Veel historische feiten, legendes en weetjes over Ehtiopië zijn gebaseerd op informatie uit het boek Dink Nesh Ethiopië een belevenis van Ine Andreoli (2007, Uitgeverij Boekenplan, Maastricht).
Voor velen doet Ethiopië aan hongersnood denken. De meesten herinneren zich waarschijnlijk wel de beelden uit de jaren tachtig van kindjes vol met vliegen en met gezwollen buikjes. Ik beeldde me bijgevolg altijd een woestijnachtig land in, waar nauwelijks iets groeit. Niets is minder waar en ik was dan ook wat verbaasd toen we vanuit Soedan, Ethiopië binnenreden. Het eerste dat ons opviel waren de indrukwekkende bergen, vol met vruchtbare velden. Van zodra we de bergen inreden, kregen we regen die wij blij verwelkomden. De laatste regen die we gezien hadden was in Syrië! Vooral na de hitte in Egypte en Soedan was het een aangename verfrissing.
Ethiopië bestaat voor een groot deel uit een omvangrijke hoogvlakte, die doorsneden wordt door de Rift Valley of Grote Slenk (we blijven die slenk maar volgen). Deze vallei gaat in het noordoosten over in de Danakilwoestijn, waarover later meer! Naast ontoegankelijke bergketens, diepe ravijnen, vruchtbare hoogvlakten, savannen en woestijnen, kent het land grote rivieren, waaronder de bekende Blauwe Nijl. En hoewel Ethiopië dicht bij de evenaar ligt, heeft een groot gedeelte van het land een gematigd klimaat, met ideale temperaturen het hele jaar rond. Alleen in de lagere delen heerst een tropisch klimaat.
In die omstandigheden, lijkt het vreemd dat er in Ethiopië een hongersnood kende. Deze was het gevolg van een jarenlange oorlog om Eritrea, gevolgd door een burgeroorlog. Dat in combinatie met een uitzonderlijke droogte, leidde tot die verschrikkelijke beelden. Intussen is de situatie gekalmeerd, ook al is de sfeer rond de grens met Eritrea nog steeds gespannen. De stabielere situatie heeft geleid tot een enorme bevolkingstoename. Het land telt meer dan zeventig miljoen inwoners. Dit leidt tot meer en meer ontbossing, met verschrikkelijke gronderosie tot gevolg. En zo blijft Ethiopië een van de armste landen ter wereld.
Ethiopië heeft, meer dan welk Afrikaans land ook, een cultuur van liefdadigheidsorganisaties. Of dit nu een gevolg is van de grote hongersnood in de jaren tachtig en van de media aandacht van onder andere Bono, die daaruit voortkwam, weet ik niet. Overal zie je zakken graan van USAID uitgedeeld worden (not for sale) welke dan in de kleine winkeltjes langs de weg terecht komen. Zelfs in de erg vruchtbare streken. Een typisch voorbeeld hiervan is de situatie van de Hamar bevolking, in het zuiden van Ethiopië. Zij hebben veel vee, maar dat wordt niet verkocht en alleen bij bijzondere gebeurtenissen gegeten. In de Hamar-cultuur geldt: hoe meer vee, hoe meer aanzien. Er wordt ook nauwelijks iets verbouwd en in noodsituaties wacht men op de hulp van buitenaf. Die mentaliteit is met de jaren zo gegroeid: als er geen eten is, wordt het wel gebracht. Als met de voedselhulp wordt gestopt, gaan de mensen dood van de honger. Soms had ik echt het gevoel dat de overbevolking in Ethiopië kunstmatig in stand wordt gehouden door de hulporganisaties. De Ethiopiërs zelf vinden die hulp van zelfsprekend en gaan er vanuit dat faranji geld- en balpengevers zijn. De meeste Ethiopiërs spreken je minachtend aan met de term faranji en als ze dit doen, kan je erop rekenen dat ze uit zijn op je geld. Een Ethiopiër zal je nooit spontaan hulp aanbieden. Ook kinderen langs de baan roepen constant om geld of een balpen. Wanneer je hen dit niet geeft, gooien ze met stenen naar de wagen.
Het meest verveleden fenomeen in Ethiopië is echter het verkeer. Eerst en vooral zijn er overal, maar dan ook overal wegenwerken. Net of de Ethiopische regering besloten heeft om alle zandwegen tegelijkertijd te laten asfalteren. Daar waar er dan asfalt ligt, is het levensgevaarlijk rijden. Het lijkt wel of de Ethiopiërs nog niet aan het tijdperk van de wagen gewend zijn. Iedereen loopt in het midden van de straat. Vaak schrikken ze zicht een ongeluk als ze dan plots je wagen zien opduiken. Verschrikt lopen ze dan een kant op, die meestal niet te voorspellen valt. Ook de rijkunsten van de chauffeurs laten meestal de wensen over. En dan zijn er tenslotte nog de ezels, geiten, honden en koeien die de wegen onveilig maken. De Ethiopiërs hebben hier zelfs een volksverhaal rond verzonnen:
Een hond, een ezel en een geit willen samen een stukje gaan rijden. Ze besluiten een taxi te nemen. Aan het einde van de rit stapt de ezel uit en betaalt. De hond betaalt eveneens, maar krijgt zijn wisselgeld niet terug. De geit stapt uit, maar vergeet te betalen. Zo komt het dat tot de dag van vandaag wanneer er een auto passeert, de hond die achterna loopt want hij wil zijn wisselgeld terug. De geit rent weg, uit angst alsnog te moeten betalen. En de ezel die blijft staan, hij heeft immers betaald.
Het laatste opmerkelijke aan Ethiopië is de tijd. Bij het binnenrijden van Ethiopië ben je opslag zeven tot acht jaar jonger. Het land gebruikt de Juliaanse kalender, die zeven tot acht jaar achterloopt op onze Gregoriaanse kalender. Hun nieuwjaarsdag valt op 10 of 11 september. Ook de uren zijn totaal verschillend. In Ethiopië begint de dag om zes uur ‘s ochtends, dit is het uur nul. Achttien uur is twaalf uur in Ethiopië en dan begint de telling opnieuw.
Ziezo, nu je dit allemaal weet, ben je helemaal klaar om met ons op avontuur doorheen Ethiopië te trekken.
Vrijdag 28 mei
Van zodra we de grens over waren en Ethiopië introkken, reden we de bergen in. De temperatuur daalde spectaculair en we hadden al snel regen. Na een serieuze klim moesten we onze Gari even laten afkoelen. Hij scheen van het stijgen meer last te hebben dan van de hitte in Soedan.
We kwamen in het donker, helemaal uitgeput in Gonder aan. Het laatste deel in het donker was geen sinecure. Er was geen straatverlichting en iedereen, dieren en mensen,liepen in het midden van de straat. Het hotelleke dat we zochten stond in onze GPS, super makkelijk dus. Nu bleek dat er vijfhonderd meter voor het hotel wegenwerken waren en we helemaal moesten rondrijden. Op zich geen ramp, maar wel als je er een zware tocht van duizend kilometer hebt opzitten. Op de wegomleiding naar het hotel kwamen we andere toeristen tegen. Die wezen ons de weg, maar naar een ander hotel! We hadden dit pas door aan de receptie en stapten uitgeput het hotel weer uit, een verbaasde receptioniste achterlatend.
We vonden gelukkig al snel het hotel dat we zochten en waren blij dat we veilig en wel onze bestemming bereikt hadden. We werden onmiddellijk onthaald door een soort van officiële gids die ons naar een restaurantje leidde waar we onze eerste injera aten. Dit is een grote, zuur proevende pannenkoek. Daar bovenop wordt het eigenlijke eten geserveerd. Dit eten verschilt naar gelang de bestelling. Zo heb je vegetarische injera en injeras met verschillende soorten vlees.
Zo sloten we onze eerste dag Ethiopië af. Die nacht hadden we het koud in de kille vochtigheid van Gonder. Het werd waarschijnlijk niet kouder dan 20°C maar na de hitte van Soedan was dit verschil enorm groot voor ons.
Zaterdag 29 mei
Die ochtend, we waren nog niet goed wakker, kregen we bezoek van de toeristen die ons de dag voordien de weg gewezen hadden. We maakten kennis met Stephanie, een Belgische uit Antwerpen en haar vriend Riaan uit Zuid-Afrika. Beiden kunstenaars. Ze reisden al een tijdje samen met Joe, een Canadese archeoloog-geoloog, gespecialiseerd in prehistorische opgravingen. Ze vroegen ons of we zin hadden om met hen de Simien mountains in te trekken. Hiervoor moet je in Ethiopië verplicht een ‘scout’ of bewaker meenemen en een gids. Door samen te reizen, konden we de kosten delen.
Zelf waren we eigenlijk van plan om naar lake Tana te gaan en daar een paar dagen te rusten. Ik was nog steeds aan het recupereren van de malaria. We hadden echter ook de Simien Mountains op ons verlanglijstje van bezienswaardigheden in Ethiopië staan en stemden toe. We zouden de dag erop vertrekken. Wat later kregen we gezelschap van een Nieuw-Zeelander, die in hetzelfde hotel als wij logeerde. Ook hij plande een trip naar de Simien mountains en we stelden hem voor om Joe te vragen of hij met hem mocht meereizen.
Terwijl Joe, Riaan en Stephanie die dag aan de auto’s zouden werken, besloten wij een bezoekje te brengen aan de koninklijke kastelen van Gonder. We hadden niet bepaald verwacht om in Ethiopië, Europees aandoende kastelen te bezichtigen en waren best wel onder de indruk. Het geheel bestond uit een indrukwekkende omwalling, met binnenin drie kastelen, de resten van de keukens, een bankethal, stallen, een Turks bad en nog veel meer. We stonden er echt versteld van.
In de namiddag bezochten we samen met Joe, Stephanie en Riaan de Debre Berhan Selassie kerk. Vanbuiten ziet het kerkje er niet bepaald bijzonder uit, maar binnenin is het prachtig beschilderd. Vooral het plafond dat bestaat uit maar liefst 104 engelen hoofden. Op weg naar het kerkje, kregen we gezelschap van een jongentje van ongeveer tien jaar dat kauwgom verkocht. Hij zou ons groepje de rest van ons verblijf in Gonder blijven volgen.
Die avond gingen we allemaal samen eten en werd besloten dat Andre, de Nieuw-Zeelander met Joe zou meereizen. We wisten toen nog niet hoeveel avontuur we samen zouden beleven.
Hieronder ons groepje. De tafel rond van links naar rechts zie je: Bjorn, Riaan, Andre, Joe, Stephanie en Nele.
Zondag 30 mei
We waren ons volop aan het voorbereiden op ons vertrek naar de Simien mountains toen Stephanie in paniek kwam aanlopen. Hun auto wou niet starten. Ze hadden de dag ervoor hun olies en filters ververst en blijkbaar was er iets fout gelopen. Wij waren intussen klaar om te vertrekken. Bjorn ging helpen met het herstellen van de auto en ik wachtte samen met Andre in het hotel. Tegen de middag konden we vertrekken. We hadden intussen echter honger gekregen en besloten eerst iets te gaan eten. Het kauwgom manneke vergezelde ons weer en we betaalden zijn lunch.
Het was een schitterend spektakel om te zien: hij zat helemaal aan het hoofd van de tafel en gedroeg zich als een koning. Hij bestelde trots zijn eten en werd als eerste bediend. Het eten stond hem echter niet aan en hij stuurde het terug. De tweede maal was het wel goed maar was het pannetje te warm. Hij kreeg vervolgens een wasspeld om het pannetje vast te houden. Wij bekeken met plezier het schouwspel.
Bjorn en ik geven in principe nooit iets aan kinderen: geen balpen, geen geld en ook geen eten. We zijn van het principe dat dit de kinderen van school weghoudt. Daarenboven creëer je door te geven ook een mentaliteit van krijgen. Vele Ethiopische kinderen gaan ervan uit dat westerse toeristen iets behoren te geven.
We waren echter in groep en de anderen schenen daar minder problemen mee te hebben. Nu het moet gezegd zijn, het was een uitzonderlijk intelligent jongentje. Hij sprak perfect Engels en tamelijk vlot een paar woordjes Frans. We vroegen ons af wat er later van hem zou worden.
