Donderdag 6 mei
We genoten ‘s ochtends nog van een laatste senseo koffietje bij Serge en Titin en waren al snel klaar om weer eens verder te trekken. We moesten nog wel eerst wat voorraad opslaan in de Carrefour.
De eindbestemming van de dag was de Bahariya oasis, gelegen in de westelijke woestijn van Egypte. De rit er naar toe was lang en warm en we zagen veel zand
! We konden ons moeilijk inbeelden dat de vlakte waar we doorreden ooit savanne was vol met leven.
‘s Middags picknickten we aan de kant van de baan onder onze luifel. We aten een lekker pistoleke met kruidenrambol. We genoten ervan want dat stukje rambol had ons maar liefst zeven euro gekost! We merkten dit echter pas als we ons kassaticket in handen hadden…
In de Bahariya oasis aangekomen trokken we naar een adresje waarvan we de GPS coördinaten gevonden hadden op een interessante website. Het zag er erg goed uit. Ze vroegen ons echter een belachelijk hoge prijs voor het overnachten en we besloten verder te trekken.
We vonden vervolgens een vervallen plaatsje, waar we niet veel moesten betalen en bleven daar! Ideaal was het niet, maar we hadden onze eigen tent en konden ons eigen potje koken en hadden dus niet veel luxe nodig. Water om het toilet door te spoelen was wel handig geweest, maar dat kregen we pas de dag erop. Ze waren ons vergeten het knopje te tonen voor stromend water
!
Vrijdag 7 mei
‘s Morgens trokken we Bawiti in, het belangrijkste stadje van de oasis. Tot voor kort was het een rustig stadje waar niet veel te beleven viel. In 1996 werden er echter gouden mummies gevonden die het rijke verleden van het slaperige oase stadje blootlegden.
Bawiti kende net als de andere oases van de westelijke woestijn een hoogtepunt tijdens de Griekse en later Romeinse bezetting. De oase werd in die periode een belangrijke ‘graanschuur’ van Egypte. Vele garnizoen soldaten waarborgden de veiligheid en van de oase en de handelsroutes. De Romeinen bouwden er wegen, aquaducten en andere gebouwen. De werkdruk voor de lokale bevolking lag echter hoog. Studies wijzen uit dat onder de Romeinse bezetting, de gemiddelde leeftijd van de Egyptenaren daalde van 25 naar 22. De oases raakten in verval toen de Romeinen Egypte verlieten en de veiligheid niet meer gewaarborgd was.
In dit historische stadje, bezochten we het meest vervallen museum dat we ooit gezien hadden. We bewonderden er de prachtige gouden mummies die in de streek gevonden werden en waren echt onder de indruk. Daarna bezochten we nog een paar geschilderde graftombes van rijke nobelen. Tot onze grote ergernis vroegen de bewakers hier geld om een foto te nemen. Aangezien we al inkom betaald hadden, weigerden we hier nog extra geld voor op te kloppen en hebben we hier dus geen beelden van.
Na deze culturele bezoeken, trokken we de natuur in. Eerst reden we doorheen de zwarte woestijn. Dit is een oud vulkanisch gebied, waar door erosie zwarte basalt van de vulkanen is vrij komen te liggen. Het effect is bijzonder. We beklommen er de Gebel az-Zuqaq via een makkelijk maar vermoeiend pad. Toen ik bovenkwam was ik zo rood als een tomaat en helemaal oververhit! We werden gelukkig beloond met een prachtig uitzicht, zoals je op de foto hierboven kan zien.
Na een tijdje ging de zwart woestijn over in de kristal woestijn. We bezochten er ‘Crystal Mountain’, een grote rots die helemaal uit kwarts kristallen bestaat. Maar het indrukwekkendste moest nog komen: de witte woestijn. Dit fenomeen van witte kalksteen, waar door weer en wind enkele grillige paddenstoel vormige heuvels van over bleven maakte ons sprakeloos. Het was werkelijk waar een prachtig zicht! Het deed ons denken aan een decor van de beroemde schilderijen van Salvador Dali. Het zand rondom de rotsen, zit vol met kwarts en vreemde platte, blinkende zwarte stenen.
Die avond kampeerden we in het wild in de witte woestijn. Terwijl we aan het eten waren, kregen we bezoek van woestijnvosjes die we aten en drinken gaven. Buiten de vosjes waren we echter helemaal alleen en dus haalden we voor het eerst keer onze douche boven. Zalig om midden in de woestijn, omringd door vosjes een heerlijke warme douche te nemen
!
