond dat ze net als vroeger in Lubumbashi smaakten. We aten de hele voorraad van het hotel op!
Daarna trokken we naar de markt en sloegen we wat etensvoorraad in: tomaten, appelsienen, pepertjes, paprika’s en eieren. Telkens gekocht na hard onderhandelen en uiteraard overal teveel betaald
!
En toen waren we klaar om naar mijn allereerste nationale park te rijden. Ik stond te popelen als een klein kind… Het Nationale park van Marsabit was op een uitgestorven vulkaan gelegen. Waar vroeger de krater van de vulkaan was, is nu een meer waar de verschillende wilde dieren van het park komen drinken. Het plan was om in de kampeerplaats met zicht op dat meer
te gaan slapen. Het grootste deel van het park was dicht begroeid oerwoud waar we met de auto door moesten. Nu had ik in onze gids gelezen dat daar cobra’s in het park zaten. Je moet weten dat ik verschrikkelijk veel schrik heb van slangen. Het gevolg was dat ik wel van de rit genoot, maar zonder het te beseffen erg gespannen was. Onderweg zagen we miljoenen prachtige vlinders (erg moeilijk te
fotograferen) en ik was echt enthousiast. We reden eerst naar een uitzicht punt op het meer en dat was echt prachtig. De twee rangers van het park kwamen ons gedag zeggen. Ze waren dolgelukkig toen ze vertrokken want Bjorn had hun twee cigarillo’s gegeven.
Daarna trokken we richting het meer zelf naar onze kampplaats. Daar aangekomen was ik misselijk van de stress en waren de spieren van mijn kaken helemaal gespannen. We hadden de hele weg met het raam open gereden en ik was er van overtuigd dat
er elk moment een aanvallende cobra in de wagen kon springen. We moesten er beiden om lachen!
Onze kampplaats was echt mooi en we hadden een goed zicht op de olifanten en buffels die aan het meer aan het grazen en drinken waren. ‘s Avonds maakten we een kampvuur en konden we eindelijk de iets slechtere ervaring van Ethiopië achter ons laten.
Zondag 11 juli
We konden jammer genoeg niet erg lang van ons paradijs genieten. We moesten weer verder de slechte ‘Moyale road’ op richting Archer’s Post. Ondanks het feit dat Bjorn de auto gecontroleerd had was er toch nog iets dat niet helemaal goed zat, op het wasbord kregen we steeds meer schokken die niet direct te verklaren waren.
Het eerste deel van de weg was weer verschrikkelijk slecht. En toen kwamen we plots aan…asfalt! Fantastisch, dachten we. Nu we iets sneller konden rijden, merkten we pas goed dat er iets helemaal fout was met de wagen. Het was net of onze Gari had ‘rock and roll’ lessen genomen en we swingden over de baan heen. Geen leuk gevoel. Terwijl Bjorn reed, had ik onze Land Rover handleiding in de hand, op zoek naar de oorzaak. We vreesden dat er iets fout was met de transfer gearbox (het deel van de versnellingsbak dat zorgt voor de aandrijving van de wagen) omdat we het gevoel hadden dat de voor- en achteras een verschillende aandrijving kregen (Landrover rijdt permanent op 4-wiel aandrijving)
Dat was echt iets serieus en we konden er niet mee lachen. We hadden het gevoel dat de voor en achteras verschillende aandrijving kregen, kan aan de Nadat Bjorn door het rare gedrag van Gari bijna een bocht gemist had, besloot hij om de ‘font propshaft’, dit is de voor aandrijfas eraf te halen. Het probleem bleef hetzelfde.
Die avond logeerden we op een kampeerplaats die door mishandelde vrouwen gerund werd. We zagen de vrouwen echter niet en werden onthaald door een vreemde jongen die woest werd toen we de prijs die hij ons vroeg in twijfel trokken… Daarna kalmeerde hij en stelde ons voor om samen in het dorp naar de worldcup finale te gaan kijken. We waren echter moe en moesten bekomen van de slechte staat van onze Gari. Achteraf hoorden we dat de finale match niet veel vets was en dat we dus niet gemist hadden.
Maandag 12 juli
Valérie en Barry hadden ons aangeraden om zeker een bezoekje te gaan brengen aan het natuurreservaat van Samburu. De ingang was op slechts een paar kilometer van waar de geslapen hadden. Gari deed echter nog altijd zo raar dat we besloten om geen risico te nemen en door te rijden naar Nanyuki.
Ik was echt verschrikkelijk teleurgesteld. In tegenstelling tot Bjorn had ik nog helemaal geen parken met wilde dieren aangedaan. Ik was dus echt slecht gezind. Het was altijd iets met de auto en nu konden we zelfs niet meer doen waar we zin in hadden door de auto.
We hadden van de Schot die we in Marsabit ontmoet hadden gehoord dat er in Nanyuki een fantastische supermarkt was. Het was sinds Addis geleden dat we nog een deftige supermarkt gezien hadden en zelfs die was tamelijk beperkt. De winkel daar was vergelijkbaar met een Delhaize (zonder overdrijven). We lieten ons dus helemaal gaan en kochten nog eens wijn, amarula (lekker lekker lekker), vlees, groenten en ander lekkers.
Vandaar trokken we naar River Camel Camp. We kwamen er tegen de vroege namiddag aan en rustten de rest van de dag. Bjorn ontdekte ook het probleem aan de wagen: de twee bushes ware stuk (dit zijn rubber onderdelen die schokken tussen as en chassis opvangen. Doordat die versleten waren sprong de auto op oneffen terrein alle kanten op. We besloten de dag erop naar een garage te rijden en die daar te laten vervangen.
Dinsdag 13 juli
Alvorens we naar de garage reden, zouden we op kamelensafari gaan
! Het kamp waar we verbleven, was onderdeel van een onderzoeksproject naar nomadenstammen uit Somalië. Het kamp had dan ook een Somalische invloed met typische hutjes vandaar en dus ook kamelen. Die hutjes waren best wel interessant want het was daar overdag erg fris in en ‘s nachts lekker warm. Best wel interessante architectuur!
Om zeven uur waren we helemaal klaar voor onze allereerste kamelenrit ooit. Ze waren nog druk bezig met het opzadelen van de kamelen en dat was best wel interessant om te zien.
Ik amuseerde me rot met het bekijken van een kameel die aan het herkauwen was. Die beesten eten ook zo verschrikkelijk grappig met hun mond die zo ronddraait. Ik heb er een filmpje van gemaakt. Mijn schoonbroer gaat dit later nog publiceren.
Bjorn moest als eerste opstijgen en zijn kameel reed op kop. Mijn kameel hing
met een touw vast aan zijn kameel. Aangezien ik achter reed, hield ik het fototoestel. Wat een grap! Ik kan jullie garanderen dat foto’s nemen op een kameel niet simpel is. Ik had dan ook nog eens de slappe lach met Bjorn die helemaal scheef zakte op de kameel. Nu ja, ik zat waarschijnlijk ook wel scheef maar kon dit van mezelf niet zien, dus was minder grappig. We hadden in totaal een rit van zo’n anderhalf uur en dat was echt meer dan genoeg. De omgeving was jammer genoeg niet echt mooi, maar we hadden wel zicht op Mount Kenya.