Na de lunch besloot Stephanie nog wat brood te gaan kopen voor de trip. Het jongetje toonde haar de weg. Wij wachtten op haar, waar we gesplitst waren, terwijl zij aan de auto op ons wachtte. Zo verloren we heel wat tijd. Daarna moesten ze nog tanken. Het was dus vroege namiddag toen we eindelijk vertrokken en ik moet toegeven dat dit me een beetje ergerde. In groep reizen heeft zo zijn voordelen en zijn nadelen.
Riaan en Stephanie reden voorop. Tegen vier uur kwamen we in het kantoortje van het park aan. Daar kregen we een gids en een scout mee. Vandaar trokken we het park in. Bjorn kreeg de scout en de gids als passagier mee en ik zat naast Stephanie. Via een prachtige weg kwamen we anderhalf uur later aan het eerste kamp aan. Vandaar zouden we de volgende dag op trektocht vertrekken. De auto’s zouden daar blijven.
Stephanie en ik, geassisteerd door Bjorn maakten samen spaghetti voor de hele groep en het werd een gezellige bedoening. We hadden het wel ijskoud want we zaten op zo’n drie duizend meter hoogte. Andre deed de afwas, terwijl Riaan en Joe het kampvuur maakten.
We trokken na het eten al snel ons bed in want we moesten om acht uur het pad op. We moesten onze trekrugzak echter nog maken en zetten de wekker om zes uur.
Maandag 31 mei
Onze zakken waren gepakt en we waren al snel klaar om te vertrekken. Plots kwam de gids aangelopen om te zeggen dat we de auto’s moesten verplaatsen. Daarenboven informeerde hij ons dat we iemand moesten betalen voor de bewaking van de wagen. Dat is dus echt typisch Ethiopië. Je weet nooit vooraf wat een excursie zal kosten en je krijgt altijd verrassingen voorgeschoteld. In principe kwam het erop neer dat je moest betalen opdat er niet in de wagen zou ingebroken worden. Enfin, erg veel keuze hadden we niet en dus betaalden we na lang discussiëren.
De Simien mountains behoren tot een van Afrika’s belangrijkste bergmassieven. Ze bestaan uit verschillende plateaus, gescheiden door brede valleien. Het bergmassief werd zo’n veertig miljoen jaar geleden gevormd door een reeks van ontelbare vulkaanuitbarstingen. Het resultaat is een dramatisch maar prachtig landschappen met toppen van meer dan vier duizend meter hoogte.
Om acht uur stipt begonnen we aan onze trip. Het eerste deel was prachtig en ging erg vlot. We liepen langs prachtige kliffen vol met bavianen. Echt indrukwekkend.
Vandaar zakten we af naar een uitzichtpunt op een enorme waterval,
waar we even rusten. Volgens de gids hing er regen in de lucht en we moesten al snel verder trekken. Na het uitzichtpunt volgde een verschrikkelijke klim, gevolgd door nog een ander stijgend pad. Algauw waren we allemaal doodmoe en hadden we last van de hoogte.
Tegen twee uur in de namiddag kwamen we letterlijk uitgeput aan. We kregen nauwelijks nog de ene voet voor de andere. Bjorn en Stephanie gingen bij het riviertje water halen, dat ze met een pompje zuiverden. Daarmee maakten we een soepje en wat noedels, waarna we uitgeput in bed kropen. Bjorn bleef iets langer op, maar ik had echt barstende koppijn en voelde me helemaal niet lekker.
Dinsdag 1 juni
Na een rusteloze nacht, met het ergste en zwaarste onweer dat we ooit meemaakten, stonden we vermoeid en verkleumd op. We besloten onze tenten in het tweede basiskamp te laten staan en vandaar een wandeling in de omgeving te maken. Aangezien ons materiaal in het kamp bleef, vroegen we onze gids die toch niet veel waard was, om bij het kamp te blijven. Op die manier hadden we geen extra kosten en de gids was ook blij.
Met onze scout trokken we terug het prachtige landschap in en we genoten genoten genoten! Regelmatig stopten we bij de mooiste uitzichtpunten en lagen we op onze rug in het zonneke. We keken naar de aapjes die op de kliffen speelden en hadden een schitterende dag.
‘s Avonds kookten we allemaal samen en zaten we allemaal aan Joe zijn aspirientjes want we hadden barstende hoofdpijn. Waarschijnlijk de hoogte… Tijdens het koken en eten kregen we gezelschap van enorme muizen die vol verlangen naar onze maaltijd keken. Deze keer trok Bjorn onmiddellijk na het eten het bed in en ik bleef met de anderen nog wat nagenieten bij het kampvuur.
Woensdag 2 juni
Vandaag was het weer vroeg opstaan geblazen want de rugzakken moesten terug gevuld worden voor onze terugtocht naar het basiskamp. We hadden weer een onrustige nacht met een verschrikkelijk onweer achter de rug. Het was gelukkig wel iets minder intens dan dat van de vorige nacht. Die avond laat waren we nog uitgeput gewekt door een telefoontje van mijn zus Flore. We waren zo verbaasd dat we het niet direct doorhadden. We kregen het goede nieuws dat ze een bouwgrond gekocht hadden
.
Gelukkig ging de tocht terug iets vlotter dan het heengaan. Wel hadden we wat problemen met het oversteken van de rivier. Die was van een rustig kabbelend stroompje veranderd in een woeste bergrivier. We moesten onze schoenen uitdoen en op blote voeten met onze rugzak de sterke en ijskoude stroom trotseren. We werden bijgestaan door onze scout.
De overtocht verliep vlot en na een korte rustpauze trokken we weer verder. Tegen de middag kwamen we bij de auto’s aan. Daar merkten we dat we Bjorn zijn zonnebril kwijt waren. We haalden alles onderste boven maar konden hem niet terugvinden. Waarschijnlijk lag die nog ergens in het tweede kamp op de grond. We waren alle twee slecht gezind toen we terug naar het dorpje Debark reden.
In Debark vonden we een simpel hotelletje waar we kei lekker aten. Andre, die altijd honger had, nam zelfs twee porties. Er kwam ook nog een groep Nederlanders aan met wie we even babbelden. Ze trokken ook richting Kaapstad, maar hoopten daar in augustus te zijn. Een race tegen de tijd leek het ons.
We besloten uiteindelijk in het hotelletje te blijven overnachten zodat we de volgende ochtend vroeg aan de lange tocht naar Aksum konden beginnen. Stephanie en ik trokken het lokale marktje in en gingen achteraf nog een koffietje drinken. Het was super gezellig om nog eens met een vrouw wat bij te kletsen en deed ons beiden deugd!
Die avond zouden we een ander restaurantje uittesten. Achteraf gezien nogal stom want ons hotel zelf serveerde lekker eten. Het draaide uit op een fiasco. We bestelden met drie een omelet met tonijn en dat was echt niet te eten. Daarenboven viel de stroom uit en moesten we terug naar ons hotel begeleid worden door een slim manneke met een pillamp die hier natuurlijk een centje voor verwachtte.
Donderdag 3 juni
We hadden een lange en zware tocht door de bergen voor de boeg en vertrokken alweer later dan gepland. De hele weg tot Aksum reden we op zandwegjes langsheen moeilijke passen met vele haarspeldbochten. Het landschap waar we doorreden was alweer wonderschoon en we genoten van de rit. ‘s Middags stopten we even in een piepklein typisch dorpje voor een tasje thee met gebak.
Het toilet van het cafeetje was een avontuur op zich. Om er te geraken moesten we de binnenkoer oversteken waar de koe van de familie woonde. Daarna moesten we een afvoer over springen en toen kwamen we aan het gat in de grond dat het toilet voorstelde en waarnaast de was te drogen hing
!
Het laatste deel van de tocht waren er wegwerkzaamheden en moesten we door bergen zand en stof rijden. Toen we bijna in Aksum waren pikten Stephanie en Riaan een oud manneke op. Hun tempo lag meestal hoger dan dat van Bjorn en Joe. Op een bepaald moment was er een splitsing en wij besloten op Joe te wachten. Jammer genoeg raakten we daarna Riaan en Stephanie kwijt.
We hoopten hen in Aksum zelf terug te vinden, maar ook daar geen spoor. We konden hen ook niet bereiken want de telefoon van Stephanie was in onze auto aan het opladen. Plots kreeg Joe van Stephanie een telefoontje vanuit een of ander lokaal winkeltje en zo vonden we mekaar weer terug.
We vonden een leuk hotelletje en gingen wat later die avond kei lekker eten: steak met pepersaus en friet. Het smaakte niet helemaal als thuis, de steak was dun en doorbakken, maar toch was het verschrikkelijk lekker.
Vrijdag 4 juni
Ons bezoek aan Aksum was echt leuk! We begonnen met een stop aan de toeristische dienst. Bjorn voerde het woord en het was een schitterend spektakel. Dat manneke van de toeristische dienst bleef maar praten. Geen idee wat hij allemaal te vertellen had, maar het hield niet op. Op het laatste was Bjorn nog de enige van de groep die bij het manneke stond en geduldig luisterde.
Dat allemaal voor wat info over ons bezoek aan de stèle. Dit zijn grafmonumenten die voor koningen gebouwd werden. Het lijkt op een obelisk en de figuren erin doen verrassend modern aan! Ze imiteren een woning van diverse verdiepingen. Aan de voet is een deur uitgebeeld met daarboven meerdere ramen. De grootste nog staande stèle heeft negen verdiepingen en is 21 meter hoog. Links ervan ligt de in stuk gevallen hoogst vervaardigde stèle van 33 meter. Bij het plaatsen ervan is die kapot gegaan. Dit gebeurde op het moment dat het Christendom opkomst was. De Christenen maakten dan uiteraard handig gebruik van dit voorval. Volgens hen was het een teken van God. Het moest gedaan zijn met die oude religie van hen! En het werkte… Ethiopië is nog altijd een super christelijk land, ook al is
ook het de islam in opkomst!
Op het terrein van de stèle waren ook twee winkeltjes vol met rieten schalen. En na veel zagen mocht ik er van Bjorn een kopen! De max! Wel een moeilijke keuze want ze waren allemaal mooi… Comme la vie est dur parfois
.
We bezochten in Aksum ook het lokale en kleurrijke marktje, ver weg van alle toeristische winkeltjes. En toen kregen we honger!
Na het eten, wilden Bjorn en ik nog een kerk gaan bezoeken waar zogezegd de Ark des Verbonds bewaard wordt. De anderen vonden de inkom echter te duur. We werden rondgeleid door de Deken van de kerk, die we achteraf uiteraard een donatie voor de kerk gaven
! Hij bracht ons eerst
naar het museum en wat daar lag, was echt de moeite. Kilo’s en kilo’s goud en edelstenen, bewerkt in kronen, paraplus, vliegenweppers voor de priesters, kruisen en andere ceremoniële voorwerpen. Echt onvoorstelbaar. Van daar trokken we naar de lelijke moderne kathedraal met wel een schitterende akoestiek. In de kerk lag een eeuwenoude bijbel, die nog steeds dagelijks gebruikt werd.
Vervolgens ging Bjorn alleen verder met de Deken want ik mocht het mannelijke klooster niet in. Ik had dus even tijd om te bezinnen in de kathedraal
! Het is raar maar als je zo samen reist, ben je echt constant samen. En dan doet het soms goed om eens alleen te zijn.
Zaterdag 5 juni
En hop, we were on the road again. Vandaag stond Hawsien op het programma. Het dorpje ligt in de Tigray provincie en je bereikt het via een klein, slecht pad. Was wel even zoeken, want het stond zelfs niet in onze GPS. Doel van de trip waren de rotskerken. Toen we tegen de avond in Hawsien aankwamen, vonden we een mega super de luxe Italiaans hotel waar we konden overnachten voor 25 €! Er was echter nog een andere goedkopere optie en daar wilden de anderen overnachten.
De groep waar we mee reisden had budgettair gezien niet zo veel mogelijkheden. Echt leuk was dat niet want bij iedere maaltijd, hotel, attractie was er altijd wel een probleem rond de prijs.
Ze beseften zelf ook dat onze budgetten iets anders lagen en stelden zelf voor dat wij daar zouden gaan overnachten. Heerlijk!!!
‘s Avonds kwamen zij bij ons in het hotel eten: een typisch Italiaanse maaltijd. Eerst kregen lekkere soep, dan nog lekkerdere pasta, dan ons hoofdgerecht en ten slotte nog dessert. Bjorn at zoveel dat zijn kleine maag dit niet aankon en hij was achteraf doodmisselijk en had net een zwangere buik. En gelachen dat we hebben…
Zondag 6 juni
Maaltijd verteerd en we waren weer klaar voor een lekker ontbijt
! Daarna trokken we naar, volgens wat we gelezen hadden, de meest indrukwekkende rotskerk. De kerk is in de rots uitgehouwen en bevindt zich op de foto hiernaast, in het laagste deel tussen de twee hoge
rotsen.