Zaterdag 8 mei
We reden nog een heel deel verder door de witte woestijn. Ik nam honderden foto’s van al die grappige steenstructuren. Het uitzicht bleef ons bekoren. Heel snel schoten we er niet op en dus trokken we terug richting grote baan.
Via de Farafra oasis, waar we ons drinkwater aanvulden, trokken we naar de Dakhla oasis. Daar vonden we een erg leuke logeerplaats: Bedouin Camp. We hadden wel veel last van de hitte: we reden rond in temperaturen van rond de 50° C. Na een tijdje ging dit echt op ons humeur werken. Het eerste dat we dus deden was douchen en ons verfrissen!
Zondag 9 mei
In de Dakhla oasis lag het verlaten Ottomaanse stadje Al-Qasr, dat bewoond werd door de Turken tussen 1516 en 1798. Het is schitterend bewaard en we genoten van het bezoek met verplichte gids! De grote huizen en overblijfselen van de decoratie doen vermoeden dat dit eens een erg rijk stadje was. Boven de inkom van sommige huizen kan je nog de originele houten balken bewonderen, waar de naam van de timmerman, de eigenaar van het huis en een vers van de koran in gegraveerd staan. De smalle straatjes van de stad hadden nog steeds hun nut en hielden ook nu nog het stadje relatief fris (dat deed deugd). Tot vandaag de dag is het niet duidelijk waarom de Ottomanen zoveel belang hechtten aan dit stadje.
Overal in het stadje stonden er vrouwen souvenirtjes te verkopen, voornamelijk rieten spullen. Van de vroegere rijkdom van Al-Qasr bleef niet veel over en de huidige lokale bevolking zag er echt arm uit!
Na dit bezoek trokken we verder naar Mut, het belangrijkste stadje van de Dakhla oasis. We gingen er super lekker eten en ontmoetten er een interessante Duitse fotograaf, die zich gespecialiseerd had in de westelijke woestijn. Het was echter zijn laatste bezoek. Zijn vriendin in Duitsland had hem laten weten dat ze hem zou verlaten als hij nog eenmaal voor drie maanden vertrok. Verder had hij het moeilijk met het feit dat de oases en de mentaliteit van de mensen in korte tijd erg veranderd waren. Na een gezellig gesprek in het Frans (zijn moeder was van de Elzas), ging Rudolf een siëstake doen en trokken wij verder naar de Al-Kharga oase.
De Al-Kharga oase was voor ons eerder een verplichte stop. De afstand was te groot om in een keer van Mut naar Luxor te trekken. Al Kharga zelf, de grootste stad van de oase, is een moderne stad met erg weinig charme. Het biedt huis aan vele islamitische extremisten en de veiligheidschecks waren er dan ook erg streng en vermoeiend. We vonden er een hotel waar we in de onverzorgde tuin onder de palmbomen konden kamperen. Ons humeur was door de hitte die precies altijd maar erger werd, nog niet veel beter en die camping hielp ook niet echt. We besloten ons dus eens te verwennen en trokken naar het chicste hotel van de buurt, waar ze een zwembad hadden. We moesten er belachelijk veel geld voor betalen, maar het water was heerlijk fris en deed goed. Stel je voor: we hadden het zelfs lichtelijk koud toen we uit het zwembad stapten!
Het was die dag moederkesdag en dus stond er een telefoontje naar huis op het programma. Altijd leuk! Tot Bjorn zijn grote teleurstelling belden papa Dirk en mama Yannik echter zelf op en hij was de rest van de dag slecht gezind. De verrassing was mislukt!
Maandag 10 mei
We waren blij toen we ‘s morgens uit Al-Kharga konden vertrekken. We reden in een trek door naar Luxor en vonden daar tamelijk vlot de camping met zwembad waar we gepland hadden te overnachten! Nadat we ons in de
gezellige tuin geïnstalleerd hadden, trokken we het stadje in om boodschappen te gaan doen. Het was niet echt simpel de supermarkt te vinden die in onze reisgids stond. En toen we er uiteindelijk waren, liepen we met lege handen terug naar buiten want we vonden dat ze veel te veel geld vroegen voor het water. Later bleek dit de normale en correcte prijs voor water in Luxor te zijn. Waarschijnlijk ligt die iets hoger dan in Caïro doordat het een hele weg moet afleggen. We moesten dus op zoek naar een andere winkel waar we uiteindelijk even veel betaalden, hihi!
Terug op de camping, genoten we van het zwembad en lazen we op ons gemak een boekje! ‘s Avonds ontmoetten we de eigenaar van de plaats, een kopt (Egyptische christen). We onderhandelde over de prijs en regelden met hem de huur van twee fietskes, waarmee we Luxor zouden gaan ontdekken!
