In een continent van armoede en corruptie is Botswana de uitzondering die de regel bevestigt. In 1966 werd het land onafhankelijk. De jonge republiek stond er economisch beroerd voor. De belangrijkste activiteit was veeteelt. Deze werd het jaar van de onafhankelijkheid echter zwaar getroffen door een periode van extreme droogte. Botswana werd gedwongen voedselhulp en buitenlandse steun te accepteren. In 1967 bleken de Britten zich enorm vergist te hebben met het loslaten van Botswana. Nog geen jaar nadat het lang onafhankelijk was geworden, werd bekend dat het beschikte over enorme diamantvoorraden. Het gevolg was dat Botswana tot 2001 een van de hoogste economische groeicijfers ter wereld had.
Het bijzondere aan het succes verhaal van Botswana is uiteraard niet de vondst van de diamantmijn. Vele Afrikaanse landen beschikken over rijke grondstoffen. Neen, het bijzondere aan Botswana is dat het land een stabiele staatsstructuur, een goede economie, een goede infrastructuur, goed ontwikkeld onderwijs en een uitgebreide gezondheidszorg heeft.
De vraag is dan: wat is er verschillend aan Botswana ten opzichte van de andere Afrikaanse landen, waar corruptie nog steeds hoogtij viert? Sinds onze intrede in het Afrikaanse continent hebben we er mee te kampen gehad: corruptie! Corruptie op alle gebied: de wegenpolitie, de grensambtenaren, de overheid,… je zou haast gaan denken dat het in de genen van de zwarten zit. Vele redenen worden aangegeven waarom Afrikaanse landen niet goed functioneren: met name geografische, historische, culturele, tribale en institutionele. De geschiedenis van Botswana is echter niet verschillend met die van andere Afrikaanse landen. Elk van de bovengenoemde redenen is ook op Botswana van toepassing en toch is er een wereld van verschil.
Alle Afrikaanse landen, buiten Zuid-Afrika en Botswana hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal afhankelijk van hulpverlening. Sinds de jaren veertig is bij benadering één biljoen dollar aan hulp van rijke landen overgemaakt naar Afrika. Moesten we dat bedrag vandaag verdelen over de totale wereldbevolking, dan zou elke mens op aarde duizend dollar ontvangen. En toch is de Afrikaanse economische groei gestaag neerwaarts gegaan, blijven de armoede niveaus stijgen en wordt de stank van algemeen heersende corruptie steeds doordringender. Wat gebeurt er dan met het geld?
Klein voorbeeldje: na zijn ontmoeting met president Raegan had de president van Zaïre, Mobutu, verzocht om gemakkelijkere condities om de schuld van het land van vijf miljard dollar af te betalen. Onmiddellijk daarop leasde hij een Concorde om zijn dochter naar haar huwelijk in de Ivoorkust te laten vliegen. Volgens Transparancy International zou Mobutu bij benadering Zaïre hebben beroofd voor de lieve som van vijf miljard dollar. Grofweg hetzelfde bedrag werd Nigeria door president Sani Abacha ontstolen en op Zwitserse privé banken gezet. De lijst van corrupte praktijken in Afrika is bijna eindeloos. Maar waar het bij corruptie in Afrika om gaat is dat hulpverlening een van haar grootste hulpmiddelen is. Uiteraard is hulpverlening niet de enige bron van inkomsten voor corruptie. In Afrika zijn meevallers in de vorm van natuurlijke hulpbronnen vaak meer een vloek dan een zegen gebleken. Net als hulpverlening zijn ze gevoelig voor diefstal en hebben ze praktisch ongelimiteerde mogelijkheden geboden voor het vermeerderen van persoonlijke rijkdom en vergroting van persoonlijke macht. Het cruciale verschil tussen buitenlandse hulp en wat natuurlijke hulpbronnen schenken is natuurlijk dat hulpverlening een actief en weloverwogen beleid is dat is gericht op ontwikkeling.
Nu zie ik velen van achter hun computerscherm al denken: “is dat niet wat overdreven?”. Enkele voorbeelden dus: In 1978 werd Irwin Blumenthal door het IMF (International Monetary Fund) aangesteld op een post in de centrale bank van wat toen Zaïre was. Hij nam binnen het jaar ontslag en schreef een nota waarin stond dat het corrumperende systeem in Zaïre met al zijn kwalijke manifestaties zo ernstig is dat er geen (ik herhaal geen) kans bestaat dat de schuldeisers van Zaïre hun geld terugkrijgen. Kort na Blumenthals nota verstrekte het IMF aan Zaïre de grootste lening die het ooit aan een Afrikaans land had gegeven.