Na ons kamelenavontuur trokken we dus naar de garage. De mannen waren echt professioneel en vriendelijk en we besloten hen ook eens alles te laten checken. Buiten de bushes was ook de midden vering van de auto gebarsten. Het staal waar de bouten aan vast zaten was gewoon in twee gebroken! Geen wonder dat onze auto niets stabiliteit meer had. Ook onze achterremmen waren helemaal versleten en moesten vervangen worden.
We bleven er de rest van de dag tot de garage sloot. Jammer genoeg kregen we alles niet klaar die dag en moesten we de volgende ochtend ochtend vroeg naar de garage terugkeren.
We besloten die avond een ander camping net voorbij Nanyuki uit te proberen. Die was gelegen aan een rivier in een prachtig bos. De gids van de camping kwam ons voorstellen om ons de volgende ochtend een korte geleide wandeling te geven. Nog vroeger opstaan dus
!
Woensdag 14 juli
Om zeven uur stonden we paraat voor een korte wandeling door het bos. Onze gids was van de Kikuyu stam. Kenya telt in totaal meer dan zeventig verschillende stammen. Tot vandaag de dag is de stam een belangrijk aspect van de identiteit van een Keniaan. Wanneer twee Kenianen mekaar voor het eerst ontmoeten is de eerste vraag sowieso van welke stam ze afkomstig zijn. Het verschil tussen de verschillende stammen wordt wel steeds kleiner. Mensen trekken meer en meer naar de steden en trouwen onder mekaar. De Kikuyu is de grootste en tevens meest invloedrijke groep: twintig procent van de Keniaanse bevolking behoort tot deze stam.
Terug naar onze gids nu: zijn vader of grootvader was medicijnman en hij wist bijgevolg erg veel van planten. Zo toonde hij ons de plant Aloë Vera. Wanneer je het blad van deze plant (zie foto hiernaast) in tweeën breekt, dan komt hier een bruin plakkerig maar toch erg lopend sap uit. Dit wrijf je
vervolgens op je huid en die wordt dan echt zijdezacht.
Hij toonde ons eveneens de henna plant. Deze plant deed me op het eerste zicht aan munt denken. Wanneer je echter de blaadjes tussen je vingers fijnwrijft komt er een bruin sap uit.
Het werd eerder een botanische wandeling dan een dierenwandeling. Bjorn was niet echt geïnteresseerd maar ik genoot met volle teugen. Was eens iets anders dan aan de auto werken
!
Na onze tocht trokken we terug richting Nanyuki naar de garage. Ze zouden onze koelvloeistof nog vervangen. Het is namelijk zo dat in Europa enkel nog organische koelvloeistof verkocht wordt. In Afrika is dit soort koelvloeistof echter nergens te verkrijgen. Sinds onze lek in Egypte, hadden we dus geen reserve koelvloeistof meer. En organische met synthetische koelvloeistof mengen geeft een papje. We hadden eveneens een nieuwe viscus vor onze koelventilator besteld. Onze motor werd bij iedere helling nogal snel warm waardoor we dan moesten stoppen. Nogal vervelend. Jammer genoeg leverden ze een fout stuk en het gevolg was dus dat we in Nakuru, onze volgende bestemming terug naar de garage moesten om het stuk nogmaals te bestellen.
Tegen de middag trokken we dan eindelijk richting Nakuru. Alvorens naar de camping te rijden, brachten we nog een bezoekje aan de CMC garage om het reserve stuk voor de koeling van de wagen te bestellen. We gingen eveneens op verkenningstocht naar een goede garage voor het balanceren van onze banden. Nogmaals…
Die avond kon ik geen garages meer zien! We waren de problemen met de auto intussen zooooooo beu, dat we besloten de bron van het probleem aan te pakken: overgewicht. De houten bakken die Mark zo goed gemaakt had waren echt een fout van ons. Ze waren erg goed en stevig maar veel te zwaar. Achteraf gezien hadden we er beter aan gedaan om ze in aluminium te laten maken. We bespraken het probleem met de eigenaar van de camping. Hij was een witte Keniaan (dit is een blanke die in Kenya geboren is en de Keniaanse nationaliteit heeft) met heel wat ervaring in overland reizen. Hij had zelf ook al alles geprobeerd en was naar de meest simpele oplossing teruggekeerd: stevige plastieken kratten. Hij was erg geïnteresseerd in onze twee houten bakken en we ruilden. Hij gaf ons drie plastieken kratten met deksel en hij kreeg onze twee zijbakken. Met pijn in het hart namen we er afscheid van, blij dat ze iemand van nut konden zijn.
Donderdag 15 juli
We begonnen onze dag goed: een heerlijke warme douche en spek met eieren als ontbijt! Onze volgende taak was om hoezen op maat te laten maken voor onze nieuwe bakken. Op de weg ernaar toe raakten we jammer genoeg vast achter de vuilniswagen. Ik liep het laatste deel dus te voet naar de winkel die de witte Kenyaan van de camping ons aangeraden had. De zaak werd gerund door Indiërs (zoals meeste goede winkels in Kenya). Erg professioneel. We mochten de hoezen de dag erop al gaan ophalen. Voor de zes hoezen in waterdichte, stevige stof, op maat gemaakt, betaalden we slechts vierenvijftig euro.
Hierna trokken we naar Lake Nakuru National Park. Bjorn vond het hoog tijd dat ik wilde dieren zag want met al dat gedoe met de auto begon ik stillekes aan te zagen.
Tegen de middag trokken we het park in. We trokken langs een riviertje naar het meer. Ik zag er mijn eerste zebra en ging helemaal door het lint met foto’s nemen
! Wist ik veel dat ik nog duizenden en duizenden zebra’s zou zien. Ook het meer zelf was de moeite: vol met roze flamingo’s.
Vandaar trokken we naar een mooi uitzicht punt op het meer. Het liep er vol met bavianen, op zoek naar eten. Het plekje bleek dé pick-nick plaats van het park te zijn en dat wisten die apen maar goed genoeg.
Nadat ook wij daar onze maag terug gevuld hadden, reden we terug naar beneden en zagen we een zwarte neushoorn. Erg uitzonderlijk! Vervolgens trokken we verder het park in en zagen we nog vele buffels. We stopten tamelijk vroeg en trokken naar een kampeerplaats, vlakbij een waterval. Daar genoten we van een rustige namiddag tussen de bavianen. Bjorn met zijn “estomac sur pattes” werd woedend op de apen toen ze er met zijn chips van doorgingen
!