Dinsdag 11 mei
Onze verschillende bezoeken aan Luxor waren voor ons een ware relevatie. We namen een duik in het verleden van de oude Egyptenaren en hoe meer we erover te weten kwamen, hoe meer gelijkenissen we vonden tussen onze cultuur en die van hen.
Na een erg luidruchtige nacht, eerst van de lokale discotheek die naast de camping lag en vervolgens van de nachtwaker die te TV luid aanstaan had, werden we in stilte gewekt door de hitte in de tent.
We waren dus al vroeg op weg met onze fietskes. We zouden beginnen op de westbank van de Nijl met een bezoek aan de Vallei van de Koninginnen. Aangezien wij op de oostbank logeerden moesten we dus de lokale overzetboot nemen. Uiteraard werden we lastig gevallen door vele jonge mannekes die allemaal een centje uit ons bezoek wilden slaan. Eerst vertelden ze ons dat er geen fietsen op de overzet mochten. Ze probeerden ons hierbij de kleine privé bootjes aan te smeren, die uiteindelijk niet zo heel veel duurder waren dan de overzet boot zelf. De concurrentie was groot! Wanneer Bjorn navraag deed bij de overzetboot, bleken onze fietsen er wel op te mogen en hij was dan ook om te ontploffen. Die mannekes hebben het geweten! Daarna was het iedere keer weer een gevecht om onze fiets zelf op en af de boot te krijgen. Sommigen boden gratis hulp aan, maar anderen deden het voor betaling en dat wilden we niet. Na deze strubbelingen kwamen we veilig en wel met fiets en al op de boot terecht. We genoten er van het spektakel van de vrouwen die gepakt en gezakt met bagage op het hoofd de boot opstapten en gezellig kletsten. Sommigen probeerden hun beste Engels op ons uit en vroegen onze naam, wat meestal veel gegiechel te weeg bracht.
Ik vond het zalig om nog eens te kunnen fietsen. Onze eerste stop waren de colossi van Memnon. Een van de weinige overblijfselen van de begraaftempel van Amenhotep III. Onder leiding van deze farao die regeerde in het nieuwe koninkrijk van 1390 tot 1352 VC kende het oude Egypte een absoluut hoogtepunt. Er heerste vrede en dankzij welvaart werd een enorm bouwprogramma opgezet, waarvan de Luxor tempel en de colossi van Memnon de enige overblijfselen zijn.
De colossi waren best wel indrukwekkend, maar er waren zovele bussen toeristen die halt hielden voor de beelden dat we al snel weer doorfietseten.
Onze volgende stop was aan het ticket kantoortje waar we kaartjes moesten
kopen voor Medinat Habu, het tweede grootste tempelcomplex van Luxor na Karnak. Van het ticket kantoortje besloten we een binnenweg te nemen naar de tempel (je kent ons hè). We hadden echter niet op de wegenwerken gerekend, waar we uiteraard niet voor terugkeerden! We legden dus een nogal zanderig en heuvelachtig parcours af, aangegaapt door de wegenwerkers. Uit puur medelijden kreeg ik van een manneke hulp om mijn zwaar Chinees fietske de laatste zandberg over te krijgen
. Aan de tempel aangekomen zagen we de andere toeristen langs de geasfalteerde grote baan komen
: was misschien iets makkelijker geweest!
Medinat Habu was het eerste grote tempelcomplex dat we bezochten en we waren echt onder de indruk van de grootsheid ervan. Met onze reisgids probeerden we de afgebeelde taferelen te begrijpen. Ik denk dat het een grappig zich moet geweest zijn om ons samen bezig te zien! Sommige van de afbeeldingen en pilaren toonden nog overblijfselen van felle kleuren, waar de hele tempel ooit mee bedekt was en het effect was nog steeds mooi!
Na dit bezoek trokken we, deze keer langs de grote baan, naar de vallei van de koninginnen. We hadden daar erg graag de graftombe van Nefertari bezocht (naar het schijnt de allermooiste) maar die was jammer genoeg gesloten voor publiek. Nefertari was de favoriet van de vijf vrouwen van Ramses II. Hij was een belangrijke farao van het Nieuw Koninkrijk, won belangrijke veldslagen en bouwde onder andere Abu Simbel. Het graf is een ware ode aan haar schoonheid en bewijst de liefde van de farao voor zijn koningin. Wij bezochten er de tombe van Amunherkhepsef. Het is het graf van de tien jaar oude zoon van de farao Ramses III en was eveneens een waar pareltje. De muurschilderingen waren bijna perfect bewaard. Bij het binnengaan van de grafkelder kregen we een stukje karton. We begrepen eerst niet goed wat we er mee aanmoesten. Bleken we het te moeten gebruiken om ons koelte toe te wuiven. Achteraf moesten we hier uiteraard voor betalen
!