Meer recent: Grace Mugabe, de vrouw van de president van Zimbabwe staat erom bekend dat ze graag in het exclusieve Harrods in Londen winkelt. Iedereen kent het beleid van Mugabe. Zimbabwe was vroeger de graanschuur van Afrika, tot Mugabe besloot alle blanken te onteigenen. Zwarten kregen gratis de boerderijen van de blanken. Gevolg is dat er nagenoeg geen landbouw meer is nu. Toch ontving het land in 2006 nog driehonderd miljoen dollar aan buitenlandse hulp. Je zou zelfs kunnen beweren dat de reden waarom Mugabe het zo lang heeft uitgehouden is dat hij overeind is gehouden door kolossale ontvangsten buitenlandse hulp.
In een studie van de Wereldbank blijkt dat maar liefst vijfentachtig procent van zijn hulpstromen voor andere doeleinden werd gebruikt dan waar ze aanvankelijk voor bedoeld waren. Een andere studie van de Wereldbank uit 1997 laat zien dat tussen 1980 en 1996, tweeënzeventig procent van de hulp die de Wereldbank aan aanpassingsleningen verschafte, naar landen ging die op dit punt een slechte staat van dienst hadden (ze betaalden dus niet terug). Dus hoewel de voorwaarden flagrant werden genegeerd, bleef de hulpverlening doorgaan.
De vraag is, waarom blijven geven?
De Wereldbank heeft tien duizend mensen in dienst, het IMF meer dan twee duizend vijfhonderd. Tel daar nog eens vijf duizend voor de andere VN-bureaus bij op plus de werknemers van ten minste twee duizend vijfhonderd geregistreerde ngo’s (bv.: Artsen zonder Grenzen, Unicef, Vredeseilanden, Rode Kruis,…), private liefdadigheidsorganisaties en de hoeveelheid hulporganisaties van de overheid. Alles bij elkaar ongeveer vijf honderd duizend mensen, die van de hulpverlening leven. Hun bestaansmiddelen zijn afhankelijk van de hulpverlening. Niet-uitgegeven bedragen vergroten de kans dat het volgende hulpprogramma drastisch zal beperkt worden. Het logische gevolg daarvan is dat hun eigen positie als organisatie in gevaar komt…
Je kan je dus de vraag stellen wie we uiteindelijk helpen. En uiteraard bestaat onze hulp uit goede intenties. De hierboven genoemde feiten zijn afkomstig uit het boek ‘Doodlopende hulp’ van Dambisa Moyo. De schrijfster is afkomstig uit Zambia. Ze haalde haar Masters aan de Harvard Universiteit en haar PhD aan Oxford. Ze vroeg zich af waarom ze voor onderwijs van dergelijk niveau niet terecht kon in haar eigen land en daarmee was haar belangstelling geboren voor de gevolgen van ontwikkelingshulp. Het boek is een echte aanrader.
Zondag 14 november
De gevolgen van het goede beleid in Botswana waren onmiddellijk voelbaar. De grensovergang verliep opmerkelijk vlot. De wegen waren fantastisch goed en de supermarkten uitstekend bevoorraad van producten tegen schappelijke prijzen. Daarenboven was het er redelijk veilig. Al deze factoren samen hadden we sinds Oostenrijk! niet meer gehad!
We trokken in Kasane naar een camping dat het Zwitserse koppel dat we in Zambia ontmoet hadden, ons had aangeraden. Luxe! We kampeerden, maar hadden onze eigen douche, toilet en keukentje. We arriveerden er tegen twee uur en informeerden ons voor een boottochtje op de Chobe rivier. De eigenaar van de camping vertelde ons dat er net een groep Zuid-Afrikanen een bootje hadden geboekt voor drie uur. Als we snel waren, konden we misschien met hen meegaan en de kosten delen. We sprongen dus onmiddellijk onze Gari in en trokken richting Chobe rivier. Toen we daar aankwamen, waren de Zuid-Afrikanen er al. Wij trokken het kantoortje in en vroegen extra informatie. De man zei dat we inderdaad met de Zuid-Afrikanen meekonden, maar dan moesten we hen toestemming vragen. We trokken dus samen met hem naar de parkeerplaats. Jeetje! Zelden zo’n onvriendelijke mensen gezien. Die negeerden ons gewoonweg. Toen de kantoorman recht op hen afstapte zei een van de oudere mannen boos dat dit niet de afspraak was! Bjorn en ik waren echt niet goed van de reactie van die mensen. Je kan vriendelijk neen zeggen en je kan boertig neen zeggen. Antwoord is hetzelfde maar de manier waarop maakt een hemelsbreed verschil. Enfin, wij boekten dus voor de dag erop een bootje voor ons tweetjes en besloten er een romantische uitstap van te maken.