Vrijdag 16 juli
De volgende ochtend waren de bavianen er alweer vroeg bij: ze stalen onze cornflakes. Bjorn had me de speciale opdracht gegeven om op ons ontbijt te passen terwijl hij de koffie maakte. De baviaan trok de zak echter uit mijn handen. Ik was zo geschrokken dat ik hem maar liet gaan. Achteraf gezien gelukkig maar. Terwijl we aan het opruimen waren, kwam er een Duitser een praatje met ons maken. Hij was de avond voordien gearriveerd en reed net als ons met een Landrover met dak tent. We hadden hem al nieuwsgierig bestudeerd, ons afvragend of hij ook een overlander was. Dit bleek niet het geval. Het was een gepassioneerde natuurfilmer! Het klikte meteen en we spraken af om samen naar de Masai Mara te trekken. We zouden maandag vanuit zijn huis in Nakuru vertrekken en we mochten bij hem overnachten!
Nadat we alle gegevens uitgewisseld hadden, trokken we terug het park in. Ik zag er mijn eerste giraffen en ging weer helemaal uit de bol! Tegen de middag trokken we het park terug uit en gingen we een steak met friet eten in het restaurant naast de ingang van het park. Ik vond het vlees nogal vettig, maar Bjorn genoot met volle teugen.
We vonden Lake Nakuru de moeite, maar het deed ons eerder aan een grote zoo denken. Het hele park is omheind en de concentratie dieren was erg hoog. We hadden nog nooit zoveel buffels samen gezien.
In de namiddag was het “back to reality”: hoezen voor onze kratten gaan ophalen en banden laten balanceren. De garage waar we naar toe trokken werd eveneens gerund door Indiërs. Erg vriendelijke mensen, die ons waarschuwden dat Nakuru erg onveilig was. We schrokken er wat van! Het ‘leuke’ van al onze garage bezoeken is dat je echt in contact komt met de lokale bevolking. De meeste vragen ons altijd uit over het leven in Europa, waarvan ze denken dat dit het ‘aards paradijs’ is. Het manneke dat ons wielen balanceerde was echter snel gedesillusioneerd over Europa toen hij hoorde dat wij tot vijfenzestig moesten werken. En toen Bjorn hem vertelde dat ze de leeftijd nog zelfs wilden optrekken, toen was hij helemaal zijn kluts kwijt. Hij kwam tot de conclusie dat wij Belgen verschrikkelijk gezonde mensen moesten zijn. De levensverwachting van de gemiddelde Keniaan is tweeënvijftig. Sommige bronnen beweren zelfs zevenenveertig, vanwege de toename van het aantal HIV/AIDS gevallen. Vijftien procent van de volwassenen is besmet met dit virus.
Na het balanceren van de banden reden we terug naar de camping. We maakten echter al gauw rechtsomkeer want het trillen van de voorwielen was erger dan ooit. We besloten om de CMC garage van Nakuru te vragen er eens naar te kijken. Zij konden niets vinden en kwamen tot de conclusie dat het balanceren slecht gedaan was. Grrrrrrr… wij dus terug naar de balanceer garage (voor de verandering). Daar kwamen ze tot de conclusie dat een van onze velgen te zwaar gedeukt zou zijn. Allé hop, de band dus van de velg en op een nieuwe velg. Daarna terug balanceren. Toen we de garage uitreden leek ons probleem eindelijk opgelost!
Tegen de avond reden we terug naar onze vaste kampeerplaats in Nakuru. Daar maakten we kennis met een Nederlands-Zuid-Afrikaans koppel en hun twee volwassen kinderen. We zaten allemaal in de bar van de camping want buiten regende het pijpenstelen en was het koud. Tot overmaat van ramp liet het vuur in de open haard ons in de steek. Het gevolg was dat we de hele avond trachtten het vuur terug aan de gang te krijgen. Uiteindelijk goot de Zuid-Afrikaan er een hele flinke scheut kerosine op en hadden we terug warm. En toen was het bedtijd
!
Zaterdag 17 juli
Het was weer eens hoog tijd om onze kleren nog eens te wassen en dit hield me de hele dag zoet. Bjorn installeerde het nieuwe stuk voor de koeling van de auto. Ieder zijn taken hè!
‘s Avonds maakten we samen vol-au-vent en sloegen we nog een praatje met de eigenaars van de camping. Het was een ‘rustig’ dagje geweest.
Zondag 18 juli
Vandaag stond Lake Bogoria op het programma. We belden ‘s morgens zoals afgesproken onze Duitse vriend Peter die we aan Lake Naukuru ontmoet hadden. We spraken af dat we die avond bij hem zouden overnachten.
Op onze tocht naar Lake Bogoria sloegen onze voorbanden weer eens aan het trillen. We waren ten einde raad en besloten om de dag erop de banden nog eens te laten balanceren, bij een andere garage deze keer!
We genoten met volle teugen van Lake Bogoria. Het landschap rondom het meer was prachtig en het meer zelf zat boordevol met flamingo’s. We zagen er ook onze eerste geisers. Erg indrukwekkend om te zien hoe het kokend hete water uit de aarde spuit.
Van Lake Bogoria reden we langs een klein pad naar het huis van Peter. Het padje dat de GPS ons aanwees was volgens ons nog nooit betreden door toeristen en vaak was het niet meer dan een wandelspoor waar we met de auto doortrokken. Niet simpel!
Bij Peter aangekomen, werden we erg hartelijk ontvangen. Hij woont te midden van een koffie plantage en het wegje alleen al naar zijn huis was prachtig. Zijn huis zelf was met erg veel smaak ingericht en we hadden in de gastenkamer onze eigen badkamer en al.
In ruil voor zijn gastvrijheid, besloot ik te koken: lekkere macaroni met hesp en kaassaus. Peter verzorgde de drank
! Het werd een erg gezellige avond die we afsloten met het bekijken van de natuurreportage over de Masai Mara waar Peter aan heeft meegewerkt. We waren echt onder de indruk.
Maandag 19 juli
Die ochtend stonden we vroeg op want voor we naar de Mara trokken moesten we nog onze banden laten balanceren en gaan inkopen doen.
Tegen negen uur lieten Peter en ik Bjorn bij de bandencentrale achter en trokken we naar DHL. Peter moest namelijk wat filmmateriaal naar Duitsland versturen. Vervolgens reden we naar de supermarkt waar ik de inkopen deed. Om half elf waren we klaar en begon het wachten op Bjorn.
Na een half uur werd Peter ongeduldig en belde hij dik tegen zijn zin Bjorn op (was duur voor hem om naar een Belgisch nummer te bellen). Bjorn zei hem: “nog tien minuutjes.” Om half twaalf begonnen we ongerust te worden en belde hij nog eens: “Bjorn hurry up!”. En daarna legde hij af.
Uiteindelijk kwam Bjorn er tegen twaalf uur door en waren onze banden nog steeds niet in orde. Ze hadden alles geprobeerd in de bandencentrale, maar ze kregen het probleem niet geregeld. Peter was echt woest!