Na dit bezoek trokken we met ons fietske terug richting overzet boot en camping en zochten we afkoeling bij het zwembad. Leuk leuk leuk!!
Woensdag 12 mei
Alweer slecht geslapen voor de verandering! Bijgevolg iets later vertrokken en verschrikkelijk afgezien van de hitte. Ook vandaag weer stond de westbank van de Nijl op het programma. Dat betekende dus weer de overzet nemen. Deze keer waren we al wat meer geroutineerd. Ook nu moesten we eerst langs het ticket kantoortje om onze toegang voor de tombes van de vallei van de Nobelen te gaan bezoeken.
Daarna trokken we naar Deir al Bhari waar we de tempel van Hatseput bezochten. Hatseput is de meest beroemde van de vrouwelijke farao’s. Ze
nam de macht over Egypte, na het overlijden van haar halfbroer , farao Tuthmosis II, die tevens haar echtgenoot was. Aangezien haar stiefzoon (afkomstig van tweede vrouw) en neef Tuthmosis III nog erg klein was toen zijn vader stierf, werd Hatseput tot regent aangesteld. Ze regeerde gedurende 15 jaar en voor Egypte was deze periode een tijd van vrede en welvaart (jaja, wij vrouwen doen dat niet slecht). Gedurende die periode startte ze een erg ambitieus bouw programma waaronder obelisken in Karnak en haar eigen indrukwekkende graf tempel, die wij dus bezochten.
De reliëfs van de tempel zelf zijn jammer genoeg over de tijd heen erg beschadigd. Eerst en vooral verwijderden de opvolgende farao’s (mannen uiteraard) de naam van Hatseput. Stel je voor dat de bevolking de herinnering zag aan een regerende vrouw! Vervolgens verwijderde farao Akhenaten, die een nieuwe religie creëerde, alle beelden van de god Amun. En ten slotte vernietigden de Christenen, die van de tempel een klooster maakten, ook heel wat reliëfs. Het gebouw zelf was echter nog steeds indrukwekkend en zeker een bezoekje waard!
Van daar reden we verder met ons fietske naar de vallei van de nobelen. Deze lag vlak naast de tempel van Hatseput en dus hadden we weer eens het schitterende idee om een kleine binnenweg te nemen. Neen, we waren nog niet geleerd. Een ware ramp was die binnenweg van ons!
Je moet dus weten, er zijn heel wat graftombes in de vallei van de Nobelen. En uiteraard staan die op zijn Egyptisch aangegeven (niet dus). Het gevolg was dat we dus op goed geluk de heuvels op fietsten (het was intussen rond de 50 ° C). De bewakers van de tomben stuurden ons van her naar der en ik volgde Bjorn… uitgeput. De allerlaatste tombe wou ik zelfs niet meer bezoeken. Gelukkig wist Bjorn me te overtuigen de laatste vijf meter naar boven te wandelen want het was de mooiste tombe van allemaal.
Via een lange afdaling (zalig) reden we terug naar de grote baan. Vandaar trokken we in allerhoogste vitesse naar de camping om zo snel mogelijk het zwembad in te duiken.
Die avond laat, wanneer de ergste hitte achter de rug was, bezochten we nog het Luxor museum. En wanneer het goed is mag het ook gezegd worden: dit museum was een waar pareltje!
Donderdag 13 mei
Nog helemaal aangedaan van ons avontuur van de vorige dag, slaagden we er niet in om op gang te komen. We brachten dus het merendeel van de dag al luierend aan het zwembad door. We skypten met Helmut (kei gezellig) die helemaal gefrustreerd was, toen hij Bjorn in bloot bovenlijf zag zitten. Blijkbaar laat de Belgische lente en zomer op zich wachten…
We hadden intussen ook de man voor onze boottickets naar Soedan opgebeld. Die drong er op aan dat we zaterdag ochtend al naar zijn kantoor kwamen. We besloten dus de volgende dag al naar Aswan te trekken.
Dit betekende dat we nog een late namiddag en avond over hadden om de Karnak en de Luxor tempel te bezoeken. Tegen vier uur schoten we in actie en trokken we met de fiets naar Karnak.
Waarschijnlijk een schitterend tempel complex, maar wij hadden intussen een soort van tempel saturatie bereikt. We slenterden vermoeid langs de indrukwekkende pilaren heen en ergerden ons in de bewakers die geld van ons wilden aftroggelen. Toen we achteraf in een leuk restaurantje onze laatste avond vierden, merkten we dat we het openlucht museum van de tempel vergeten te bezoeken waren.