Het was een serieuze klim en ik was echt doodsbenauwd. De priester hielp me gelukkig en trok me letterlijk naar boven. Toen we de kerk in wilden, was hij iets minder vriendelijk. Boven-op de ingang die we moesten betalen, wou hij zelf ook nog geld. Hij vroeg echt belachelijk veel en we besloten hem slechts de helft te geven van wat hij vroeg. Hierna bleef hij koppig voor de gesloten deur staan, tot wij ons terugdraaiden en weg wilden gaan. Toen liet hij ons, na ontvangst van het geld uiteraard, mokkend binnen. Wel een geluk want de kerk binnenin was een pareltje! Alle rotsen waren beschilderd met heiligen.
De afdaling vond ik gelukkig iets makkelijker dan de klim en zeker minder vermoeiend! Terug aan de auto was het weer zo ver: een hele discussie over geld. Bij onze aankomst was er een manneke, die onze gids wou zijn. Erg erg vriendelijk tot hij zijn prijs vertelde aan het einde van de rit. Voor nauwelijks twee uur vroeg hij 150 birr. Dit is normaalgezien een dagloon voor een gids. Veel te veel dus! Het werd zoals gewoonlijk een hele ruzie, erg vermoeiend!
Hierna trokken we verder naar Mekele, van waaruit we van plan waren onze trip naar de Danakil Depressie voor te bereiden. We kwamen in de vroeger namiddag aan en waren helemaal uitgehongerd. Na lang zoeken en rondrijden vonden we een lokaal restaurantje waar Bjorn en ik een super lekkere injera aten. Jammer genoeg zou het mijn laatste lekkere injera worden, want die avond werd ik weer maar eens doodziek. Alles kwam er terug uit en ik had verschrikkelijke buikkrampen. Ik voelde me echt doodongelukkig en vreesde een nieuwe malaria aanval.
Bjorn werd mijn ziek zijn ook stillekes aan beu en ging ‘s avonds met de anderen in de bar iets eten.
Maandag 7 juni
Ik voelde me gelukkig terug wat beter, maar wel nog wat slapjes. Na het ontbijt trokken we naar de toeristische dienst van Mekele voor informatie over een tocht naar de Danakil Depressie.
De Danakil Depressie is een van de laagste en tevens ook warmste plekken op aarde. De aardkorst is er splinterdun. Het is dan ook de enige plaats ter wereld waar je een constant lava meer kan bewonderen. Een avontuur dat ons allemaal wel aansprak, ondanks het feit dat het in de loneley planet beschreven stond als een niet te onderschatten expeditie.
Volgens de man van de toeristische dienst was het echter een “piece of cake”. En dus trokken we diezelfde dag nog richting Danakil, nadat we eerst nog naar de winkel gingen voor eten.
Na een lange afdaling, was onze eerste halte de ‘toeristische dienst’. Die bleek echter gesloten te zijn en we kregen er te horen dat we naar het politiekantoor moesten. In het ‘politiekantoor’ vertelden ze ons vervolgens terug naar de toeristische dienst te gaan. In de toeristische dienst was het weer een typische Ethiopische bedoening. Niemand kon ons precies zeggen hoeveel het hele grapje ons zou gaan kosten.
Om te beginnen moesten we twee scouts en een gids meenemen. Deze spraken echter enkel hun plaatselijk dialect en dus moesten we ook nog een vertaler meenemen. De gids mochten we eventueel thuislaten, maar we moesten hem hem wel betalen. Vervolgens moesten we een inkom tot de regio betalen. We kregen ook te horen dat we een tweede regio zouden betreden en ook daar moesten we een toegang betalen. Bjorn en ik vreesden dat ze ons daar ook nog een gids en scout zouden aansmeren. Ze verzekerden ons echter dat dit niet het geval was.
Van de toeristische dienst moesten we dan weer naar het politiekantoor. Daar kregen we te horen dat we voor die avond ook al twee scouts moesten betalen. Totaal belachelijk, maar veel keuze hadden we niet. We konden na veel onderhandelen wel regelen dat we slechts een scouts nodig hadden.
Nu moet je je inbeelden dat bij deze hele onderhandeling, die telkens door onze vertaler moest vertaald worden, heel wat geroep en ruzie aan te pas kwam. Het duurde zo’n twee à drie uur voor ons duidelijk was wat we zouden moeten betalen en wat we weigerden te betalen.
Uiteindelijk had iedereen bij de hele expeditie een slecht gevoel. We waren echter al zo ver dat niemand wou terugkrabbelen. Ik moet eerlijk toegeven dat als het aan mij had gelegen, we waren teruggekeerd.
Nadat we in het politiekantoor onze scout voor die nacht hadden meegekregen, trokken we naar de plaatselijke basisschool waar we konden overnachten in ruil voor een donatie.
Aangezien het een kei zware tocht zou worden, haalden we zoveel mogelijk onnodige balast uit de wagen. We lieten onze twee jerrycans, een reservewiel en extra olie achter in het schooltje.
Eens dit gedaan, en onze tent opgezet, trokken we met onze vertaler naar een plaatselijk spotgoedkoop restaurantje. We aten er tussen de geiten, koeien en kippen, op lage krukjes met omgekeerde bakken cola als tafel. Het eten smaakte ons!
Dinsdag 8 juni
Onze wekker liep om zes uur af want om zeven uur, voor de school begon, moesten we op weg zijn naar de vulkaan Ertale. We vertrokken redelijk op tijd. Stephanie en Riaan reden zoals gewoonlijk voorop met de vertaler. Bjorn en ik begonnen ons steeds meer te ergeren aan hun leiderschap dat me soms verdacht veel aan een dictatuur deed denken. Nu ja, ik had hier meer last van dan Bjorn!
Wij kregen een scout mee in de auto die op onze achterbak moest liggen. We hadden echt met hem te doen, maar een betere plaats hadden we niet. Toen we aan het eerste zachte zand kwamen en we de banden aflieten, kwam de vertaler bij ons in de wagen zitten. Onze scout moest namelijk de weg tonen aan Riaan.
Op een bepaald moment raakten we Riaan weer kwijt. Ik was intussen voor te ontploffen want we zaten daar in de “middle of nowhere” in een temperatuur van 50°C. Nu moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat het helemaal niet simpel was om te kijken of we nu volgden of niet want bij het rijden liet de wagen zo’n stofwolk achter dat je helemaal niets zag. Aan de andere kant, wij zijn Joe die achter ons reed nooit kwijtgeraakt!
Na een verschrikkelijke tocht door zand en stof kwamen we aan in het hoofdkantoor van de regio van de vulkaan. Dit kantoor was niet meer dan een hutje. We hadden deze keer wel geluk met de verantwoordelijk want het was een geletterde mens: hij kon lezen en schrijven. Onze vertaler vertelde ons dat dit goed was.
Daar moesten we zoals ons verteld was, inderdaad een inkom betalen. Hij vroeg ons daarbovenop ook nog een gids en twee scouts mee te nemen! Onze auto’s zaten al boordevol en daarenboven moesten we voor iedereen die we meenamen, voedsel en drank voorzien.
Na urenlang beraad en onderhandelen, kregen we het voor mekaar dat we slechts een gids moesten meenemen. Nu ja, dat was nog altijd meer dan wat ze ons in de andere toeristische dienst verteld hadden. Veel keuze hadden we niet. De verantwoordelijke vertelde ons dat als we geen geld hadden, we dan gewoon moesten thuisblijven. Ergens had hij gelijk. De excursie die we ondernamen was gevaarlijk, en moest ons iets overkomen, werd hij verantwoordelijk gesteld. Zijn mensen kenden het terrein daarenboven een pak beter dan die van de andere toeristische dienst.
Met dus nog een extra persoon die bij ons in de wagen gezet werd, trokken we op weg naar de vulkaan. Hoewel het laatste stuk nog maar vijftien kilometer rijden was, deden we hier in totaal drie uur over. We moesten letterlijk een vulkaan oprijden en het terrein was verschrikkelijk.
Totaal uitgeput kwamen we in het basiskamp aan, vanwaar we te voet verder moesten naar het lava meer. We besloten eerst iets te eten en ik kookte pasta voor iedereen. Na het eten voelde ik me helemaal niet zo lekker en de meesten waren doodop. We besloten dus eerst te rusten en dan ‘s avonds om negen uur te vertrekken. De beklimming moest ‘s avonds of ‘s nachts gebeuren. Overdag was de hitte te groot.
Om negen uur waren we klaar om te vertrekken. Joe voelde zich echter verschrikkelijk ziek en besloot niet mee te gaan. Met z’n vijven trokken we dus op pas. We waren nauwelijks een kwartier weg, of Stephanie werd ziek. Ze was erg draaierig en moest overgeven. Vol goede moed liep ze nog een uur verder, maar moest uiteindelijk opgeven. Onze vertaler stuurde de lokale gids met Stephanie en Riaan mee om hen terug naar het kamp te brengen. Ik was hier wat bezorgd om want het was deze gids die voorop liep. Wij kregen de scout van de andere toeristische dienst mee.
En toen waren we nog met drie…
Vol goede moed trokken we verder. Na een kwartier echter, was onze scout al het spoor kwijt en dus liepen we in het wilde weg de vulkaan op, in de richting van de rode gloed. In plaats van een anderhalf uur wandelen zoals ons beloofd was, deden we er uiteindelijk vier uur over. Eens boven waren we in een jubelstemming. Die duurde echter niet erg lang, om bij het lavameer te komen moet je in de krater afdalen, hiervoor is er maar 1 pad, het is levensgevaarlijk om te dicht bij de rand te komen omdat die kan afbrokkelen. In het donker konden we echter niets zien en onze scout kon helaas het pad niet vinden. Met andere woorden: we waren hopeloos verdwaald. Daar zaten we dan: twee uur ‘s nachts, veertig graden, niet genoeg drinken op een vulkaan. We hadden onze GPS niet mee en hadden geen idee hoe en of we nog ooit aan de auto zouden terug geraken.
Toen onze vertaler ons vertelde dat we bovenop de vulkaan wat moesten proberen te slapen, sloegen bij Andre de stoppen door. Hij had intussen niets te drinken meer en was op het einde van zijn krachten. Hij begon tegen de vertaler te schreeuwen dat hij fucking geen blanke geldmachine was en dat de vertaler maar een ding van ons wou en dat was ons geld. En dat hij als hij ons geld wou, fucking de weg moest gaan zoeken. En dat hij een fucking bastard was. Na vijf minuten hysterie, besloot Bjorn dat het genoeg was en maande hij Andre tot kalmte. Voor mij was dit echter de laatste druppel en ik begon super hard te wenen. Ik was er, net als Bjorn en Andre trouwens, van overtuigd dat we op die vulkaan zouden sterven. Ik nam zelfs afscheid van Bjorn…
Wanneer ik dan positief dacht was ik al even droevig. Ik had verschrikkelijke dorst en het enige waaraan ik kon denken was de limonade in onze frigo voor als we terug waren. Nu hadden we aan Stephanie gezegd dat ze deze kon opdrinken, moest het haar goed doen. Ook bij mij sloegen de stoppen door en ik was razend bij het idee dat zij geen geld hadden om limonade te kopen en ze dan die van ons opdronken terwijl ik aan het vergaan was van de dorst. Ik schaam me nu voor mijn gedachten. In tijden van nood is het uiteindelijk echt wel ieder voor zich…
Bjorn was zoals gewoonlijk de kalmte zelf (naar buiten toe dan toch). Na een uur slaagde hij erin me te kalmeren. Achteraf gaf hij wel toe dat hij ook verschrikkelijk ongerust was. Als wij bij daglicht niet op tijd bij de auto konden komen zouden wij met die hitte snel volledig uitgedroogd geraken, en we hadden geen idee welke richten we uit moesten… We probeerden op de harde vulkaan grond wat te rusten en hoopten dat we bij het ochtendgloren de weg terug zouden vinden.
Woensdag 9 juni
Tegen vijf uur, begon het te schemeren en trokken de vertaler en de scout terug op zoek naar het pad. Ik was reuze ongerust dat na die tirade van Andre de vorige nacht, de twee Ehtiopiërs ons in de steek gelaten hadden. Na een kwartier hoorden we echter het enthousiast geschreeuw van onze vertaler, die riep dat ze het pad teruggevonden hadden. We bleken vlakbij te zitten en een kwartier later stonden we aan de voet van het lava meer.