Na een helse rit kwamen we tegen kwart voor zes aan. Ons laswerk was terug gelost en we waren doodop. We waren er echter net op tijd geraakt voor de gate sloot. We hadden geluk gehad: Peter stelde ons voor als zijn kinderen en zo konden we tegen residentieel tarief de Mara bezoeken.
De Masai Mara wordt beheerd door de ‘Mara conservancy’. Dit in tegenstelling tot de andere natuurreservaten in Kenya, die beheerd worden door de ‘Kenyan Wildlife Service’. Dit is omdat de Masai Mara in Masaai grondgebied ligt. Het is dus de Masaai gemeenschap die het park beheert en een deel van de opbrengsten van de Masai Mara gaat naar de Masaai gemeenschap.
De Masaai is de meest beroemde stam van Kenya. Het zijn herdersnomaden, die actief elke verandering proberen tegen te gaan. Ze trachten nog steeds hun levensstijl die ze al eeuwen hebben, verder te zetten. Hun cultuur draait rond hun vee, dat hun voorziet in vele behoeften: melk, bloed en vlees voor hun eten en de huiden voor hun kledij. Alles wat met hun vee te maken heeft, wordt gezien als heilig.
Alle belangrijke beslissingen bij de Masaai worden genomen door het comité van ‘ouderen’. Het is echter steeds het welzijn van het vee, dat de beslissingen bepaald. Masaai jongens ondergaan meerdere levensstadia, elk gekenmerkt door bepaalde rituelen. Een beetje zoals wij doop, eerste communie, plechtige communie en trouwen hebben. De eerste rite is het besnijden. De volgende stadia zijn junior strijders, senior strijders, junior ouderen en senior ouderen. Junior ouderen worden verwacht te trouwen en zich te settelen. Dit gebeurd meestal tussen de dertig en de veertig. De senior ouderen nemen de beslissingen voor de gemeenschap. De junior strijders, ten slotte zijn de meest belangrijke groep want die staan in voor de bescherming van het vee.
De Masaai vrouwen hebben niet erg veel te zeggen. Ze hebben geen erfrechten. Polygamie is wijd verspreid en huwelijken worden geregeld door de ouderen zonder inspraak van de bruid en haar moeder. Aangezien meeste vrouwen aanzienlijk jonger zijn dan hun echtgenoot op het moment van het huwelijk, zijn vele weduwen. Hertrouwen gebeurt zelden.
Die avond laat kwamen we aan op ‘Peter zijn campsite’. Een prachtig plekje midden in het park, bovenop een heuvel. Op de foto hiernaast zie je de auto van Peter die het kleine wegje naar ‘zijn’ campsite oprijdt.
Jullie hebben intussen al veel de naam Peter horen vallen, maar ik heb hem
nog niet correct geïntroduceerd. Het minste dat we van Peter kunnen zeggen is dat het een excentriekeling is. Hij haat mensen en houdt van dieren. Negenennegentig komma negen negen negen,… procent van de mensen vindt hij stom. Hij maakte de berekening en volgens hem zijn er dus maar zeven miljoen ‘aangename’ mensen. Als hij in een positieve bui was, dan waren het er zeven miljoen en een half. Hij is een reuze fan van de Masai Mara en kent het park op zijn duimpje. Voor hem is het park de aardse verwezenlijking van het paradijs. Hij is ongelovig en heeft een hekel aan alle godsdiensten, het katholieke geloof en de paus in het bijzonder. Verder vindt hij de Afrikanen lui en ze hebben slecht eten. De Kenianen zijn volgens hem nog het ergst van allemaal. Het enige verschil volgens hem tussen een Keniaan en een aap is dat de Kenianen rechtop lopen. De meeste zijn volgens hem idioten en hij aarzelt dan ook geen moment hen dit te zeggen. Hij is driemaal getrouwd geweest en is nu wanhopig verliefd op zijn ideale vrouw! En last but not least: hij heeft een hart van goud! Het is een vreemde combinatie…
Dinsdag 20 juli – donderdag 22 juli
Dinsdag was onze eerste dag in de Mara! Om zes uur stonden we op en trokken we onmiddellijk de baan op. Even later zagen we onze eerste oversteek van de wildebeesten. Het was tevens ook onze meest indrukwekkende oversteek! We zagen wildebeesten van een twee meter
hoge oever het water in plonzen bovenop andere wildebeesten. Een klein wildebeest werd opgegeten door een krokodil. Ik was zo onder de indruk dat ik ervan stond te beven. De auto van Peter was blijkbaar ook onder de indruk want toen hij terug wou starten gebeurde er niets!
De Masai Mara is eigenlijk het verlengde van het natuurreservaat Serengeti, maar dan aan de Keniaanse kant. De Serengeti ligt in Tanzania. De Masai Mara wordt ‘de gouden driehoek’ genoemd van het geheel. Dé attractie van het park is de oversteek van de wildebeesten in juli en augustus. Dit jaar was de oversteek uitzonderlijk vroeg en begon die in juni al.
Voor de wildebeesten is de oversteek van de rivier Mara een noodzakelijk kwaad. Ze steken over als ze aan de Serengeti kant het gras op gegraasd hebben. In oktober keren ze dan meestal terug naar de Serengeti vlaktes waarbij ze de regentijd in Tanzania anticiperen. De regentijd in Serengeti is van december tot mei. De wildebeesten leven dan verspreid in het zuidelijke deel van de Serengeti en de het Ngorongoro natuurreservaat. Aangezien deze beide regio’s slechts weinig grote rivieren en stromen hebben, drogen die al snel uit zodra de regens ophouden. Vandaar dat ze het droge seizoen in de Masai Mara doorbrengen. De rivier de Mara blijft ook in het droge seizoen alle dieren van water voorzien.
In februari is het kalvertijd. Gemiddeld worden er dan acht duizend wildebeesten per dag geboren! Tegen dat de kalfjes vier maanden oud zijn, blijft er nog maar zestig procent van de pasgeborene over!
Terug naar de auto van Peter nu: met onze Gari trokken we zijn auto terug in gang en reden we naar de Serena Lodge waar Peter de garagist Mina erg goed kende. Het was intussen pal middag en erg warm. Samen met Bjorn en de garagist probeerden we het probleem te vinden. Waarschijnlijk had ik wat te lang in de zon gestaan en te weinig gedronken want plots kreeg ik een serieuze appelflauwte. Ik moet er nogal slecht uitgezien hebben want Peter en Bjorn waren helemaal in affaire en brachten me een stoel en eten en drinken terwijl zij verder aan de wagen sleutelden.
Toen Peter zijn wagen in orde was, lieten we ook die van ons checken. Mina kon ons echter niet verder helpen en raadde ons een andere lodge aan, waar ze het stuk terug aan mekaar konden lassen.