Ons buikje vol, trokken we te voet verder naar de Luxor tempel. We hadden hier al erg veel over gehoord en besloten nog eens een gids te nemen. Het was intussen donker en de gebouwen van de tempel waren prachtig verlicht! Het bezoek werd voor ons een echte topper!
De tempel werd dus gebouwd door Amenhotep III, je weet wel, de farao van de colossi. Vroeger stond de tempel in verbinding met de tempel van Karnak, via een drie kilometer lange avenue van sfynxen. Onze gids vertelde ons dat er plannen zijn om heel Luxor bloot te leggen en de avenue terug in ere te herstellen.
De tempel was opgericht ter ere van de goden Amun, Mut en Khon. Amun is de koning van de goden en is getrouwd met de godin Mut. Samen hebben ze een zoon, Khon, die god van de maan is.
Later werd de god Amun gefusioneerd tot de god Amun-Ra. Waarbij Amun dus koning van de goden was en Ra god van de zon. Voor de Egyptenaren waren het eigenlijk drie goden in een: Ra was het gezicht van de god, Ptah zijn lichaam en Amun zijn verborgen identiteit of geest. Je zou het de Egyptische heilige drie-vuldigheid avant-la-lettre kunnen noemen.
Een ander interessant verhaal dat staat uitgebeeld in de tempel is dat van de goddelijke bevruchting van de moeder van Amenhotep III. Zoals je intussen al weet, werden farao’s gezien als tussenpersonen tussen de goden en de mensen. Nu had Amenhotep III als probleem dat zijn moeder een Syrische was, en geen Egyptische. Het was dus moeilijk aan het volk uit te leggen dat ook hij een representant van de goden was. De priesters vonden er niet beter op dan uit te vinden dat de moeder van Amenhotep III door goden bevrucht werd. Net zoals Maria aan Jesus kwam
! Zo kon niemand zijn goddelijkheid als farao betwisten. Deze afbeelding staat ook afgebeeld in de tempel van Hatseput, de stiefmoeder van de farao.
De hierboven vertelde legende, werd ons zo verteld door de gids. Het klopt inderdaad dat staat uitgebeeld dat Amenhotep III afkomstig is van een goddelijke bevruchting. Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik niet weet of dit voor alle farao’s zo werd gezien. Een feit is zeker: Maria was niet de eerste die genoot van een goddelijke bevruchting
!
Vrijdag 14 mei
Na ons fiets avontuur in de vallei van de Nobelen, besloten we die ochtend met de wagen naar de vallei van de Koningen te trekken. We hadden deze meest beroemde attractie van Luxor tot als laatste bewaard.
Met ons ticketje mochten we in totaal drie tombes bezoeken. Degene die we wilden bezoeken waren echter gesloten en het gevolg is dat we eigenlijk niet echt onder de indruk waren van de graven. Ze waren wel groot t.o.v. van de graftombes in de vallei van de Koninginnen, maar van sommige tombes vonden we de muurschilderingen maar niets. Eerlijk is eerlijk.
Na lang twijfelen besloten we ook nog het dure ticket voor de graftombe van Tutankhamun te kopen. En dat was nog de kleinste graftombe van allemaal. We zagen er zijn mummie en de laatste kist waarin zijn mummie opgeborgen lag. Voor de rest echt gene vette. De schatten van zijn grafkamer, die we in het Egyptische museum bewonderden, waren een pak indrukwekkende dan het graf zelf. Er moet een serieus goede inpakker voor nodig geweest zijn om alles in die tombe gepropt te krijgen.
Op weg van Luxor naar de Aswan bezochten we ook nog de tempel van Horus in Edfu. Dit is de meest intacte tempel van Egypte en dus vonden we dat we die niet mochten missen. De vermoeidheid samen met de hitte, maakten echter dat ik er door mijn benen zakte. Ik liep een trapje af en voor een groepje toeristen viel ik knal op de grond. Ik schaamde me dood en moest me de rest van het bezoek letterlijk voortslepen met mijn geschaafde knieën.
Gelukkig vonden we in Aswan een super leuk hotelleke met zwembad op het dak en schitterend uitzicht op de Nijl. De kamer had ook airco en dat was echt geen overboden luxe in die hitte.
‘s Avonds trokken we naar een lokaal restaurantje en ik at er opgevulde duif, een specialiteit van de streek. Naar het schijnt is dat goed krachtvoer
. Ik vond het eigenlijk echt heel lekker, maar kon Bjorn er niet toe overtuigen een hapje te proeven!