We waren echter zo uitgeput en ongerust over de terugweg dat we niet ten volle van het indrukwekkende schouwspel konden genieten. De scout en vertaler stelden ons nog voor om tot aan het viewpoint te wandelen, maar dat zagen we niet meer zitten. Eigenlijk wel ironisch, al dat geld, moeite en afzien om dan uiteindelijk 15 minuten het meer te zien.
De terugweg was moeilijk. We waren allemaal doodop en hadden nauwelijks nog drinken. De zon kwam op en het werd razendsnel verschrikkelijk warm.
Iedere slok was berekend en dat is echt een verschrikkelijk gevoel als je veel dorst hebt. Tegen acht uur kwamen we uiteindelijk in het kamp aan. Het weerzien van onze Gari was een onbeschrijfelijk gevoel van verlichting (zie foto hiernaast). Ook de anderen, die ons om 2 uur ‘s nachts hadden terug verwacht, waren blij ons terug te zien.
Ons avontuur was echter nog niet voorbij want we moesten nog terug. Nadat we de gids en de scout eten gegeven hadden, vertrokken we tegen tien uur. Stephanie was nog altijd erg ziek en besloot bij ons in de auto te komen liggen. De dag erop waren haar billen blauw van de schokken.
Het was intussen weer vijftig graden en het voelde een pak warmer aan dan de dag ervoor. De warme wind van het raam deed pijn aan mijn gezicht. Verschrikkelijk. We zaten intussen ook bijna door onze watervoorraad heen en dronken gezuiverd water uit de tank van Joe, dat nog meer naar chloor smaakte dan zwembad water.
Iedereen was op het einde van zijn krachten toen we aan het eerste dorpje aankwamen. We hielden stop aan het plaatselijke café waar kei lekkere koude cola kregen! We moeten er verschrikkelijk uitgezien hebben want de eigenaar verplichte ons allemaal te gaan liggen en kwam rond met water om ons te verfrissen. Joe moest weer overgeven en Stephanie stond op het punt van flauwvallen.
Na een uur pauze trokken we verder. Bjorn was doodop van de lange trip en ik reed het laatste stuk. Onze volgende stop was een klein riviertje, waarin we ons afstoften en verfristen. Het was voor ons het paradijs. Met kleren en al legden we ons in de ondiepe rivier.
Het laatste stuk was het stijl bergop en de motor werd uitzonderlijk snel warm waardoor we geregeld moesten stoppen. Bij onze aankomst aan het schooltje besloten we dan ook om onze ventilator en de luchtfilter wat te ontstoffen. De dag erop stond ons immers een enorme klim te wachten.
De anderen begrepen niet waar we de energie vandaan haalden om dit nog te doen…
Het grappige is dat we deze keer zonder scout in het schooltje konden slapen… Die avond moesten we de scout en de vertaler betalen. Een heel gedoe… We wilden de scout geen extra fooi geven en dus bleven die nog een hele tijd rond de auto hangen tot Bjorn ze duidelijk maakte dat dit niet hielp. We waren erg tevreden over de vertaler. De anderen wilden ook hem geen fooi geven en dus betaalden Bjorn en ik die alleen.
Donderdag 10 juni
Alweer vroeg opstaan geblazen. Ik droomde de hele nacht van stof en zelfs als ik mijn ogen opende zag de hele wereld er stoffig uit van de prut in mijn ogen. Die morgen moesten we ook de donatie voor de school regelen. Meestal betaalden we in Ethiopië 50 birr per persoon per nacht. We hadden daarenboven al ons materiaal beveiligd in de school achtergelaten. Voor Bjorn en mij leek dat dus een redelijke prijs. De anderen wilden echter het uiterst minimum betalen, zoals gewoonlijk. Wij gaven de school alweer wat extra geld uit onze zak. Maar de donatie, die officieel geregistreerd werd, was nog steeds belachelijk laag en Bjorn en ik schaamden ons. We konden echter niet blijven betalen voor de anderen…
De klim naar boven verliep verrassend vlot. Onze Gari scheen er niet al te veel last van te hebben. We bereikten algauw de grote baan en toen gebeurde het… Eerst roken we een vreemde olie geur. We stopten, maar zagen niet speciaals. Toen we terug probeerden te rijden, trok het stuur verschrikkelijk naar rechts. Er was echt iets serieus fout met de auto. Gelukkig hadden Stephanie en Riaan gezien dat we stopten en kwamen ons onmiddellijk ter hulp. Er was iets fout met ons rechter voorwiel.
Bjorn en Riaan demonteerden het wiel. Het probleem leek echter dieper te zitten. Jammer genoeg ontbrak ons het juiste materiaal. Riaan en Stephanie reden dus verder naar het hotel, waar Joe en Andre intussen gearriveerd waren. Na een tijdje kwam Riaan samen met Joe terug met het juiste materiaal. We hoopten dat de lagers gebroken waren, daar hadden we de
reserve stukken van mee. Het bleek echter de vooras van het wiel te zijn!
Riaan en Joe reden terug om de vooras van Joe uit zijn landrover te halen. Het bleek echter niet dezelfde te zijn… Er stond dus niets anders op dan een takeldienst te regelen. Ik reed met Joe en Riaan mee naar het hotel. Op weg naar het hotel begon het te schemeren.
Stephanie, die ik op de terugweg naar het hotel gebeld had, was via de receptionist van het hotel al in contact met een ‘brooker’. Hij zou de takeldienst voor ons regelen. Hij kon de takeldienst van Mekele niet meer contacteren en voor die avond kreeg hij niets meer geregeld. De volgende ochtend om zes uur zou het takelen pas lukken. Riaan besloot om terug naar Bjorn te rijden en bij hem in de auto te overnachten. Ik kocht wat kaas broodjes want Bjorn had van de hele dag nog iets gegeten. Ook de dag ervoor had hij nauwelijks iets gegeten. We waren daarenboven allemaal doodop.
Ik sliep die avond bij Stephanie in de kamer. We hadden bovenop onze problemen nog een hele discussie aan de receptie. Andre had bij zijn aankomst in het hotel drie kamers gereserveerd. We hadden echter maar twee kamers nodig. Toch wou de receptionist dat we voor de drie kamers betaalden. Ik besloot dat we het probleem de dag erop met de manager zouden regelen.
Ondanks de vermoeidheid deed ik die nacht nauwelijks een oog dicht.
Vrijdag 11 juni
We waren al vroeg op want Stephanie en ik hadden begrepen dat de takelwagen eerst langs Mekele zou komen. Zoals zo vaak in Ethiopïe gebeurd,
was dit echter een misverstand. Het gevolg was dat we de bus moesten nemen. Toen we bij Gary aankwamen was de takelwagen er al. Bjorn liep reuze gestresseerd rond en had schrik dat het takelen niet zou lukken. Gelukkig verliep alles vlot en we bereikten veilig en wel het hotel.
Ons probleem was echter nog niet opgelost. Nu moesten we nog een wisselstuk vinden. We vroegen onze brooker of hij ons kon helpen met zoeken en dit binnen zijn fee van 300 birr die we de avond voordien afgesproken hadden. Hij stemde toe en ging op pad. Bjorn begon direct terug met het demonteren van het wiel en checkte of onze linker wielas niet hetzelfde probleem had. Gelukkig bleek dit niet het geval. Na een dik uur was onze brooker terug. Hij werd vergezeld door onze receptionist. Die had zijn dienst erop zitten en hoopte met het meezoeken nog een extra centje bij te verdienen, grrrrrrrr! Ze hadden geen identiek stuk gevonden en wilden dat we met hen mee kwamen om de verschillende mogelijkheden te onderzoeken. Bjorn zag er echter niet uit en was nog druk aan de auto aan het werken. We besloten dus dat ik zou meegaan. Wel grappig want die Ethiopische mannen konden er niet aan uit dat een vrouw iets kent van auto’s.
We zochten samen een tuktuk en trokken op weg. Onze eerste stop was een auto werkplaats, waar tot mijn grote vreugde een oude landrover stond. Op mijn verzoek, checkten ze of hier dezelfde vooras op zat dan die van ons. Dit bleek jammer genoeg niet het geval en dus trokken we verder. We deden vele winkeltjes aan, maar nergens konden ze ons helpen. Een oud mannetje had een stuk dat er erg op leek en dat volgens hem makkelijk aangepast kon worden. Ik kreeg het jammer genoeg enkel mee met een waarborg en ons geld was op na het betalen van de takeldienst. Iets waar we achteraf erg veel spijt van zouden hebben. Ik trok terug naar Bjorn en legde hem uit wat ik gezien had. We besloten uiteindelijk Wouter te bellen. Hij is de vorige eigenaar van onze wagen en bezit een shop met allerlei Landrover attributen. Hij zei ons dat het inderdaad een speciaal stuk was en stelde ons voor het op te sturen.
Wij stemden blij toe. Het was echter vrijdag en het pakje zou dus maandag pas vertrekken. We bestelden eveneens nog extra remblokjes want die waren met de hitte helemaal misvormd. We hadden er een goed gevoel bij.
Die avond gingen we in Boston restaurant eten en kregen we een heerlijke lasagne voorgeschoteld. De wereld zag er terug mooi uit.
Zaterdag 12 juni
We sliepen die nacht super vast en voelden ons terug wat uitgerust. We konden weer wat helderder denken… Ons gerust gevoel van de avond ervoor duurde niet erg lang want plots beseften we dat we in plaats van remblokjes, remschijven besteld hadden. Vier dan nog wel! Dat zijn verschrikkelijk grote en zware stukken en we hadden slechts één remschijf nodig. We waren beiden in een staat van chock. We belden Wouter nog om te checken wat hij verstuurd had en het was zoals we vreesden. In de namiddag trok ik mijn stoute schoenen aan en belde Wouter terug op om te vragen het pakje terug te roepen en de bestelling aan te passen. Dit zou wel wat extra dagen duren, maar dat namen we erbij.
In de voormiddag trokken Stephanie en ik naar het marktje van Mekele en dat was echt super leuk. We zagen geen enkele toerist. We kochten souvenirtjes
en groenten. Van de vrouwen van wie we spullen kochten, vroeg ik telkens of ik een foto mocht nemen. Sommigen weigerden en werden bijna boos. Anderen weigerden uit verlegenheid. Enkele vrouwen vonden het echter geweldig en algauw kwam er een hele bende rond hen staan. Allemaal schaterden ze van het lachen bij het zien van hun foto. Het was echt super gezellig om nog eens met een vrouw alleen te gaan shoppen. We genoten er alle twee reuze hard van (denk ik toch).
Na onze tocht, aten we broodjes op de parking van het hotel, waar de mannen nog volop aan de auto’s bezig waren. Na al het stof van onze Danakil excursie, waar we ondertussen dik dik spijt van hadden, besloten we de auto te kuisen. We haalden alles uit de auto en de parking van het hotel werd een waar slagveld. Er was daarenboven een conferentie aan de gang in de zaal met zicht op de parking. Niemand zei ons echter iets en dus kuisten we lustig verder.
Zondag 13 juni
De mannen prulden nog wat aan de wagen, maar verder was het een rustdag. We beseften dat ons reistempo van de laatste dagen waarschijnlijk wat te hoog had gelegen. Sinds de genezing van mijn malaria aanval, had ik nog geen dacht rust gehad, integendeel. Ik voelde dat ik over mijn grenzen gegaan was.
Een dagje rust deed me dus goed en was stiekem blij dat we verplicht waren nog een paar dagen rust te houden, in afwachting op onze reservestukken.
Maandag 14 juni – zaterdag 19 juni
Die maandag namen we afscheid van Stephanie, Riaan, Joe en Andre. We waren er allemaal van overtuigd dat we mekaar in Addis zouden terug zien, om samen de grens over te steken. Er was echter een probleem: Stephanie en Riaan wilden perse langs de Omorate grens rijden. Bjorn en ik zagen dit echter om verscheidene redenen niet zitten. Het was terug een vulkanisch gebied, het was er erg warm en het terrein was verschrikkelijk slecht. Het deed ons met andere woorden te veel aan Danakil denken. Wij wilden liever de Moyale route nemen…
Over de volgende dagen valt niet veel te vertellen. Het was wachten… Ik had nog eens rustig de tijd om het verslag te updaten en dat was nodig want ik zat erg achter! Verder bereidden we in detail Kenya en Uganda voor en zaten we veel op het internet. De verbinding was jammer genoeg erg slecht en vaak was dat een enerverende bedoening.