Ik voelde me nog altijd niet in vorm en dus brachten Peter en Bjorn me terug naar onze prachtige campsite. Daar installeerden ze mij alvorens zij terug op game drive trokken.
Tegen de avond voelde ik me terug een pak beter. Bjorn en ik besloten om in het vervolg vroeger op te staan en te ontbijten om dit soort van appelflauwtes te vermijden.
De dag erop trokken we in de namiddag, na alweer een prachtige game drive naar de andere lodge om onze Gari te lassen. De garagisten van de lodge zetten zich meteen aan het lassen. Peter trok terug op game drive en ik zocht het toilet van de lodge op. Vuil van het stof en het kamperen kwamen ik in een andere wereld terecht: de wereld van de rijken! Daar een nacht verblijven kost ongeveer vijf honderd dollar per persoon per nacht. Duidelijk ons budget niet. Zelfs de toiletten zijn er poepchick met kleine handdoekjes om je handen te drogen, hand lotion, kunstfoto’s,…
Vele toeristen die hier komen, vliegen met het vliegtuig vanuit Nairobi rechtstreeks naar de Mara. Ze zien dus enkel en alleen het safari Kenya. Hun goed recht uiteraard! Wanneer zij echter terug naar huis gaan, hebben ze er geen idee van hoe het dagelijkse leven van de lokale bevolking eruit ziet. Ze hebben dan enkel de wilde dieren en Kenianen in uniform gezien.
Het jammere aan de de meeste natuurparken is dat die zich echt op dit publiek richten. Wij hadden verschrikkelijk veel geluk dat we aan residentiële tarieven het park in konden want anders moesten wij voor ons beiden twee honderd dollar per dag betalen.
Nu ja, wij genoten gratis van het luxueuze sanitair terwijl de garagisten aan het lassen waren. Ze deden het veel beter als de garagisten in Nakuru (en goedkoper ook) en verstevigden het geheel met een ijzeren plaat. Ze hadden er heel wat werk aan en waren pas om kwart voor zes klaar. Ongerust probeerden we zo snel mogelijk het terrein van de lodge uit te racen want het park sloot om zes uur. Om de een of andere bizarre manier konden we echter de uitgang niet meer vinden. Wij hebben toch ook altijd rare dingen voor hè. We reden dus constant toertjes en reden telkens weer langs een groep Masaai die ons raar aankeken.
Bjorn reed zo snel (time was ticking) dat we met de tent tegen een zware tak van een boom aanreden. Uiteindelijk reden we tegen zes uur het terrein af en nu moesten we nog naar de gate racen. Daar aangekomen, bleek dat Peter de wachters al gewaarschuwd hadden. Het enige dat ze vroegen was of ze de auto kunnen herstellen hadden. Op de terugweg naar ons kamp kregen we ook nog een bezorgd telefoontje van Peter die ons vroeg waar we zaten.
Het was donker toen we aankwamen. We zetten dus onmiddellijk de tent op en wat bleek nu: de slag van de boom had de tent scheefgeslaan en we kregen ze niet meer opgezet. Lap, ook dat nog! We hadden nog niet genoeg problemen met onze Gari, nu had onze tent het ook nog begeven. Bjorn haalde het stuk ijzer eruit om recht te kloppen. Met ons gasbrandertje warmden we het eerst op. Het was primitief maar het werkte en we konden onze tent terug opzetten.
De volgende dag reden Bjorn en ik terug naar de gate want we hadden besloten ons verblijf in de Mara te verlengen. We hoopten dat Stanley er nog zou zijn. Dit was de jongen die ons tegen residentieel tarief had binnengelaten. We hadden geluk want hij verlengde ons verblijf met 6 dagen zonder probleem. Waarschijnlijk had hij wel een vermoeden en dus bedankten we hem met een deftige tip!
Toen we terug het park inreden, hadden we nog meer geluk. Een leeuwin stak de weg over. We stopten de auto en legden de motor stil. De leeuwin liep recht op ons af en passeerde de auto op een meter afstand langs mijn kant. Met mijn raampje open, hoorden we haar ademen en we waren echt onder de indruk!
Vrijdag 23 juli
In de namiddag trokken we met Peter naar de Serena lodge. Deze lodge lag vlakbij onze kampeerplaats. Hier vulden we onze watertank bij en konden we brood, tomaten en eieren kopen. Hij stelde ons eveneens voor aan zijn vriend JP, die luchtballon piloot was. Hij woonde samen met zijn vrouw in een klein huisje naast de Serena lodge. Hun uitzicht was fenomenaal! Terwijl we aan het praten waren zei zijn vrouw: “kijk daar steekt een olifant de rivier over”. JP zelf had ook wel een aangenaam leven. Hij moest wel elke morgen vroeg opstaan. Maar na zijn tocht en champagne ontbijt, zat zijn dag erop tegen elf uur. Bjorn gaf toe dat hij zo’n leven niet zou kunnen leiden. Hij zou zich doodvervelen
!
We vroegen JP of we voor een zacht prijsje mochten meevliegen. Hij stelde ons voor om voor twee tegen de prijs van een te vliegen. Dat betekende nog vierhonderd vijftig dollar, maar we besloten het toch maar te doen.
Die avond kreeg Peter een sms van JP. We konden de volgende dag mee de ballon in en…moesten niets betalen!
Zaterdag 24 juli
Om vijf uur liep onze wekker af. Amaai dat deed pijn. De GSM lag aan Bjorn zijn kant en hij besloot die nog een paar maal te laten rinkelen. Ik ben sowieso geen krak in het vroeg opstaan en liet Bjorn maar doen. We hadden de avond ervoor alles al opgeruimd en moesten enkel maar de tent inklappen. Volgens Bjorn zijn ochtend gemompel duurde dit niet langer dan 10 minuten en was de rit naar het vertrekpunt maar 5 minuten. We stonden dus een pak later op dan voorzien. Bjorn was in zijn berekening vergeten mee te tellen dat de tent opklappen in het donker iets moeilijker is en bijgevolg wat langer duur dan gewoonlijk. We kwamen dus wat later aan en JP was al ongerust dat we niet zouden komen opdagen.
Vijf minuten later zaten we in een lange Toyota landcruiser, samen met de andere toeristen. Bjorn kende er onmiddellijk mensen die hij de namiddag dat ik mijn appelflauwte had, ontmoet had. Het ging om een Nederlands – Zuid-Afrikaans koppel wetenschappers die onderzoek deden naar leeuwen. Verder zaten er drie zwarte meisje in onze groep, familieleden van mensen die in de Serena Lodge werkten. De rest van de groep waren Aziaten.