De Zuid-Afrikanen hebben we geen blik meer gegund. Ze zeiden ons achteraf nog dat we mee mochten als we wilden… maar enfin, met zo’n mensen wilden we sowieso niet op een boot zitten. De Zuid-Afrikanen hebben over het algemeen in Afrika een slechte reputatie. Zo’n beetje als de Nederlanders in Europa. Die trekken op verlof en nemen letterlijk ALLES mee. En dan bedoel ik alles! Die hebben dus diepvries en al mee. Die proppen ze dan helemaal vol met vlees en groenten. Bijgevolg geven ze nauwelijks iets uit in het land waar ze verblijven. Verder reizen ze meestal in grote groepen en zijn ze in vele gevallen uiterst asociaal. Iets dat voor reizigers die lang onderweg zijn nogal choquerend is. Uiteraard zijn ze niet allemaal zo maar dat is wel de reputatie die ze hebben.
Maandag 15 november
In de namiddag trokken we terug naar het kantoortje voor ons boottochtje op de Chobe rivier. Ook dit was voor Bjorn intussen de derde keer dat hij deze excursie zou maken. Het is een tocht waar je negenennegentig komma negen negen negen procent kans hebt om olifanten te zien. Alleen het natuurpark van Chobe telt al zo’n honderdtachtig duizend olifanten.
We nemen dus het bootje en zagen prachtige vogels, wat antilopen en buffels maar geen olifanten! Zelfs de man van het bootje was er van aangedaan. Met de komst van de regentijd zijn de dieren minder afhankelijk van de rivier voor water. Het gevolg was dus dat we nauwelijks dieren zagen. En dat klinkt misschien heel kinderachtig maar ik was echt een beetje teleurgesteld. Bjorn had al zoveel over de parken en de olifanten van Botswana verteld dat mijn verwachtingen erg hoog lagen.
Dinsdag 16 november
We zouden die ochtend op game drive gaan en ons wekkertje liep extreem vroeg af! We waren dat niet meer gewoon. We trokken terug het Chobe natuurpark in, maar deze keer met de auto. Buiten een familie jackhals zagen we gene vette. ‘s Middags trokken we naar een lodge waar we gratis op internet konden. We zouden de dag erop naar Moremi trekken. Het reservatie systeem van Botswana was helemaal veranderd en om in nationale parken te mogen overnachten moesten we op voorhand boeken. We wilden dit via internet regelen maar hun netwerk was down! Afrika hè! Op de camping hadden we een koppel Fransen ontmoet die eveneens een jaar loopbaanonderbreking genomen hadden. In plaats van rond te trekken waren zij voor een jaar naar Botswana getrokken, waar ze gratis werkten voor een Franse touroperator. Zij hadden ons alle contactgegevens gegeven van de privé campings in de natuurparken. Uiteraard had ik net het nummer van de camping die we nodig hadden fout genoteerd! En zonder internet was dat een probleem. Enfin, alweer dikke ambiance tussen ons… Aan de receptie kreeg ik gelukkig van een vriendelijke balie bediende het correcte nummer en konden we de reservatie maken. Vervolgens trokken we naar een restaurantje waar we lunchten.
In de namiddag reden we terug Chobe in en eindelijk zagen we olifanten! Nu begreep ik beter ieders verbazing want eens je olifanten begint te zien, zie je er honderden! De olifanten van Botswana lijken groter dan die we in de rest van Afrika gezien hadden en ze leven in enorm grote groepen. Echt bijzonder om te zien.