Zaterdag 15 mei
Vandaag hadden we onze afspraak met Mr Saleh, de ticketverkoper. We hadden op de website van radio baobab een hele “step-by-step” manual gevonden bij wat ons te doen stond om de Wadi Halfa ferry te kunnen nemen. Daarop stonden eveneens alle GPS coördinaten van de plaatsen waar we moesten te zijn, maar die bleken volgens onze GPS vreemd genoeg niet altijd te kloppen. Het was dus bijgevolg even zoeken om het kantoortje van Mr Saleh te vinden.
Daar aangekomen, checkten we onze reservering en stuurde hij ons op pad. Pfffffff, Egypte inkomen was niet simpel, maar er terug uit geraken, was ook niet simpel! Hou je vast, hier komt het:
1. Alvorens Mr Saleh onze tickets kon uitgeven, moesten wij onze nummerplaten gaan teruggeven aan de politie.
2. Opdat de politie onze nummerplaten zou aannemen, hadden we van het gerechtshof een bewijs nodig dat we gedurende ons verblijf in Egypte geen verkeersovertredingen begaan hadden. Na ons bezoek aan Mr Saleh trokken we dus naar het gerechtshof. Ook daar hadden we wat probleempjes met de coördinaten en we kwamen er aan op een kleuterschool. Een van de onderwijzeressen bracht ons gelukkig naar het correcte gebouw. Het kantoortje waar we moesten zijn, lag in een ordinaire appartementsblok. We werden er naar het kantoor van een of andere directeur gebracht die nauwelijks Engels sprak. We leken hem daarenboven te storen want hij bekeek net zijn favoriete soap. Verder was hij wel erg vriendelijk! Tien minuutjes later stonden we terug buiten en trokken we verder naar de verkeerspolitie.
3. Bij de verkeerspolitie was het een chaos van jewelste. Voor een keer profiteerden we op aanraden van de mensen van Radio Baobab van het feit dat we toeristen waren. Bjorn stak alle rijen wachtende voor en stond vijf minuten later weer buiten met het papier van terug levering in handen
.
4. Nu moesten we terug naar Mr Saleh gaan, opdat die ons de tickets zou kunnen geven. Jammer genoeg hadden we nogal laat gemeld dat we eerste klas konden reizen. Er was echter een reservering waar hij niets meer van gehoord had. Mogelijk kon hij ons die hut geven, maar daarvoor moesten we de dag erop terugkomen.
Doodop trokken we Aswan in, op zoek naar een restaurantje. Na lang wandelen vonden we iets dat ons aanstond. We namen er toevallig genoeg plaats naast… een Belg uit Koksijde! Soms is de wereld toch klein he! Hij woonde echter al verschillende jaren in Nederland en dus klonk hij eerder als een Hollander dan als een Vlaming.
Hij logeerde in hetzelfde hotel als ons en we ontmoetten hem een paar uur later terug aan het zwembad.
Die avond gingen we op een vastliggende boot op de Nijl lekkere vis eten.
Zondag 16 mei
Onze laatste dag Egypte!
Die ochtend bezochten we het Nubische museum. Een mooie ode aan een cultuur die grotendeels ten onder ging in het Nasser meer.
Daarna trokken we terug naar Mr Saleh en kregen we tot ons plezier bevestiging van onze eerste klas tickets!
Ik was al een paar dagen op zoek naar een goed muskieten net want hetgeen we hadden, paste niet in onze tent. We konden het echter nergens vinden en dus besloot ik Mr Saleh hierom te vragen. Super enthousiast besloot hij ons te helpen. Hij pleegde onmiddellijk een paar telefoontjes tot het tijd was voor hem om te gaan bidden. Hij was een erg praktiserende moslim, met eeltplek op het voorhoofd. Na het gebed trokken we op pad…
Mr Saleh had zich vast voorgenomen dat hij dat muskietennest moest en zou vinden. Ook al betekende dit dat hij hiervoor heel Aswan onderste boven moest halen. Zo hebben we de hele namiddag met hem rondgereden, tot we gelukkig een plaatsje vonden, waar ze hadden wat we zochten.
Later trakteerde hij ons nog op een drankje en besloot hij dat we nu vrienden waren! Een schitterende man…
Mr Saleh toonde ons ook nog een supermarktje, waar we onze inkopen deden voor Soedan. We hadden gelezen dat toiletpapier, maandverband, douches,… er moeilijk te vinden waren en dus sloegen we onze voorraad in. Als plaatsvervangende douche kochten we vochtige pamperdoekjes en die hebben erg goed dienst gedaan
!