Vanaf woensdag verwachtten we het pakje en begonnen we ongeduldig te worden.
Zaterdag was er nog steeds niets en dus belden we Wouter. Die vertelde ons, tot onze grote ergernis, dat hij nooit verwacht had dat we het pakje die week nog zouden krijgen. Had hij ons wel mogen zeggen…
Aangezien de leveringsdienst toch niet werkte in het weekend, besloten we die middag naar Lalibela te trekken. Dit is dé toeristische topper van Ethiopië. We trokken eerst naar een reisbureau voor info en besloten er met de minibus naar toe te gaan. Nadat we in het busstation gecheckt hadden of er die dag nog een vertrek was naar Lalibela, keerden we terug naar het hotel om uit te checken. Het was de vlucht naar Egypte want het busje wachtte op ons en we moesten de hele kamer legen in een paar minuten. Ook het uitchecken verliep niet echt vlot want die receptioniste kon niet tellen. Ze rekende de dag van ons vertrek bij als een extra nacht. Onmogelijk om haar uit te leggen dat ze fout was. Daarenboven kregen we ook de rekening van de avond van onze vooras breuk voorgeschoteld. We riepen de manager erbij en die liet ons betalen wat wij dachten dat correct was. We vertelden hem eveneens over onze plannen en vroegen of het OK was de auto op de parking te laten staan. We kregen ook zijn telefoonnummer mee, zodat we hem maandag konden bellen in verband met onze levering.
De rit in de bus was hectisch. De chauffeur reed als een gek door de bergen en overreed meerdere malen bijna een ezel, geit of koe. We werden verschillende malen door politie aangehouden die checkten of het aantal passagiers dat het minibusje kon vervoeren, gerespecteerd werd. Uiteraard was dit niet het geval. De eerste maal checkte een mannelijke politie agent. Die liet ons in ruil voor wat geld zonder probleem vertrekken. De tweede maal was het een vrouwelijke agent en die schreef een boete uit. Vooraan in het busje zat een koppeltje. De man draaide zich om naar ons en zei in het Engels: “You see how women are? They have no mercy! The male policemen let us go, but the woman gives a fine”. Iedereen in de bus aan het giechelen uiteraard. Vervolgens antwoordde zijn vriendin: “The male poclicemen was corrupt. The woman did her job”. Ha, dat vond ik nog eens een antwoord se. Uiteraard weer veel hilariteit in de bus.
Het koppel hielp ons achteraf nog goed om tot onze eindbestemming van die dag te raken: Woldia. Vandaaruit zouden we de volgende dag verder naar Lalibela trekken. Ze raadden ons eveneens een leuk hotelletje aan in Woldia dat we achteraf gezien erg duur vonden voor wat het was.
De man aan de receptie vertelde ons dat we tegen vijf uur aan de bushalte moesten zijn. We vertrouwden het niet helemaal en besloten tot aan het busstation te wandelen. Het was een lange tocht in het donker en ik voelde me helemaal niet op mijn gemak. De Ethiopische bevolking, vooral de mannen, heeft echt een alcohol probleem en we kwamen dan ook heel wat dronkaards tegen. Het busstation was helemaal uitgestorven en dus was de hele tocht eigenlijk tamelijk zinloos geweest.
We eindigden de avond met een slechte pasta in een goedkoop restaurantje en maakten ons klaar voor de korte nacht.
Zondag 20 juni
Gelukkig vonden we deze keer een tuktuk om ons naar het busstation te brengen. Bij onze aankomst was het een geschreeuw en geroep. Er waren namelijk twee bussen die naar Lalibela reden. De ene via de langere maar betere baan. De andere via de kortere maar slechtere baan. Iedere bus wou natuurlijk zo snel mogelijk vol zijn en vandaar dus het gevecht om ons in hun bed te krijgen. Wij namen uiteindelijk de langere maar betere baan. En dan was het wachten geblazen. De bus vertrok niet zolang ze niet vol was…. Grrrrrrr!!! Uiteindelijk verlieten we het busstation om acht uur! We hadden beter wat langer in onze te dure hotelkamer geslapen.
En dan de bus zelf… Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Vooraleer we vertrokken werd er vers groen gras in gegooid en werden er wierrookstokjes opgestoken. Ik kreeg er tot groot plezier van de medereizigers de slappe lacht van. Toen we uiteindelijk vertrokken, kon ik minder lachen want ik zat net onder een box en de muziek stond loeihard. Ook buiten hadden we luidsprekers op de bus. Dat was wel de moeite want overal waar we voorbij reden begonnen volwassenen en kinderen spontaan te dansen. Op een bepaald moment speelden ze het liedje ‘this is Africa’, het liedje van de World Cup dat hier overal, net als in Europa waarschijnlijk, een hit is. En ik vond het heel toepasselijk in de overvolle luidruchtige bus vol vers gras en wierook
! We stopten vaak om mensen in en uit te laten stappen en om eten te kopen. Vanuit het raam van de bus kon je gebarbecuede maïs, gepoft graan, verse wortelen, suikerriet en nog veel meer kopen. Erg handig en spotgoedkoop!
Na een tijdje kreeg ik echt oorpijn en vroeg ik of de muziek iets stiller kon. Daar konden ze niet aan uit! Ze zetten het uiteindelijk met veel tegenzin een decibel minder.
Tegen de middag was het even rustpauze en moest iedereen de bus verlaten. We gingen in het plaatselijk cafeetje een heerlijk theetje drinken en kwamen daar een Italiaan tegen, Marco, die we al in Aksum gezien hadden en vervolgens aan de rotskerk. Het was net of we mekaar volgden. Hij werkte als vrijwilliger in Lalibela waar hij bezig was een school te bouwen. Zelf was hij architect van opleiding en dus had hij het soms wat moeilijk met het bouwen zelf.
Hij raadde ons het hotelletje aan waar hij verbleef en dat was inderdaad de moeite. Vanop het terras hadden we een prachtig uitzicht op Lalibela. Er stonden ook twee grote voederbakken voor vogeltjes en het was er echt genieten. We namen een aperitief op het terras en ontmoetten er tot onze grote verbazing een Amerikaan die we ontmoet hadden in het Italiaanse hotel in Hawsien. Hij was toen ook erg geïnteresseerd in een tocht naar Danakil. Hij had zich voor de excursie bij een Ethiopische touroperator in Addis geïnformeerd en die stelden hem een trip van 4.000 € voor. Wij hadden hem stiekem gek verklaard. Bij onze tweede ontmoeting vonden we hem al een heel pak sympathieker. Hij had uiteindelijk dan toch de tocht gedaan voor 2.000 €. Nog erg duur, maar hij leek erg geïnteresseerd te zijn in de ‘extreme bestemmingen’. Ook zijn excursie was bijna fataal afgelopen. Eerst en vooral had zijn gids wel de weg naar de krater gevonden in het donker, maar niet de weg terug. Hij was dus eveneens verplicht om op de berg te slapen. Verder was met slechts een wagen vertrokken, en die had panne. Een ware ramp in die hitte uiteraard. Gelukkig kreeg zijn chauffeur die na vele malen proberen terug aan de praat maar hij had ook bange momenten achter de rug. Zo zie je maar dat zelfs georganiseerd een tocht naar Danakil nooit te onderschatten is.
We aten samen met Marco in het restaurant van het hotel (de keuken was heerlijk) en het werd echt een gezellige avond.
Maandag 21 juni
Na al dat vroeg opstaan, sliepen we zalig vast en lang in een lekker zacht bad. Heel wat beter dan dat van Mekele waar de veringen van de matras in onze rug staken. We genoten van een lekker ontbijt: eens iets anders dan dat van Mekele! En daarna trokken we op weg naar de kerken. We namen weer een van onze beroemde shortcuts en het liep uiteraard weer fout. We zaten middenin de woonwijk waar nauwelijks toeristen kwamen en we hadden veel bezien. Alle kinderen huppelden vrolijk naast ons mee. Een plezier om te zien. Er waren ook daar wegenwerken en uiteindelijk bleek de short cut langer dan de eigenlijk weg
! Hoe doen we het toch altijd? We zullen maar zeggen dat die kaartjes van de Loneley Planet op niets trekken hè, hihi!! Daarenboven zijn al onze gidsen hopeloos verouderd en dat is soms echt vervelend!
Enfin, we bereikten vlot de kerken. De inkom was erg duur, maar dat hadden we er voor over. We kregen er een primitieve PowerPoint presentatie bij en een rondleiding doorheen het museum.
Het speciale en uitzonderlijke aan de kerken in Lalibela is dat die volledig uit de rotsen gehouwen zijn. In tegenstelling tot Petra, waar de kerken nog onderdeel zijn van de rots zelf, zijn die in Lalibela helemaal vrijgemaakt.
Voor ik verderga, eerst even wat geschiedenis. Het stadje Lalibela is vernoemd naar koning Lalibela. Het is prachtig gelegen op 2480 meter hoogte. In de middeleeuwen was Lalibela de hoofdstad van Ethiopië. Tegenwoordig is het niet meer dan een klein toeristisch stadje.
Ethiopiërs zijn dol op legendes en geloven hier steevast in. Zo heeft ook koning Lalibela zijn legende. Vlak na de geboorte van de zoon van keizer Zan-Seyoun, streek een zwerm bijen op het slapende kind neer. Zijn moeder riep “Lalibela” wat zoveel betekent als ‘de bijen hebben zijn koningschap erkend’. Koning Lalibela leefde van 1181 tot 1221 en bracht jaren in ballingschap door in Jeruzalem. Zijn oudere broer koning Harbe vond Lalibela namelijk een bedreiging voor zijn koningschap. Toen hij later naar Ethiopië terugkeerde liet hij in opdracht van God en ter herinnering aan zijn ballingschap in Jeruzalem de bekende rotskerken uithouwen. In het ‘geldl’ (heiligleven) van Lalibela staat beschreven dat er slechts 20 jaar nodig was om de kerken te voltooien. Deze korte periode is toe te schrijven aan de hulp van de engelen. Die namen ‘s nachts de taak over van de arbeiders en werkten dubbel zo hard.
In totaal zijn er zo elf kerken uitgehouwen. De eerste kerk die we bezochten werd volledig verbrod door het zogenaamde afdak ter bescherming van de kerk. Ik ben geen architect maar ik had toch een meer subtiele manier van bescherming kunnen bedenken…
Het pareltje van Lalibela is de kerk van
Sint-Joris of de Bet Ghirogis. Sint Joris is de patroonheilige van Ethiopië. Volgens de legende waren alle kerken klaar, toen Sint-Joris in zijn volledige wapenuitrusting voor koning Lalibela verscheen. Hij was woest want er was voor hem geen kerk gemaakt. Koning Lalibela gaf daarop aan zijn intussen ervaren arbeiders en de engelen, de opdracht om de mooiste en meest indrukwekkende kerk voor hem te bouwen. Het resultaat mag er zijn zoals je op de foto kan zien.
Halverwege de gang die toegang tot de kerk verleent, zijn hoefsporen te zien, die het paard van Sint-Joris gemaakt zou hebben bij zijn verschijning aan de koning.
We bezochten de kerken in twee keer: voormiddag en namiddag. ‘s Middags hadden we even rust nodig en besloten we de beroemde Ethiopische honingwijn te proeven. Het klinkt misschien lekker en zoet, maar dat is het zeker niet. Het is een bitter alcoholisch goedje dat Bjorn en mij al direct naar het hoofd steeg. We deden er zo’n anderhalf uur over om het op te krijgen
! Terwijl we druk aan het drinken ware, kregen we gezelschap van een Ethiopische boer en vooral goede handelaar. Hij had zich voorgenomen om ons Ethiopisch te leren. Geduldig zei hij ons alle delen van het lichaam voor en wij moesten die dan herhalen. Van het moment we aan het volgende lichaamsdeel waren, waren we het vorige al vergeten. Amhaars is de officiële taal van Ethiopië en echt verschrikkelijk moeilijk. Alleen al de klanken konden we nauwelijks uitspreken, laat staan onthouden. Naast het Amhaars, worden er ruim 200 verschillende talen en dialecten gesproken. De man slaagde er achteraf in om ons wat kruisjes te verkopen die we waarschijnlijk veel te duur betaalden.