Die avond op de camping was Bjorn enorm in zijn nopjes, want ook daar hadden we bezoek van olifanten. Ze liepen op zo’n kleine vijftig meter van onze auto en we moesten ze een paar maal wegjagen. De Fransman vertelde ons dat ze vorig jaar een ongeluk hadden gehad met een olifant die een tentje vertrappelde. De vrouw die in het tentje lag, raakte hierbij zwaar gewond en moest onmiddellijk naar Zuid-Afrika overgevlogen worden. Ik was blij dat we in een daktent sliepen…
Woensdag 17 november
Ook vandaag stond er een dagje ‘game driven’ op het programma. Via het Tsavo natuurpark zouden we richting Moremi natuurpark rijden en daar dan buiten het park slapen, kwestie van kosten te besparen. Via omweggetjes en paadjes reden we het park door. De wegen waren niet altijd duidelijk aangeven en het was niet echt eenvoudig rijden. Op een bepaald moment reden we een ‘vlei’ in. Dit is een uitgestrekte vlakte. Ook hier was het
regenseizoen in volle gang en de vlakte stond onderwater. We keken mekaar eens aan en besloten het erop te wagen. De eerste vijf honderd meter verliepen goed en toen kwamen we vast te zitten. Serieus vast… En dat op een weide tussen olifanten en buffels. Op zich geen probleem want we hebben van alle snufjes op onze Gari zitten om dit soort van problemen te vermijden. Een ARB, om het doorslippen van de wielen tegen te gaan, een winch en een differentieel. Buiten de differentieel, deden geen van onze snufjes het! Slecht contact van de slechte wegen vermoedelijk… Dus was het graven geblazen. We haalden eveneens onze rubberen matten uit en ik ging opzoek naar gedroogd gras om onder de wielen te stoppen. Langzaam maar zeker zaten we iets minder vast, maar nog altijd vast. En de olifanten kwamen steeds dichterbij!
En toen kwam er een auto! Bjorn kon de driver ervan overtuigen ons eruit te trekken. Voor de toeristen van de wagen een heel avontuur en wij waren gered! Intussen was het zo laat geworden dat we park uit moesten racen via de hoofdbaan.
Het was donker toen we eindelijk arriveerden op onze kampeerplaats en we waren doodmoe!
Donderdag 18 november
Bjorn besloot eens een kijkje te nemen naar onze ARB en winch. Die hadden altijd al gewerkt, tot we ze nodig hadden, typisch. Bleek gewoon dat het een slecht contact was en een gesprongen zekering, niets aan de hand dus. We hadden intussen ook een kortsluiting gehad in onze tent, waardoor onze stroom omvormer raar deed. Bjorn had die dus tijdelijk afgesloten en wou nu van de gelegenheid gebruik maken om die weer aan te sluiten. Ik was intussen onze keuken (twee aluminium bakken) nog eens aan het uitkuisen met detol. Plots rook ik brand! Bjorn met de stroom omvormer in de hand waar rook uitkwam, druk aan het blazen. Maar de schade was te groot. Geen tweetwintig volt meer voor ons…
Tegen de middag waren we eindelijk klaar om verder te trekken. En toen raakten we aan de praat met de Zuid-Afrikaanse uitbaters van de plaats waar we verbleven. We kregen tal van nuttige adresjes en tips en trokken uiteindelijk veel te laat Moremi binnen.
Het eerste deel van het park was prachtig en ik had er echt spijt van dat we niet meer tijd hadden om er de natuur en dieren te bewonderen. We zagen er vele impala’s met kleintjes. Zoooo schattig! 
Ook in Moremi had het al serieus geregend en speelden we bijna duikboot met Gari. We moesten een riviertje over, er was geen alternatieve weg. Eens we het water inreden, gingen we dieper en dieper. Bjorn had niet veel meer keuze dan doorrijden. Het water sijpelde net niet langs de deuren binnen. Effe een spannend moment.
Pas tegen het donker kwamen we bij onze kampeerplaats aan.
Vrijdag 19 november
We hadden twee nachten in het natuurpark geboekt en dus stond er alweer een dagje ‘game driven’ op het programma. In de voormiddag genoten we
vooral van de prachtige landschappen van het park. Buiten vele sporen van leeuwen, zagen we niet enorm veel dieren. In de namiddag trokken we dan naar de ‘paradise pool’ en dat was echt een paradijs op aarde. We reden door een groene vlakte en plots rook Bjorn iets. Toen hij in de richting van de geur keek, zagen we een groep van maar liefst negen leeuwen. Allemaal in diepe slaap. Het was prachtig! We gingen off road en bewonderden de groep van alle kanten. De leeuwen bleven rustig verder slapen.