Bij de luchtballon aangekomen, kozen wij onmiddellijk het beste plekje. Peter had ons gedetailleerd uitgelegd waar we op moesten letten. Zoals je hier links op de foto kan zien ligt de mand van de luchtballon plat om hem op te blazen. Op het moment van de landing valt die mand in de zelfde richting op de grond. Dit gebeurt enkel als er veel wind is. De mand wordt dan vele meters over de grond gesleurd en als je dan aan die kant zit, kom je helemaal onder het zand en stof te zitten. Je gaat dus beter aan de bovenkant van de mand zitten. De mand is namelijk onderverdeel in vier compartimenten, waar telkens vier personen inzitten. Peter zei ons ook nog om aan de hoek te gaan staan, omdat je dan de beide kanten kon opkijken. En zo hadden wij dus de beste plaats van de luchtballon en dat allemaal gratis!
Bij ons in het compartiment zat er een Taiwanees koppel. Tamelijk speciaal om bezig te zien. Ze waren zo rond de veertig en op iedere foto trokken ze grappige gezichten. Samen met het koppel wetenschappers kregen we er de slappe lach van. Voor de rest was de ballonvlucht puur genieten. Echt prachtig om van bovenaf de
uitgestrekte grasvlaktes vol met wildebeesten te zien. Wanneer we over de kuddes vlogen, liepen de dieren en paniek weg, eveneens een schitterend schouwspel. Zelf vond ik het wel wat zielig want na hun oversteek stonden die dieren eindelijk rustig te grazen en dan joegen wij ze nog eens schrik aan door erover te vliegen.
We sloten onze ballonvlucht af met een overheerlijk champagne ontbijt. Was bijna net zo goed als de vlucht zelf
! Tijdens het ontbijt kreeg ik dan ook nog eens een telefoontje van mijn zus Flore die net van verlof terug was. De dag kon niet meer stuk. We sloegen eveneens aan de praat met de twee wetenschappers. Hun onderzoek zat er bijna op en ze waren bezorgd over hoe ze hun samples leeuwen stront het land moesten uitkrijgen. Op basis van die samples zouden ze dan onderzoek doen naar de gezondheid van de leeuwen en hun DNA. Zo konden ze zien of er veel inteelt was tussen de leeuwen of niet en veel anders interessant. Kenya had echter sinds kort een nieuwe wet, waarbij het uitvoeren van dit onderzoeksmateriaal bijna onmogelijk was. Wij stelden dus voor om de samples het land uit te smokkelen en ze vanuit Tanzania te versturen, moesten ze geen oplossing vinden. (Wat uiteindelijk niet nodig is geweest)
Na het ontbijt trokken we terug richting lodge. De pret was nog niet gedaan want op de terugweg kwamen we een groep leeuwen tegen. Een mannetje zat vlakbij ons. De twee leeuwen wetenschappers gingen helemaal uit de bol want het was een groep die ze nog niet eerder tegengekomen waren.
Zondag 25 juli
Om zes uur kropen we vermoeid ons bed uit. Het had die nacht geregend en we hadden beiden erg slecht geslapen. Het vroege opstaan van de laatste dagen, kroop ons langzaam in de kleren. Er was weer een ‘crossing’ van de wildebeesten op komst en Peter vertrok in alle haast. Wij moesten eerst nog ons ontbijt opruimen en deden het wat rustiger aan.
Het was zondag en dus was er veel meer volk dan gewoonlijk. De leeuwen waren weer actief op hun vaste plek. Toen we ons naast Peter op onze gewoonlijke plaats installeerden, werden we jammer genoeg door de rangers weggestuurd. We stonden andere geïnteresseerden in de weg.
Erg jammer want de leeuwen kwamen achteraf erg dichtbij de plaats waar we eerst stonden. Het was een schitterend familie spektakel om de leeuwen bezig te zien. Overal waar de vrouwtjes liepen, volgden de welpen. De mannelijke leeuw lag ook in de buurt. Het was echt mooi om te zien hoe dat enorme beest het spelen van zijn kinderen verdroeg. Ze sprongen op zijn hoofd, beten hem, en hij bleef er rustig en lief onder.
Na een tijdje kwamen de wildebeesten weer dichterbij en was er een ‘crossing’ op komst. We plaatsten ons dus vlakbij de rivier. De crossing die we toen zagen was een ware verschrikking. Het is voor die dieren sowieso een grote maar levensnoodzakelijke stap om de rivier over steken. De tientallen auto’s met druk pratende toeristen brachten de dieren helemaal in de war. We hadden intussen toch al wat crossings gezien en konden dus vergelijken. De dieren waren volledig hun kluts kwijt. Ze liepen het water in, maar konden de weg naar de andere oever niet vinden. Het gevolg was dat ze helemaal in de war constant over en weer liepen tot ze uiteindelijk het pad naar de andere kant vonden.
Ik vond het echt zielig die beesten zo te zien. Aan de andere kant: we deden er uiteraard ook aan mee. We besloten om na de crossing nog even naar de leeuwen gaan kijken. Voor hen waren het hoogdagen uiteraard en ze zaten dan ook met de hele familie onder een boom te rusten. Alweer een mooie tafereel. De overstekende wildebeesten konden hen niet bekoren: hun buikje was meer dan rond gegeten.
Terwijl we naar het spektakel keken, kwam een 4X4 voor ons staan. We hadden de wagen al eerder gezien en de man met cowboy hoed die steeds luidruchtig uit zijn dak hing, had ons even voordien al mateloos geërgerd. We dachten eerst dat het een Rus was, maar bij het bekijken van de nummerplaat bleek het een Tsjechische diplomaat te zijn. Even later hielden de rangers van het park plaats naast de auto van de diplomaat. De man had bij de oversteek van de wildebeesten op het dak van zijn auto gezeten. Dit is volgens de regels van het park verboden. Het gaat hem nu niet zozeer om de regels van het park en of die nuttig zijn of niet als wel om de reactie van de man die daarop volgde. Hij had uiteraard een zwarte chauffeur die met zijn wagen reed. Die man werd dus aangesproken door de rangers. De chauffeur antwoordde daarop dat ze niet zouden betalen want dat zijn baas de ambassadeur was. De rangers waren hier niet van onder de indruk en schreven alsnog de boete uit. Hierop werd de ambassadeur boos en vertelde de rangers dat het niet aan hen was om te zeggen wat hij wel en niet mocht maar wel eerder omgekeerd. Dit alles vertelde Bjorn me in tussenpozen want ik kon van mijn kant van de wagen de discussie niet volgen. Bjorn werd intussen bleek van woede en zat letterlijk te koken. Hij reed naast de auto van meneer de ambassadeur en zei kalm: “you know mister, the rangers are quite right! You are not any better than te normal people and should pay fines as everyone”. Meneer de ambassadeur deed alsof hij het niet hoorde en bleef naar de leeuwen kijken! De chauffeur wist niet wat te doen. Ikzelf schrok me dood, ik had Bjorn nog niet vaak in zo’n staat van woede gezien.
Even later kwam Peter naast ons rijden. Op de een of andere manier misrekende hij de afstand tussen zijn en onze auto en knalde hij tegen de achterkant van onze Gari.