In de late namiddag toen we terug in het hotel ware, genoten we nog van het leuke terras. Bjorn belde ook nog naar de manager van ons hotel in Mekele, maar er was nog steeds geen pakje gearriveerd
.
We sloten de avond af in ons vast restaurantje en aten er samen met Marco en een Fransman die onze kamerbuur was.
Dinsdag 22 juni
Om vier uur dertig liep onze wekker af en…er was weer eens een stroompanne. In het pikkedonker vulden we onze rugzak. Gelukkig (we begonnen Ethiopië al zo’n beetje te kennen) hadden we onze hoofdlamp mee. Ook tanden poetsen lukte niet want er was weer eens geen water. Een ander typisch Ethiopisch fenomeen. We moesten tegen vijf uur aan het busstation zijn. Dat was een stevige afdaling van zo’n twintig minuten, alweer in het pikkedonker. Onderweg kwamen we heel wat Ethiopiërs tegen die met hun lampjes ook allemaal op weg waren naar het busstation. Deze keer was de bus snel boordevol. Bjorn en ik zaten ongemakkelijk op de achterste bank van de bus. Normaalgezien was die voor vier personen, maar we moesten er met vijf personen opzitten. Tegen de tijd dat we in Woldia aankwamen, deed alles pijn en konden we onze benen nauwelijks nog bewegen. Om zes uur vertrokken we en deze keer hadden we blijkbaar de bus genomen die de korte maar slechte weg nam. We hebben het geweten… We misten onze Gari meer dan ooit!
In Woldia was het alweer een chaos van jewelste. Iedereen raadde ons aan de grote publieke bus te nemen, maar die was helemaal leeg. Dat wil dus zeggen: lang wachten. Aangezien we die dag nog tot in Mekele wilden raken hadden we geen tijd te verliezen. We besloten dus voor een minibusje te gaan. Het busje dat we vonden was bijna vol en zou ons naar een stadje tussen Woldia en Mekele brengen. Het was zoals meestal een snelle chauffeur en dat in combinatie met de bergen die we door moesten, maakte dat de passagier voor me moest overgeven. Raampje open en kots eruit. Bij het zicht ervan werd ik eveneens kotsmisselijk en ik miste onze Gari nog harder. We hadden echter goede hoop want Bjorn en ik waren er beiden van overtuigd dat ze ons pakje vandaag zouden leveren. We vonden vlot een busje voor het derde deel van de trip en zaten weer achter overgevers!
Tegen vier uur arriveerden we doodmoe in het hotel en toen… Was het een grote desillusie. Nog steeds geen pakje en daarbovenop kregen we ruzie met het management. Bij het inchecken kwam de zus van de manager me zeggen dat de onze Gari van de parking weg moest! Ik zei haar dat we er niet mee konden rijden en toen zei ze me dat we hem dan maar moesten wegtakelen. Ik was er niet goed van!
We besloten zo snel mogelijk eens met de manager te gaan praten. Eerst belden we echter Wouter op om te melden dat we de reserve stukken nog steeds niet ontvangen hadden. Die contacteerde prompt het bedrijf in Londen dat de spullen verstuurd had. Er kwam eindelijk schot in de zaak.
Woensdag 23 juni
We stonden al vroeg op, klaar voor wat actie. Na ons ontbijt, ging ik internet checken, terwijl Bjorn met de manager van het hotel ging praten. De man was uiterst onvriendelijk en bleek boos te zijn om ons gedrag op de parking. We hadden er volgens hem een garage van gemaakt en moesten eerlijk toegeven dat hij een punt had. We begrepen echter niet waarom hij dit niet eerder verteld had.
Nu is het zo dat overal in Ethiopië ‘faranji prijzen’ gehanteerd worden. Ieder restaurant en ieder hotel heeft twee prijstabellen. Het viersterren hotel in Mekele was een uitzondering op die regel en we betaalden er dezelfde voordelige prijs als de Ethiopiërs, namelijk tien euro per nacht voor een dubbele kamer. Ze leefden voornamelijk van congres toerisme van de lokale bevolking en hadden ons ‘faranji’ niet nodig om geld te verdienen. En dat lieten ze ons voelen ook. Daarenboven was er nog steeds de discussie rond de betaling van de hotelkamer die Andre gereserveerd had, maar die we nooit betaald hadden.
Een verschrikkelijk frustrerende situatie. Niet alleen zaten we tijd te verliezen met het wachten op ons reservestuk, we zaten daarenboven in een hotel waar ze ons liever zagen vertrekken dan komen. Daar kwam dan nog bij dat we constant samen in een flash roos geschilderde kamer zaten en daar kwam uiteraard een dikke vette ruzie van.
Het leek ons echt dat sinds Soedan onze hele reis fout liep. Eerst ik ziek, dan veel te hectisch reizen in een groep waar ik me niet goed in voelde. Vervolgens onze bijna dood ervaring in Danakil en dan onze auto stuk. Hierdoor zaten we intussen meer dan een week al vast in een ons vijandig gezind hotel. We waren echt waar de wanhoop nabij.
Die dag kregen we gelukkig ook goed nieuws: het pakje zou de volgende dag arriveren… Afwachten dus maar!
Donderdag 24 juni
Uiteraard was er ook vandaag geen pakje te zien. Onze wanhoop werd nog groter en we besloten op zoek te gaan naar een plan B. En zo kwamen we terug bij het begin… We zochten opnieuw naar het winkeltje waar ik het stuk gezien had dat er erg op leek. Ik was die dag echter doodmoe en ik heb totaal geen oriëntatie gevoel en vond het dus niet terug. Bjorn uiteraard nog bozer op mij. Alsof ik daar iets kan doen kan dat het stuk oriëntatie in mijn hoofd ontbreekt. Ik trok het mij dus niet al te veel aan, maar de stemming tussen ons werd er niet beter op. Ik besloot dus de ‘hulpzame’ receptionist die de eerste ochtend geholpen had bij de zoektocht naar het wisselstuk, de weg te vragen naar dat winkeltje. Bjorn was ervan overtuigd dat de man niet zou begrijpen wat we wilden, maar hij was fout. In dezelfde tuktuk als toen reden we ernaartoe. Het wisselstuk bleek zelf nog beter te passen dan we dachten en kon makkelijk aangepast worden. Hadden we dat van in het begin geweten….
Nu ja, we hoopten nog steeds het pakje te ontvangen en dus lieten we het nog niet direct aanpassen. We voelden ons wel een pak geruster nu we een plan B hadden om uit Mekele weg te komen.
Vrijdag 25 juni
Die ochtend kregen we van de manager van het hotel te horen dat USP al verscheidene malen gebeld had om te vragen of het pakje al gearriveerd was. We begrepen er steeds minder van. Hij stelde ons voor om samen het hoofdkantoor van USP te bellen. We kregen iemand aan de lijn die ons vertelde dat hij ons wat later zou terugbellen.
Wat bleek nu…het pakje zat al meer dan een week vast bij de douane in Addis!!! We moesten zelf naar Addis gaan om het daar weg te krijgen. We waren om te ontploffen. Gelukkig hadden we ons plan B en we trokken naar het winkeltje om het stuk te laten maken.
Het zou tegen de middag klaar zijn, maar de de man die het moest aanpassen had het erg druk en we kregen het uiteindelijk pas tegen vijf uur. Tijdens het wachten, belden we Wouter op om hem onze problemen te melden. Hij zei ons dat hij niet anders verwacht had! Had hij ons wel van begin af aan kunnen waarschuwen. Hij had ons tenslotte voorgesteld de stukken op te sturen.
Soit, die avond herstelden we de wagen zo goed als we konden. Uiteraard gingen we eerst aan de manager melden dat we aan de auto zouden werken. We probeerden deze keer zo discreet mogelijk te zijn, we hadden ons lesje geleerd. Het stuk paste niet helemaal honderd procent en onze remschijf en remblokjes waren erg beschadigd. Die avond hadden we dan eindelijk ons laatste avondmaal in Mekele. De sfeer tussen ons was jammer genoeg niet beter.
Zaterdag 26 juni
Vandaag was het vroeg opstaan geblazen want we moesten nog een paar dingen aan de auto herstellen. We brachten Gari eerst naar de achter parking van het hotel om de andere gasten niet te storen. Tegen zeven uur trokken we op weg en jubelden we van geluk dat we daar eigenlijk weg waren. We hadden meer dan twee weken van dit moment gedroomd.
Onze vreugde was van korte duur want het rijden met de auto verliep alles behalve vlot. Omdat de remblokken en remschijf aan ons rechter wiel beschadigd waren wekte die niet optimaal. De weg naar Addis liep helaas over grote bergpassen en na de eerste grote afdaling was de voor rem hevig aan het roken. We moesten dus noodstop houden, het wiel eraf halen en checken wat er fout was. We belden onze garagist in België op voor wat raad. Op zijn advies smeerden we het remsysteem want de remmen bleven steken. Daarna ging het iets beter. Om de remmen echter zoveel mogelijk te sparen, remde Bjorn op de motor af. Weer roken we een vreemde geur… Deze keer herkende ik het probleem: de koppeling. Zelf ben ik specialist om koppelingen kapot te krijgen door die half ingedrukt te houden. Bjorn deed hetzelfde om de motor wat te sparen in de harde afdalingen.
Het gevolg was dat we de bergen moesten afrijden door in felle schokken te remmen gecombineerd met afremmen op de motor. Wat een stress… In Woldia (we waren daar intussen voor de derde keer), kwamen we toevallig andere overlanders tegen. Een Nederlands-Frans koppel: Barry en Valérie. Zij reden eveneens richting Addis en stelden voor achter ons te rijden. Moest er dan iets foutlopen dan waren we tenminste niet alleen. Het zouden erg goede vrienden worden.
Die avond overnachtten we in een luguber hotelletje nabij Kombolcha. Dit stadje lag ongeveer in het midden tussen Mekele en Addis. Gelukkig konden we er kamperen want de kamer, die we enkel voor het toilet en douche gebruikten, zat vol met kakkerlakken.
We aten die avond samen met Valérie en Barry en leerden mekaar beter kennen. Het klikte direct. Ze hadden beiden voor het hoofdkantoor van Canon in Amsterdam gewerkt. Vorig jaar kregen ze echter te horen dat het hoofdkantoor naar Londen zou verhuizen. Ze besloten dat dit de druppel was en vroegen hun ontslag. Hun plan was om een nieuw en rustiger leven in Afrika te beginnen. Ze kochten een auto en vertrokken in januari vanuit Nederland richting Afrika. Hun eerste plan was om via Libië te rijden. Daar aangekomen, bleek de grens gesloten te zijn. Ze zijn dan ook maar langs het Midden-Oosten gereden, via ongeveer dezelfde route als wij.
Het grappige is dat ze bijna overal op dezelfde plaatsen als wij gelogeerd hebben. Ze waren er echter steeds iets later dan wij. Door die twee weken vastzitten in Mekele hadden we het geluk hen te ontmoeten.
Hieronder links een foto van Valérie en rechts van Barry: 

Zondag 27 juni
Tegen negen uur trokken we verder richting Addis. We moesten een stevige pas over en Gari raakte weer oververhit. Even rusten dus. ‘s Middags hielden we halte in Debre Berhan. We aten er lekker cake met heerlijke Ethiopische koffie. Het stadje was hét wol centrum van Ethiopië en er was volgens onze gids een leuk wol winkeltje. Dat kon ik uiteraard niet missen. Terwijl de mannen afrekenden, trokken wij alvast op pad. We konden het winkeltje echter niet vinden en wandelden druk pratend veel te ver. We dachten dat de mannen ons met de auto zouden volgen, maar die kwamen maar niet. Uiteindelijk liepen we dus terug. Ik vond Bjorn super slecht gezind en kwaad terug. Een gekke Ethiopische vrouw was stenen naar de auto aan het gooien. Zij hadden daarenboven niet begrepen dat ze ons zouden volgen met de auto. We hadden dus veel stomme tijd verloren en we hadden nog een hele weg te gaan.
In het stadje waren wegenwerken en er was een wegomleiding. We misten de weg echter en reden een heel stuk fout. Alweer kostbare tijd verloren. Tegen de tijd dat we Addis nadereden begon het te schemeren. Het laatste stuk tot aan de hoofdstad was echt verschrikkelijk slechte baan.