Zaterdag 20 november
We ‘game driveden’ het park uit en kwamen onderweg een dode giraf tegen vol met aaseters. Verder zagen we weer veel sporen van leeuwen, maar slaagden we er niet in ze te vinden. Moremi is een natuurpark met heel veel dieren, maar door de dichte begroeiing zijn ze jammer genoeg moeilijk te zien.
Nadat we het park uit waren, trokken naar Maun, terug de beschaafde wereld in. We kwamen tegen de middag aan. Bjorn was daar indertijd heerlijk gaan eten met Erik, Ilka en Patrick. Toen we bij het restaurantje arriveerden, bleek dat echter toe te zijn. Ook de campings vielen tegen en we waren uiteindelijk beiden slecht gezind. Alweer…
Zondag 21 november
We hadden dringend nog eens behoefte aan internet en trokken naar de enige camping met internet. In de namiddag hadden we een hevige stortbui, maar wij zaten droog in de bar op ons computers te tokkelen. Altijd heerlijk om de laatste nieuwtjes van België te horen.
Maandag 22 november
De dieseltank van onze Gari lekte telkens als we een volle tank hadden en Bjorn vertrouwde het niet. We hadden van de Zuid-Afrikanen die de lodge net buiten het Moremi natuurpark runden, een goed adresje gekregen van een garagist…alweer! We maakten een afspraak met de hen voor woensdag en trokken verder naar de Nxai Pans, waar we een nacht zouden blijven.
We trokken tot aan een enorme zoutpan, waarnaast grote baobabs stonden en daar picknickten we. Het was een prachtig plaatsje!
Daarna trokken we het park zelf in. Ook hier weer vele vele olifanten. De olifanten waren echter tamelijk agressief en we moesten echt opletten. We vermoeden dat er stropers in de buurt waren die het op de olifanten gemunt hadden. Op een bepaald moment reden we recht op een olifant toe die op de baan liep. We reden een stukje achteruit, maar konden niet de hele weg terugrijden. En dus besloten we te wachten. En ja, even later kwam de olifant op zijn gemakje de bocht omgelopen. En hij kwam dichter en dichter. Een kleine vijf meter voor de auto sloeg hij abrupt af naar links. Langs struikjes om kwam hij dan naar de zijkant van onze auto toegelopen (mijn kant!!). Hij trompetterde een keer luid en liep toen rustig verder. Wij wachten niet langer af en Bjorn vertrok volle gas! Die olifanten toch…
Dinsdag 23 november
Na een laatste toer doorheen het park trokken we weer richting Maun. We lunchten in een lokaal restaurantje. Blijkbaar ‘the place to be’ voor de niet werkende vrouwen van Maun om eens gezellig bij te kletsen. En ik miste mijn vriendinnen en zussen. Daarna trokken we weer naar de internet campsite. Toen we daar arriveerden zagen we een andere overlander: Tom, Lara en hun zoontje. Zij trokken van Kaapstad naar Duitsland. Lara trok inmiddels voor de derde maal doorheen Afrika. De twee keren voordien had ze West-Afrika gedaan op de moto! Een avontuurlijke madame. Ze vertelde me eerlijk dat de tweede maal ze aan het avontuur begon, ze zich afvroeg waarom ze het in hemelsnaam deed, ze beleefde er op het moment zelf niet veel plezier aan. Haar verhalen achteraf waren echter wel de moeite en een plezier om aan te horen! Zo ontmoette ze op een van haar reizen twee op en top ‘Englishmen’ in een landrover aan de grens met Congo. Om de een of andere reden werden ze door de douane beambten als groep aanzien en moesten ze verplicht samen reizen tot aan de grenspost om het land uit te raken. Zij liep er malaria op en dus mocht ze bij hen in de auto zitten, in plaats van achterop op de moto. Ze hadden een wagen vol lekkernijen als porto, olijven, maar ook hun golfkledij ontbrak niet. Vele jaren later, gaf de minnaar van Lady Di een boek uit over zijn liefdes affaire met haar. En Lara die de krant leest in het verre Duitsland roept verbaasd uit naar haar vriend: “James van Congo staat in de krant”. Ik vind zo’n verhalen schitterend!