Nu was het tijd om van onze laatste avond Egypte te genieten. We besloten een felucca, een typisch Nijl zeilbootje, te huren waarvoor we al twee dagen aan het onderhandelen waren. We genoten er gedurende twee uur van een prachtige tocht tussen de eilandjes door en keken naar de zonsondergang.
Die avond ledigden we nog een flesje witte wijn aan het zwembad en bereidden we ons voor op ons volgende avontuur!
Om de foto’s van westelijke woestijn, Luxor en Aswan te bekijken, klik hier.
De rit van de Sinai naar Caïro was lang, vermoeiend en tamelijk saai. Het deel door de Sinai was wel de moeite. Zeker het laatste stuk Sinai, wadi Feiran, waarbij we langs een mooie oase vol dadel palmbomen reden. Het deel langs de kust tot aan het Suez Kanaal was echter lelijk. Daar zijn boorplatformen, zware industrie en verder is er echt niet veel te zien.
Op de site zelf zijn elf piramides te zien, waaronder de beroemde trap piramide. Dit monument is van erg veel historisch belang want het was de voorloper van de latere wereldberoemde piramides. Het is zo dat de farao’s voor de komst van de piramides in kamers onder de grond begraven werden. De bovengrondse afwerking van deze graven gebeurde met mastabas: grote stenen. Imhotep, de architect van de farao Zoser, besloot in 2.650 VC om verschillende van die mastabas trapsgewijs boven mekaar te plaatsen en creëerde zo de allereerste nog primitieve piramide.
Buiten de piramides zijn er op de site van Saqqara ook nog veel ondergrondse graven te bewonderen. Wij namen hiervoor een gids, die ons leerde de hiërogliefen en graftekeningen te lezen en begrijpen.
Onze eerste stop was op weg naar de oase. Plots zagen in de ‘middle of nowhere’ een hele stad uit de grond rijzen. We begrepen geen van allen dat hier mensen konden leven. Toen we de stad van wat dichterbij bekeken, bleken hier ook geen mensen te leven: het ging om een begraafplaats. Het bleek dat de oude Egyptische gewoonte om enorme monumenten aan de doden te wijden de huidige Egyptenaren nog steeds in het bloed zat. Ieder graf is een fijn bewerkt huisje met een trap naar de grafkelder. Onze Belgische graven zijn er niets tegen!
Hierna reden we verder naar Wadi Rayyan. In de jaren zestig creëerden de Egyptische autoriteiten drie meren in de Wadi Rayyan depressie. Het doel was om nieuw vruchtbaar land te creëren, maar alles verliep niet helemaal volgens plan. Een van de meren droogde op en de andere meren zijn erg zout. Vandaag is de wadi een nationaal park en de meren doen nu dienst als broedplaats voor vele vogels en als picknick plaats voor de Egyptenaren. Op de plaats waar het ene meer in het andere loopt is er een voor Egypte indrukwekkende waterval te bewonderen. Een populaire zwemplaats voor de Egyptenaren.
Vandaag trokken we eens zelf met onze Gari Caïro in! Bjorn kende intussen goed de weg van het meerijden. Onze eerste stop was de Soedanese ambassade. Vijf minuutjes later stonden we weer buiten met ons paspoort met Soedanees visum! Van daar besloten we naar de Ethiopische ambassade te rijden. Na lang zoeken bleek die echter verhuisd te zijn! Van een erg behulpzame hotelreceptionist kregen we gelukkig het nieuwe adres van de ambassade en hij legde ons ook uit hoe we er naar toe moesten rijden.
Vandaar reden we rechtstreeks naar de meest beroemde piramides: de Giza piramides. De enige overlevenden van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen. Nog steeds vragen wetenschappers zich af hoe deze enorme gebouwen tot stand zijn gekomen. De opgravingen rondom het Giza plateau geven hen echter steeds een beter zicht op hoe het er aan toe ging.
Maar de dag was nog niet voorbij! Er stond nog een bezoek aan Khan el-Khalili, de soek van Caïro. We brachten eerst de wagen naar het werk van Serge, gingen nog een Mc Donalds eten en namen vervolgens een taxi naar de soek. De eerste taxi die we namen, leek echter niet te snappen waar we heen wilden en reed helemaal fout. Bjorn deed de taxi stoppen en we stapten uit. We vonden gelukkig al snel een andere taxi die ons wel naar de juiste plaats bracht. Daar aangekomen, was het donker en we genoten van de prachtig verlichte gebouwen. We voelden ons net een onderdeel van de Arabische nachten.