Ook de camping waar we zouden overnachten was moeilijk te vinden en we kwamen weer eens moe en laat aan. Lang treurden we niet want de camping waar we verbleven werd gerund door een Nederlander. We lieten ons dus helemaal gaan en bestelden bitterballen, frikandel special, frieten met mayonaise en kaaskroketten. Toen we de rekening kregen vielen we bijna achterover: het waren de Europese prijzen. Nu ja, het had ons toch gesmaakt.
Maandag 28 juni
Er stond ons weer een druk programma te wachten. Na een cornflakes ontbijt trokken we al vroeg op weg naar UPS. Daar aangekomen wisten ze direct wie we waren. Erg behulpzaam waren ze echter niet want ze stuurden ons naar de luchthaven en we moesten het pakje zelf maar uit de douane zien te krijgen. Erg blij waren we daar niet mee. We kregen de naam van de verantwoordelijke van de dienst mee en een manneke dat ons de weg zou wijzen.
Helemaal slecht gezind kwamen we in de luchthaven aan. Eerst moesten we er betalen voor de parking en daarna om de luchthaven binnen te mogen. Ons humeur werd er niet beter op. Bij de douane was het een drukte van jewelste en het schoot totaal niet op. Ik begon mijn geduld te verliezen (overkomt niet alleen Bjorn
) en besloot mijn stoute schoenen aan te trekken. Ik ging de deur “only authorized persons” binnen, op zoek naar de verantwoordelijk van wie we de naam gekregen hadden. Zekerder dan ik me voelde, stapte ik het grootste kantoor in en zei dat ik Yusuf wou spreken. Zijn twee assistentes belden hem op en een kwartier later was ons probleem geregeld en mochten we onze stukken tax vrij gaan ophalen.
Eerst moesten we echter van alles kopieën laten maken. Daarna moest dit officieel in een boek genoteerd worden en daarna in nog een ander boek. Na een half uur hadden we ons pakje.
Terug aan de auto openden we onmiddellijk de doos. En wat bleek…Wouter had ons een foute vooras opgestuurd. Daarenboven had hij ons twee remschijven getuurd in plaats van een en meer remblokjes dan we gevraagd hadden. Dat was echt het toppunt. Zitten we weken te wachten op een stuk dat uiteindelijk nooit is aangekomen, dat we zelf moesten gaan ophalen en dan bleek het nog een foute levering te zijn ook!
Helemaal ontsteld reden we naar het kantoor van de verzekering. Dat was ons tweede doel van de dag: onze yellow card voor de rest van Afrika in orde brengen. Daar kwamen we toevallig Valérie en Barry tegen en we lunchten samen. Ik was echt het wenen nabij en moet toegeven dat ik op dat moment echt niet meer van onze trip genoot. De spanning tussen ons was nog steeds te snijden en alles liep fout.
Het deed ons goed met Barry en Valérie te praten en we aten een erg lekkere cheese burger. Na de middag was ons humeur dus al iets beter. Het verzekeringsvoorstel dat we gekregen hadden, vonden we nogal duur en we besloten dat we een andere verzekeringsmaatschappij zouden proberen.
Onze volgende stop was de Kenyaanse ambassade maar die behandelde in de namiddag geen visum aanvragen.
Laatste en belangrijkste taak van de dag was het zoeken naar wisselstukken voor de auto. In tracks for Africa stonden heel wat adresjes van Landrover dealers. De eerste dealer die we vonden had onmiddellijk de juiste vooras. We moesten die wel driemaal zoveel betalen als in Europa. Dat maakte ons nog slechter gezind om de foute levering van Wouter. Moest alles goed gaan, zou het versturen ons vreemd genoeg veel goedkoper zijn uitgekomen.
We hadden verder ook nog vijsjes, moertjes, ringentjes en een nieuwe spoorstang nodig. Die van ons was geplooid. Ten slotte wilden we ook nog de darm van het koelvloeistof systeem die in de Sinaï gebarsten was, vervangen. We mochten die darm uit zijn oude landrover gaan halen. Zelfs daar vroeg hij ons heel veel geld voor en we besloten dus die niet te kopen. De bush reparatie hield nu al zo lang, dat we besloten het zo te laten. We brachten de hele namiddag in het winkeltje door en kregen een erg gepeperde rekening. Ik maakte me kwaad en zei dat hij ons ‘faranji’ prijzen gaf. Na lang onderhandelen kregen we de prijs een klein beetje naar beneden.
Moe maar voldaan trokken we die avond met Valérie en Barry naar een leuk Indisch restaurantje.
Dinsdag 29 juni
Alweer vroeg opstaan. Onze eerste stop was deze keer de Kenyaanse ambassade. Bjorn had in alle moslim landen de papieren moeten regelen en vond dat het nu maar eens mijn beurt was. Ik trok dus alleen de ambassade binnen en regelde onze visum. We mochten die de dag erop gaan ophalen.
Van daar trokken we naar een supermarkt die in onze gids stond. Oh, dat was zalig! Ze hadden er van die heerlijke gedroogde Italiaanse ham, witte Zuid-Afrikaanse wijn, lekkere sla, mozzarella en kaas. Vergat ik nog te zeggen, Ethiopië is een vroegere Italiaanse kolonie geweest. Er zijn tot vandaag de dag nog steeds veel Italiaanse invloeden terug te vinden in Ethiopië.
Daarna trokken we naar een boekenwinkel want al onze boeken waren uit. We kochten nog een hele reek Agatha Chritie’s, lekker ontspannend!
Bjorn werd intussen ongeduldig want hij wou aan de auto beginnen werken. We reden dus snel terug naar de camping waar hij onmiddellijk aan de slag ging. Ik bereidde samen met Valérie onze lunch voor: sla met gedroogde ham, stokbrood en mozzarella met tomaten. Je kan je niet voorstellen hoe dat smaakt na vele slechte pasta’s en enjira’s.
Terwijl Bjorn aan de auto werkte, bekeek ik ons programma voor Uganda en Kenya. Het bezoek van mama en Luc komt dichterbij en dus wou ik checken of we nog voldoende tijd hadden. We zaten intussen twee weken achter op schema…
We aten die avond laat want Bjorn was pas na het donker klaar. We trokken voor het gemak naar het restaurant van de camping en aten lekkere pizza. We zaten samen met andere overlanders. Altijd leuk om de avonturen van anderen te aanhoren!
Woensdag 30 juni
De werken aan de auto waren nog niet helemaal klaar want Bjorn moest de olie nog verversen. Toen dat gebeurd was trokken we samen met Valérie en Barry naar een verzekeringsmaatschappij. We zaten blijkbaar in de foute zetel en ze konden ons daar niet verder helpen.
Het was intussen bijna middag en dus besloten we eerst naar de bandencentrale te gaan. Die lag net over het Landrover winkeltje en dat kwam ons goed uit. De nieuwe spoorstang die we gekocht hadden was namelijk te kort. Gelukkig had de man een langere staaf, ook al was die nog steeds iets korter als de oorspronkelijke stang.
Vervolgens lieten we met de nieuwe stang onze wielen aligneren. We wilden ook nog eens onze banden laten balanceren, maar hun machine was hier niet geschikt voor. Onze auto was nu in principe terug in orde en dat gaf ons echt een goed gevoel.
We reden vervolgens naar de Kenyaanse ambassade, waar we vlot ons paspoort met visum terug kregen. Vandaar trokken we naar de verzekeringsmaatschappij. We hadden goed gegokt wan hun voorstel was goedkoper dan dat wat we bij de eerste maatschappij gekregen hadden.
Tenslotte wilden we nog een kampeerwinkel gaan checken, waar een man van de camping ons over verteld had. Na lang zoeken vonden we het kleine winkeltje. We waren wat teleurgesteld!
Die avond gingen Bjorn en ik romantisch eten in een fantastisch restaurantje. Moest het in Europa gelegen zijn, het had een Michelin ster gekregen. Het decor was prachtig en het eten heerlijk. De sfeer extra romantisch na de stroompanne
!
Donderdag 1 juli
Na lang twijfelen hadden we uiteindelijk toch besloten om ons verblijf in Ethiopië nog iets te verlengen. We zouden met Valérie en Barry naar Harrar gaan. Dit is een ommuurd islamitisch stadje waar tot voor kort geen niet gelovigen in toegelaten werden. Voor de christenen was het eeuwenlang een mythische stad, en niemand wist of die nu echt bestond.
De authentieke sfeer en de volledige omwalling van de stad waren echter niet de hoofdreden van ons bezoek. Wat ons meer interesseerde was het gaan kijken naar de eeuwenoude traditie van hyena’s voeden. Hoewel velen geloven dat Hyena’s enkel aaseters zijn, klopt dit niet. Vele boeren van het stadje verloren vee dat gedood werd door de hyena’s. Ze vonden er dus niet beter op om deze beesten bij het vallen van de avond te voederen. Op die manier stelden ze hun vee veilig. Tot vandaag de dag telt Harrar twee hyena voeders.
Alvorens Harrar te bereiken hadden we echter een lange maar mooie rit voor de boeg. We kwamen pas in het donker aan en Barry en Bjorn waren doodmoe. We hadden het ook moeilijk om een geschikte kampeerplaats te vinden. We overnachtten uiteindelijk in een hotel dat door de staat beheerd werd en dat eerder aan een Russisch gesticht deed denken. De kamers zaten vol met kakkerlakken en er kwam nauwelijks water uit de douches. We betaalden voor de kamer en sliepen in onze tent op de parking achter het hotel
Die avond had Valérie een kleine inzinking. Ik denk dat dit iedereen die lang reist wel eens overkomt. We hadden ons in Addis nauwelijks kunnen douchen. Eerst en vooral was het water er ijskoud en daar kwam dan nog bij dat de badkamer altijd bezet was. Ik was er die ochtend in geslaagd om me in de pas geschilderde badkamer met warm water te wassen maar dat had me heel wat moeite gekost.
Er zijn dus van die dagen dat het niet wassen, het slechte eten, de vuile kleren, de natte tent en alle andere ongemakken er te veel aan zijn. Dat je je afvraagt waar je in ‘s hemelsnaam mee bezig bent en hoe lang je dit nog gaat kunnen volhouden. Ik had het zelf in Ethiopië ook al meerdere malen meegemaakt. Wanneer ik me dan bedacht dat we nog zelfs niet in de helft van de trip zaten, kreeg ik het helemaal.
Nu ja, die avond aten we voor de verandering pasta en enjira. Valérie sloot zich op in de badkamer en tegen het einde van de avond voelde ze zich iets beter.
Vrijdag 2 juli
We begonnen de dag met een bezoek aan Harrar. Echt de moeite. Toen we het stadje gezien hadden, trokken we na even zoeken naar de Hyena voeder. Op weg ernaartoe kregen Bjorn en ik gezelschap van een peutertje. Eerst gaf hij me een handje en daarna trok hij naar Bjorn. Bjorn gaf eerst zijn hand niet en dus trok hij de hele weg aan zijn T-shirt. Uiteindelijk gaf Bjorn dan toch maar een handje aan het schattige manneke.
Toen we eindelijk aan het huis van de hyena man kwamen, bleek hij niet thuis te zijn. Hij was op het veld. Via een leuk padje doorheen het maïs veld kwamen we bij de stal, waar hij een dutje aan het doen was. Er was een manneke met ons meegekomen dat ons gesprek vertaalde en de afspraak maakte. We hadden intussen honger en wandelden terug richting hotel. Vlakbij vonden we een lekker restaurantje. Daarna gingen we even rusten.
Bjorn maakte van de gelegenheid gebruik om Wouter op te bellen. We hadden hem nog niet verteld over de foute as. Het was een telefoongesprek waar we niet echt naar uitkeken. Het verliep zoals ik dacht: Wouter trok er zich niet al te veel van aan. Hij raadde ons aan in het vervolg ter plaatste naar wisselstukken te zoeken. Alsof we daar zelf nog niet achter gekomen waren. De kosten beleven dezelfde en we mochten de foute as bij onze terugkeer terugbrengen. Hij zou ons dan terugbetalen… Daarna belde hij nog eens mama Yannik en papa Dirk op voor de laatste nieuwtjes.
Het hyena voeden overtrof al onze verwachtingen. Van zodra we aankwamen stonden de eerste hyena’s al te wachten. Uiteraard was er weer een heel
gedoe over het betalen. Onze prijs was vastgesteld en afgesproken. Dat was voor een keer het probleem niet. Deze keer ging het om de commissie. Op onze weg doorheen het stadje was er een of andere gids die Barry aangesproken had over het hyena voeden. Verder waren we er niet op in gegaan en dat was wat ons betrof het einde van het verhaal. Nu was dat manneke daar ook en eiste commissie. Dit was niet helemaal eerlijk ten opzicht van de jongen die ons naar de hyena voeder gebracht had en voor ons vertaald had. We legden zo goed als we konden de situatie uit. Ze moesten het verder zelf maar afhandelen.