We besloten we dat we genoeg gezien hadden die dag en trokken terug naar het kamp. Daar bekeken we onmiddellijk de schade van de auto en onze tent bleek weer eens geraakt te zijn. Peter voelde zich verschrikkelijk slecht. En hoewel ik niet boos was, kon ik het ook niet opbrengen hem gerust te stellen. Ik was de problemen aan de auto en de tent kotsbeu en had zin om in een hoekje te gaan zitten wenen. Bjorn en Peter reden met de beschadigde stukken naar de Serena lodge om ze daar recht te kloppen. Bjorn nam het gas brandertje weer mee om het ijzer op te warmen. Een half uurtje later waren ze terug met mooi rechte stukken en herstelden ze onze tent. Ik kon terug wat lachen!
Maandag 26 juli
Vandaag was het eens uitslapen geblazen en stonden we pas om zeven uur op. We hadden die ochtend om negen uur een afspraak met Mina de garagist. Hij zou onze voorwielen eens bekijken.
Na een kort onderzoek was het enige dat hij kon zien de te korte spoorstang. Hij kon geen andere reden bedenken voor het trillen van de wielen. Daarna brachten we nog een bezoekje aan de luchtballon piloot en zijn vrouw. We brachten hen een flesje wijn ter bedanking. We hadden ook afgesproken dat we een DVD van onze ballonvaart zouden kopen voor veertig dollar. Dat was eerder om hem een plezier te doen dan voor ons. Toen ze ons het filmpje toonden waren we er uiteindelijk heel blij mee en vonden we het een leuke herinnering.
Daarna trokken we met Peter naar zijn lievelingsplekjes. Het was een rustig dagje. Tegen de middag installeerden we ons op een ‘special campsite’ met zicht op de rivier en probeerde ik wat programma’s op de computer te installeren. Niets lukte en ik ergerde me dood. Rond vier uur trokken we terug naar onze vaste kampeerplaats.
Tijdens het eten kreeg ik een telefoontje uit België met slecht nieuws. Ik moest ervan wenen en onze vriend Peter weende droevig mee.
Dinsdag 27 juli
Vandaag zouden we eens een tocht doorheen het park maken. Eerst reden we naar de grens met Tanzania. daar kwamen we JP tegen die van zijn dagelijks champagne ontbijt genoot en we keken jaloers toe. Die nacht had Peter rond een uur een vliegtuig gehoord. Dit betekent meestal iets ernstigs en hij vroeg of JP er meer van wist. Hij zat er wat verveeld mee om het te vertellen, maar er was die avond rond negen uur een overval gebeurd op een kampeerplaats van toeristen. Later hoorden we dat het witte Kenianen waren. Ze hadden een vaste kampplaats voor een paar dagen. Een van de toeristen hoorde iets in de struiken. Hij ging kijken en betrapte zo de overvallers. In hun paniek schoten ze de man dood en verwondden nog twee andere toeristen. Ze konden enkel wat GSM’s stelen. Het bracht ons met een schok terug naar de realiteit. We zaten in Afrika en gewapende overvallen gebeuren hier regelmatig.
Wij zouden die ochtend ook aan de grens ontbijten. Wel iets minder uitgebreid dan JP, want we hadden enkel koffie met cornflakes voor Bjorn en muesli voor mij op het menu staan. We stonden met onze tafel en stoeltjes in het midden van een uitgestrekte vlakte vol wildebeesten. Peter vertelde ons dat dit zijn voorstelling van het paradijs was en voelde zich helemaal in zijn nopjes.
Ik moet toegeven dat ik er niet echt met mijn gedachten bij was.
Na ons ontbijt aan de grens, reden we verder richting de bergketen die de natuurlijke grens van het park vormt. Hier waren bijna geen toeristen en het was erg rustig rijden. In dit deel van het park waren er wel hele stukken afgebrand. Peter vond dit een verschrikkelijk zicht en maakte zich kwaad op de beheerders van het park. Die steken de zogenaamde gecontroleerde branden aan. Na een paar regens komt er dan vers groen gras uit, waar de wildebeesten en verschillende soorten antilopen helemaal zot van zijn. Op die manier zouden ze naar het schijnt een strijd houden met Serengeti in Tanzania. Het fijne weet ik er niet van. Ik vind het moeilijk met in te beelden dat beheerders van een nationaal park die branden zouden aansteken, moesten die echt zo slecht zijn.
Die ochtend stond het geluk weer eens aan onze kant. Nadat we een hele tijd de bergketen links van ons gevolgd hadden, kwamen we het verse kadaver van een kleine zebra tegen. Even verderop zat een cheeta. Na een tijdje wachten trok ze terug naar haar maaltijd en zat het vrouwtje op nog geen acht meter van ons! Een schitterend en exclusief spektakel om dat van zo dicht te mogen meemaken.
De cheeta at haar buik rond en kon achteraf nauwelijks nog wandelen van dikkigheid. Van zodra ze weg was, kwamen de gieren aangelopen en aten zich eveneens dik aan de zebra. Niets gaat verloren!
Nadat de gieren het van de cheeta overgenomen hadden, trokken we verder. Peter had nog gehoopt op wat actie tussen de cheeta en de hyena’s die vlakbij waren. Het wijfje zat echter zo vol, dat het er niet naar uit zag dat de hyena’s zou beletten de rest van haar prooi op te eten.
We picknickten die middag op een special campsite met zicht op de rivier. Daarna trokken we naar de nijlpaarden pool met indrukwekkend veel nijlpaarden. Vervolgens checkten we of de leeuwen in de buurt waren. Toen dit niet het geval was, trokken we terug naar onze kampplaats. Daar aangekomen zagen we dat er een crossing van wildebeesten op til stond. Bjorn en ik sprongen terug in de wagen in de hoop die nog te kunnen meemaken. We kwamen echter net te laat. De beesten waren de oversteek begonnen toen we net vertrokken waren. Ach ja, je kan niet alles hebben he!
Die avond sloten we onze auto veilig af, je weet maar nooit…
Woensdag 28 juli
Onze laatste dag op de Mara! Ik had intussen genoeg wilde beestjes gezien en had zin in een dagje rust. Bjorn trok met Peter het pad op en ik genoot van de stilte en het alleen zijn…
Bjorn zag nog een crossing die hij professioneel filmde met onze camera. Hij kreeg advies van Peter en mocht zijn dak en materiaal gebruiken! Verder zag hij de leeuwen, maar die waren tamelijk ver weg.
Het was een rustig dagje genieten.
Peter had het moeilijk met het feit dat het onze laatste avond samen was. Bjorn en ik waren er niet droevig om want hij had die avond weer het zagen in. We kregen in een monoloog van een paar uur nogmaals te horen dat de zwarten op niets trokken en dat hij niet kon begrijpen hoe ze leefden,… Enfin, we zullen jullie lezers maar niet met zijn gepreek lastigvallen. Bjorn en ik werden naargelang onze avonden met Peter vorderden, hoe langer hoe stiller en kropen steeds vroeger ons bed in
!