Onze laatste dag Caïro en er stonden nog heel wat bezoeken op het programma. Onze eerste stop was de citadel, gekoppeld aan een wandeling doorheen Islamitisch Caïro. Vanuit de citadel hadden we een indrukwekkend uitzicht op Caïro. De plaats van waar we van het zicht genoten, had echter een lugubere geschiedenis want Mohammed Ali doodde hier op 1 maart 1811 500 Mamluk leiders. Zelf maakte hij gebruik van de chaos in het Turkse leger dat na de Franse bezetting de macht nam over Egypte. Binnen de vijf jaar, promoveerde hij zichzelf van luitenant tot gouverneur van Egypte. De sultan in Turkije was te zwak om zijn macht te betwisten en de enige dreiging voor Mohammed Ali kwam dus van de Mamluks.
Binnen de muren van de citadel bezochten we eveneens de moskee van Mohammed Ali. Zelf waren we best wel onder de indruk van het gebouw, maar de Egyptenaren zelf vinden de moskee maar niets.
Vermoeid kroop ik terug tussen de lakens, tot we gewekt werden door de zon. De broer van onze vrienden was mee vertrokken en dus moesten we het bij het uitchecken stellen met de drie Sudanese hulpjes. Het was een vervelende situatie want we wisten niet echt of we nu verondersteld werden te betalen voor ons verblijf of niet. Uiteindelijk kwamen we de prijs van 40 Egyptische ponden overeen, maar bij gebrek aan juist wisselgeld hebben we maar 30 pond betaald (ongeveer 4,5 €). Het eten werd ons aangeboden.
Zijn commentaren bij alles dat we zagen, waren eigenlijk nog leuker dan de bezienswaardigheden zelf. Na een wandeling naar een viewpoint op de blue hole, gingen we terug richting auto. We stopten aan een klein cafetaria van en vriend van Alex. En die vriend van Alex, dat was ook een karakter! Het was een oud mannetje van rond de zestig, die een groot deel
en hadden zin om naar onze windvrije wadi te trekken en wat te rusten. Ik nam wel een erg mooie kamelen foto terwijl hij praatte
De eerste dag snorkelden we wat rond in de riffen voor onze kampeer plaats. Lekker rustig genieten! ‘s Avonds besloten we ons te verwennen met pannenkoeken! We hadden wel een probleem en dat was dat we het recept niet vanbuiten kenden. We besloten dus het nuttige aan het aangename te koppelen en belden papa Dirk en mama Yannik op voor de laatste nieuwtjes en het recept
Heel veel tijd hadden we niet want blijkbaar sloot het om vijf uur en moest iedereen er dan weg. Ik was dus wat slecht gezind dat we zo lang getreuzeld hadden. Achteraf gezien, bleek het echter een goede zaak. De meeste toeristen boten en bussen waren al vertrokken en dus hadden we beroemde koraalmuren voor ons alleen. En die zijn zo onvoorstelbaar mooi! Eerst moet je het strand door zwemmen en het koraalrif over en dat is het vervelende deel. Maar dan wordt de zee plots erg diep en zie je letterlijk een wand van koraal die de diepte in gaat. Wondermooi!
Het Sint Catharina is een van de oudste en beroemdste kloosters ter wereld. Het ligt aan de voet van de 2285 m hoge Djebel Moesa (Mozesberg) en volgens het bijbelverhaal vond Mozes op de plaats van het klooster het brandende braambos. Vanuit dit bosje dat dus wel in lichterlaaie stond, maar toch niet verbrandde, kreeg Mozes van God de opdracht zijn volk uit Egypte te halen en naar het land Kanaän te brengen. Mozes zag dat echter niet zo zitten, want hij gaf aan niet goed met woorden te zijn. Hij had echter geen keus (tegen God kan je geen nee zeggen he)! Hij kreeg echter wel zijn broer Aäron mee om voor hem het woord te doen. Binnen de kloostermuren, groeit nog steeds een struik die verwant is aan die brandende doornstruik.
Op weg naar de top kwamen we langs het huis van een Bedoeïenen familie, waarvan we gehoord hadden dat die leuke souvenirtjes verkochten. Ik kon me dus nog eens laten gaan 
Op gepaste tijden stopte onze gids voor foto’s. Geen natuurfoto’s maar foto’s van hem die hij op zijn facebook wou plaatsen. Toen we bijna terug aan de camping waren, deed hij een hele uitleg aan Bjorn en liet hij ons achter. Ik begreep niet goed wat er aan de hand was en dacht dat hij misschien naar het toilet moest. Wij liepen dus rustig verder tot we plots een heleboel kabaal hoorden. Het was ons gidske dat ons aan het roepen was en toen pas viel Bjorn zijn frank. Het manneke was gaan hout zoeken om thee voor ons te maken! Wij dus maar terug gewandeld
om te genieten van een heerlijke bedoeïenen thee!

Recente reacties