We zagen een stuk of vijftien hyena’s van vlakbij en mochten ze zelf ook eten geven. Het was echt bijzonder!
Zaterdag 3 juli
Harrar lag tegen de grens met Somalië. Aangezien onze volgende bestemming Kenya was, moesten we dus de hele weg terug rijden tot Adamo. We hadden in onze gids gelezen over een kampeerplaats vlakbij een rivier en besloten dat ons plan A te maken. Plan B was om in Adamo te overnachten indien nodig. We kwamen tegen vier uur in de namiddag in Adamo aan. Het was een helse rit want de baan die we bereden was de verbindingsweg tussen Somalië en Ethiopië. Bjorn racete de volgeladen trucks in een razendsnel tempo voorbij, met tegenliggers die vaak schrikwekkend dichterbij kwamen.
We hielden even halt in Adamo om onze voorraden terug op te slaan. We kochten wat vlees, groenten en fruit. Barry en Valérie vulden hun watervoorraad terug aan.
Daarna trokken we verder naar de kampeerplaats. Van het moment dat we er aan kwamen, hadden we er al een slecht gevoel bij. Het kampeerterrein bleek onderdeel te zijn van een hotel dat in een park lag. Eerst moesten we dus toegang tot het park betalen. Vooraleer we de gate door mochten checkten ze onze auto’s. Barry en Valérie die voorop reden kregen een opmerking over de flessen water die ze net gekocht hadden. Ze moesten vijf birr betalen per fles die ze mee het park innamen. Nu moet je weten dat ze na lang onderhandelen 10 birr per fles betaald hadden.
Bjorn was om te ontploffen! We vroegen ons geld van de inkom terug en trokken verder. Plan B of Adamo zagen we na onze slechte ervaring met het hotel in Harrar ook niet zitten. Uiteindelijk maakten we een plan C en reden we door tot negen uur ‘s avonds. Ons einddoel was Karkaro Beach Lodge. We hadden dat adresje van reizigers die we in Syrië ontmoet hadden, gekregen.
Bij onze aankomst daar was mijn eerste gedacht: waar zijn we nu weer verzeild geraakt! Het was donker en het onthaal was verwarrend. Toen de ‘receptionist’ ons uiteindelijk naar onze kampplaats bracht, voelden we ons echter in het paradijs. We zaten aan de rand van het meer op het strand. Echt fantastisch. Het was de lange rit meer dan waard.
Helemaal uitgehongerd besloot ik onze nood rantsoen blikjes die we sinds België meezeulden aan te spreken. We aten die avond zwamworstjes met zuurkool, mosterd en Ethiopisch stokbrood. Lekker lekker lekker!
Zondag 4 juli
De plaats beviel ons zo goed dat we al snel besloten hier een extra dag te blijven. Ik was helemaal in mijn nopjes want ik kreeg eindelijk eens de gelegenheid om het vislijn, dat ik van Bjorn voor Kerstmis gekregen had, uit te proberen. We hadden die nog nooit gebruikt en het was dus even zoeken. Bjorn deed me na de installatie voor hoe ik de lijn in het water moest gooien. En toen liep het fout. Bij het terug ophalen van de lijn raakte onze draad in de war. Het volgende uur brachten we door met het ontrafelen van de lijn! Daarna ging het gelukkig iets beter. Bjorn en ik wisselden mekaar af met het vissen.
In Addis was het erg koud en vochtig geweest en sindsdien voelde onze tent vochtig aan en rook ze niet fris. Aan het meer was het lekker warm en droog en dus maakten we van de gelegenheid gebruik om alles eens goed te luchten. We spanden een draad tussen de twee auto’s en hingen alles buiten. Ik ging met de vod door de tent en alles werd eens goed geschrobd. Daarna ververste ik de lakens en was onze tent terug lekker fris.
Barry had zich ondertussen ook aan het vissen gezet. We hadden van de eigenaar ook het hart van een of ander dier gekregen dat hij als aas gebruikte. Barry had al snel beet en ving een kleine tilapia. Bjorn kon natuurlijk niet achterblijven en zette zich ook druk aan het vissen. De totale opbrengst was vier tilapia’s en twee katvissen die we weer terug zetten.
Die avond besloten we te barbecueën. We hadden steak die we de dag ervoor gekocht hadden en de vier vissen. Het grote probleem was: geen van ons allen had ooit een vis gedood. Bjorn hield zich zogezegd druk bezig met het vuur. Valérie die vegetarisch was, was hier sowieso geen held in. Dus bleven Barry en ik over. Hij nam er zijn survival boek bij om te lezen hoe het moest. Volgens het boek moesten we een snee in de keel geven en de vis dan laten leegbloeden. Vol goede moed begonnen we eraan. Barry hield de spartelende vis vast en ik zou de keel oversnijden. Verschrikkelijk! Die vis die schreeuwde gewoon! Uiteindelijk nam ik de schaar erbij en sneed ik de kop van de vis eraf. Het arm beest bleef tot een half uur nadien stuiptrekken.
Bij de volgende drie vissen sneed ik onmiddellijk het hoofd eraf met de schaar. Tot grote hilariteit van Barry en Valérie verontschuldigde ik me altijd eerst bij de vis. Nu ja, ik wou het lijden van die beestjes zo kort mogelijk maken. Ze zaten al de hele namiddag in onze afwasbak en waren al helemaal versuft. Het had geen zin die beesten nog verder te doen lijden…
Na afloop stond ik te trillen en was ik doodmisselijk… De vis was wel erg lekker
!
Maandag 5 juli
Vandaag zou een rustdag zijn… Veel rusten was er echter niet bij want het was weer eens hoog tijd om de was te doen. Heb ik jullie al gezegd wat een luxe een wasmachine is? Ik had hier voor deze reis nooit bij stil gestaan, maar die uitvinding heeft het leven van de vrouw drastisch veranderd. Je kan je niet voorstellen hoe verschrikkelijk vermoeiend het is om al je kleren, lakens en handdoeken met de hand te wassen. De kleren zijn dan ook vaak nog eens een pak vuiler dan ze thuis ooit zouden zijn.
Intussen ben ik een specialist geworden en ik durf met trots toegeven dat onze kleren na mijn wasbeurt minstens even proper zijn dan wanneer ze uit het machine komen. Eerst laat ik ze weken. Daarna schrob ik ze af met ons vingernagelborsteltje en Sun light zeep. Vervolgens laat ik ze nog even weken, dan spoelen en uitwringen. Na een dag wassen heb ik wel altijd verschrikkelijk veel pijn aan mijn polsen.
Tot zover dus onze rustdag!
Vandaag was het eveneens de verjaardag van Valérie. We hadden op de weg naar Harar verse eieren gekocht met het gedacht hier chocomousse mee te maken. Het was er echter nog niet van gekomen en vandaag was de perfecte gelegenheid. Terwijl ik dus aan het wassen was, maakte Bjorn zijn beroemde chocomousse naar het recept van zijn grootmoeder. We hadden ook nog een fles Ethiopische schuimwijn, die we in Mekele gekocht hadden.
Ik was stiekem jaloers want Valérie werd door ons meer verwend voor haar verjaardag dan wat ik voor mijn dertigste verjaardag was geweest. Ik liep dus wat te mokken tegen Bjorn die zich hierdoor erg ambetant voelde. Die avond gaf Valérie toe dat ze van Barry ook niets gekregen had.
Het dessert met de schuimwijn smaakte ons verschrikkelijk goed. We hadden het nog niet goed op of het begon verschrikkelijk te onweren. Zo kwam er een abrupt einde aan de leuke avond.
Dinsdag 6 juli
Het was na de regen ijskoud. We namen dus nauwelijks tijd om te ontbijten en zaten om acht uur al in de auto op weg naar Arba Minch. Het eerste deel van de weg was erg goed. Het tweede deel typisch Ethiopisch. Asfalt met putten, gevolgd door een stuk zandweg, gevolgd door een stuk goed asfalt. Zoals gewoonlijk zat er totaal geen logica in. Of dit nu aan de Ethiopischer ligt of aan de Chinezen die de slechte wegen leggen, weet ik niet. Persoonlijk vermoed ik dat dit eerder een Chinees fenomeen is dan een Afrikaans want je komt deze structuur van geasfalteerd-niet geasfalteerd zowat overal tegen in Afrika. Tenminste ook in Kenya.
Soit, tegen drie uur kwamen we aan in Arba Minch. We deden eerst nog wat boodschappen en trokken toen verder naar het hotel waar we zouden kamperen. Daar aangekomen waren we niet echt overtuigd van onze keuze… De toiletten waren echt vreselijk, om nog maar niet te spreken over de douches.
Toen we op ons op het terras met prachtig uitzicht neerploften en iets wilden eten was voor ons de maat vol. Meer dan de helft van wat er op de kaart stond, hadden ze niet. We trokken dus te voet naar het hotel dat er vlak naast lag. Dat beviel ons zo goed dat we besloten onze auto’s te verplaatsen. De mannen zouden dit regelen en Valérie en ik trokken naar de bar. Daar hadden ze martini en we lieten ons eens gaan. Uiteindelijk zijn die mannen toch nog zo slecht niet he?!
We stonden op een prachtige kampeerplaats en het restaurant overtrof onze stoutste verwachtingen. Het uitzicht op het blauwe en bruine meer van Arba Minch was grandioos. Op de foto hiernaast kan je links het bruine en rechts het blauwe meer zien. We brachten een erg leuke avond door.
Woensdag 7 juli
‘s Ochtends trokken Bjorn en ik eerst naar de koude douche. Achteraf voelden we ons lekker fris. Daarna aten we een stevig ontbijt in het restaurant van het hotel. De vorige avond hadden we de verwarde serveerster al gevraagd naar het ontbijtbuffet en Barry was helemaal door het dolle heen bij het horen van de selectie.
Ik at een overheerlijke kaasomelet en Bjorn die sowieso geen ochtendeter is, at toast. Daarna prulde Bjorn voor de verandering nog wat aan de auto. Ik kreeg van Barry nog was foto les. Plots hoorden we Bjorn verschrikt mijn naam roepen. Ik dacht dat hij op sterven lag en mijn hard stond stil. Het bleek echter niets erg te zijn: de apen waren met onze vuilbak weg
!
Tegen de middag trokken we naar Konso. Het was een erg korte rit. Na Konso zouden Valérie en Barry naar de Omo Vallei reden om een fotoreportage te maken van de verschillende lokale stammen. Bjorn en ik hadden genoeg van Ethiopië en wilden zo snel mogelijk naar Kenya trekken. Het was tot onze grote spijt dus onze laatste dag samen.
De weg naar Konso was kort maar grandioos. Niet zozeer het landschap of de baan waren de moeite, maar wel de kinderen langs de baan. Van zodra ze onze auto in de verte zagen aankomen, begonnen ze verwoed te dansen. Het moet een of andere lokale dans geweest zijn want zoiets hadden we nog nooit gezien. Ze sprongen op een been, het andere been was geplooid met de voet tegen de opspringende knie en dat been plooiden en strekten ze, terwijl het andere been aan het springen was. Er was zelfs een manneke dat die beweging in kop stand uitvoerde. Bjorn en ik lagen letterlijk in een deuk van het lachen.
In Konso hadden we het adresje van een eco lodge, ‘strawberry fields’ genaamd. Het was een leuke plaats met erg lekker eten. Het was er tevens ons laatste avondmaal en dat stemde ons echt wel droevig.
Donderdag 8 juli
Om negen uur, na een stevig ontbijt, trokken Bjorn en ik op weg naar Kenya. De weg was erg mooi en we zagen de eerste wilde dieren: de schattige dik diks en vele prachtige vogels. Rond vier uur staken we de grens over. De papieren voor beide landen duurden niet langer dan een kwartier. Het was de eerste keer sinds we West-Europa uit waren dat de overgang zo vlot ging.
Zo eindigde ons Ethiopisch avontuur toch nog goed. Door omstandigheden hebben we zes weken in het land doorgebracht. Dat was iets te veel van het goede. Het is dan ook het land dat ons tot nu toe het minst bevallen is.

Recente reacties