Vreemd genoeg deed het ons wel beseffen hoe gelukkig we samen wel niet waren. Het is een luxe met iemand samen te reizen die over de meeste zaken dezelfde mening heeft. Iemand die met een blik genoeg heeft om te weten wat er in je omgaat. Iemand met wie je kan praten, maar ook kan zwijgen. Hoe langer we samen reizen, hoe meer onze gedachten ook met mekaar overeen komen. Het gebeurd vaak dat bij het zien van een bepaalde gebeurtenis, ik iets denk, dat Bjorn dan vijf minuten later tot mijn verbazing luidop uitspreekt. Zo hielp Peter ons, zonder het te beseffen, uit onze laatste spanning uitlopers ten gevolge van ons verblijf in Mekele.
Donderdag 29 juli
We moesten die ochtend nog onze watertank en dieseltank bijvullen. Dat kon pas vanaf half acht en dus moesten we niet al te vroeg opstaan. Terwijl we aan het ontbijten waren, nam Peter met tranen in de ogen afscheid van ons. Ondanks zijn vreemde trekjes was het toch een hartelijke en gevoelige man!
De eerste dertig kilometer was de baan verschrikkelijk en vorderden we tegen een tempo van zo’n tien kilometer per uur. Hoewel we om acht uur vertrokken waren, zaten we pas tegen de middag op de grote baan en hadden we slechts zeventig kilometer afgelegd. We kunnen het soms moeilijk begrijpen dat in Europa mensen speciaal off road gaan rijden voor het plezier ervan. Geef ons maar de luxe van een goede asvaltbaan.
Heel erg snel vorderden we jammer genoeg niet want het trillen van de voorwielen was intussen nog erger geworden. Als Bjorn sneller dan zeventig per uur reeds, werd het trillen zo erg dat hij zelfs moeilijk de baan kon houden. Erg stresserend en onaangenaam rijden.
In Kisii hielden we even halt om terug wat etensvoorraad op te slaan. We hadden gezien dat daar een Nakumat supermarkt was. De supermarkt was echter totaal niet te vergelijken met die van Nanyuki en we waren een beetje teleurgesteld.
Het landschap na Kisii was deprimerend. Een groot deel van de regio van de ‘western highlands’ van Kenya behoort tot het meest vruchtbare stuk van het land en zelfs van de wereld. De lokale bevolking daar haalt meerdere oogsten per jaar binnen. Of het nu een gevolg is van de vruchtbare grond valt moeilijk te gissen, maar de bevolking in de regio is in volle expansie. Zo is vijftig procent van de anderhalf miljoen tellende Gisii bevolking uit de streek, jonger dan vijftien. Het was die namiddag bewolkt en we hadden regen. De verschillende velden die aan een somber lappendeken deden denken, werden verbroken met talloze kleine huisjes en het geheel had echt iets deprimerends.
Dit veranderde toen we Kericho naderden. Dit stadje, dat onze eindbestemming voor die dag was is omgeven door honderden hectaren indrukwekkende thee plantages. Kenya is ‘s werelds derde grootste thee exportland na Indië en Sri Lanka. De thee business is goed voor twintig tot dertig procent van Kenya’s jaarlijkse export inkomen. Bij het binnenrijden van Kericho moest ik aan mijn nicht Sarah denken die voor Unilever werkt want het bedrijf bezit daar een enorme theeplantage. Zestig procent van de heerlijke zwarte thee wordt echter door kleine boertjes geproduceerd. Dit is uniek in de wereld. Het theeplukken is een grote bron van inkomst voor de streek. Iedere theeplukker heeft zijn eigen patch. Om de zeventien dagen plukken ze de volgroeide blaadjes van de struiken. Een goede theeplukster plukt per dag zowat tweemaal haar eigen lichaamsgewicht.
Die avond sliepen we in het “tea hotel”. We merkten onmiddellijk dat we niet meer in het “dure safari Kenya” zaten en het hotel was echt vergane glorie. Die avond vierden we uitbundig het ‘terug met zijn tweetjes zijn’. Wat een plezier om nog eens rustig bij te kletsen.
Vrijdag 30 juli
Vandaag stond ons gelukkig een korte trip voor de boeg. Het was slechts tachtig kilometer rijden naar onze volgende bestemming: Kisumo. Ik stond als eerste op en nam een uitgebreide warme douche. Zalig! We ontbeten laat en op ons gemakje. Ik trok daarna de thee velden in om wat foto’s te nemen terwijl Bjorn de banden wisselde in de hoop dat dit ons ‘tril probleem’ iets zou minderen.
Toen we terug de weg op gingen, bleek ons tril probleem nog altijd even erg en we besloten dan ook rechtstreeks naar de CMC garage in Kisumu te rijden om nieuwe velgen en een nieuwe stuurstang te bestellen. Een dure grap!

Vervolgens reden we naar Kisumu Beach resort! Een prachtig domein maar in vervallen staat, echt vergane glorie. We reden met onze Gari tot aan de rand van het Victoria meer en zaten er zalig tussen de palmbomen. We waren in Kisumu ook nog naar een Nakumat gereden en hadden een luxe lunch: meloen met parma ham!
Terwijl we aan het eten waren, kwam een ober ons de kaart brengen. Hij keek helemaal beteuterd toen hij zag dat we aan het eten waren. Toen we de kaart bekeken, besloten we voor ‘s avonds vers klaarg emaakte tilapia vis te bestellen. We vergaten even alle auto problemen en genoten!
Zaterdag 31 juli
De dag begon met een bezoek aan de CMC garage om onze bestelde spullen te gaan ophalen. De leverdienst uit Nairobi was nog niet aangekomen en we moesten nog even wachten. Ik ging ondertussen geld afhalen om het materiaal te betalen. De stuurstang die we besteld hadden was in orde, maar de velgen waren niet breed genoeg! Achteraf gezien was dit een geluk want die velgen waren extreem duur en dit bleek de oorzaak van ons probleem niet te zijn.
Daarna trokken we nog maar eens naar een bandencentrale om voor de verandering onze wielen te laten balanceren. Ook hier werd de zaak gerund door Indiërs. Terwijl Bjorn de nieuwe stuurstang plaatste, moest ik het balanceren in het oog houden. Amaai, daar konden die mannen niet mee lachen! Ze stuurden me telkens weer de kantoorruimte in. Toen ze me daar ongelukkig zagen zitten, mocht ik de ruimte weer uit om het balanceren van dichtbij te volgen en te kijken of ze het goed deden. Bjorn en ik noteerden nu ook telkens de plaats van de gewichtjes, zodat we achteraf konden checken of we gewichtjes verloren hadden of niet.
Toen dat allemaal in orde was, trokken we eindelijk richting Uganda. De baan tot aan de grens was erg slecht en na een tijdje sloegen onze voorwielen weer aan het trillen. Probleem nog steeds niet opgelost
.
Recente reacties