Woensdag 24 november
We stonden die ochtend vroeg op want we hadden een paar dagen voordien een vlucht geboekt om over de Okavango Delta te vliegen. De Okavango is een rivier die in plaats van uit te monden in de zee, uitmondt in de woestijn. Een vrij bijzonder spektakel dat uiteraard het best te zien is vanuit de lucht. Om zeven uur stipt vlogen we met een klein cesna vliegtuigje de lucht in. De vlucht bleek achteraf meer om dieren te gaan dan om het bewonderen van de delta. En we waren dan ook lichtelijk teleurgesteld.
Na de vlucht ontbeten we in een kleine bar aan het vliegveld met de toepasselijke naam ‘bon arrivé’. Daarna bracht Bjorn me terug naar de Bjorn trok ‘s ochtends vroeg al naar de garage. Zijn vertrek was als de vlucht naar Egypte. Ik bleef achter op de campsite. Ik had al uitgekeken naar een dagje rustig alleen. Wat internetten, de was doen,… Door het haastige vertrek van Bjorn had ik echter de helft van de spullen niet die ik nodig had. Hij was weg met het waspoeder en met de elektriciteitskabels voor de computer.
Gelukkig kreeg ik van Lara wat waspoeder. Ze kwam me vergezellen met een kop koffie en we deelden de hele voormiddag nuttige informatie uit. Bij het opzoeken van info voor haar op mijn computer raakte mijn batterij leeg. De mailtjes die ik zo graag verstuurd had zouden dus voor een andere keer zijn. En het dagje ‘alleen zijn’ waar ik zo naar had uitgekeken was uiteindelijk helemaal niet leuk. Bjorn kwam tegen het donker terug thuis en we hadden mekaar heel wat te vertellen. Grappig hoe je er aan went om zo dicht met iemand samen te leven. Dat gaat nog wat worden als we terug in de beschaafde wereld zijn. Zullen toch aan moeten wennen.
Donderdag 25 november
Ik had de dag voordien van de gelegenheid gebruik gemaakt om ons programma voor de volgende dagen en weken uit te stippelen. Gari was terug in orde en dus was het tijd om verder te trekken. We besloten de Kalahari woestijn in Botswana links te laten liggen. Te riskant om daar in het regenseizoen alleen door te trekken. Het plan was om via het niet-toeristische noordwesten van het land richting Namibië te rijden, onze volgende bestemming.
Maar eerst moesten we nog langs de garage. De reparatie van onze dieseltoevoer breuk was de dag voordien hersteld, maar de herstelling lekte.
Terug naar Mike dus… Een goede mecanicien, maar ook een goede babbelaar. Hij had onze website de avond voordien al uitvoerig bekeken en vroeg ons uitleg over die foto en dat land,… Tegen de middag raakten we eindelijk weg. Gelukkig moesten we niet ver. Op ons programma stond het Ngami meer, slechts zo’n honderd vijftig kilometer verder. Dokter David Livingstone ontdekte dit meer in 1849. Hij schatte het meer toen zo’n achthonderd en tien vierkante kilometer groot. Vroeger zou het meer echter zo’n duizend achthonderd vierkante kilometer groot geweest zijn. Nu, een paar jaar na de ontdekking van Livingstone verdween het meer om niet bekende redenen, volledig. Op het einde van de negentiende eeuw, kwam het terug even te voorschijn om te verdwijnen tot in 1964. In 1982 verdween het weer op mysterieuze wijze en kwam pas weer tevoorschijn in 2000. Niemand weet wanneer het weer zal verdwijnen.
Toen we in de vroege namiddag het meer bereikten waren we teleurgesteld. Het stond vol met bomen, waardoor je geen echt zicht had op de oppervlakte van het meer zelf. Het gaf de plaats ook een griezelig aan zicht. We volgende wat autosporen, op zoek naar een goed plekje. En toen bleek daar een lokale nieuwe nederzetting te zijn van vissers. Allerlei vreemde vellen (van slangen denk ik) hingen te drogen. We vertrouwden het niet helemaal en reden snel terug. Bjorn vond een
geschikte plekje in de brousse. Het had een decor uit de film ‘Lord of the Rings’ kunnen zijn: nogal spookachtig. Het was intussen echter te laat om nog verder te trekken en dus besloten we er het beste van te maken. Op het menu stond heerlijke kaasfondue met deze keer de échte Zwitserse kaas die we in Zambië op de kop hadden kunnen tikken tegen een hoog bedrag. Maar smaken dat dat deed! Enfin, het werd uiteindelijk een erg gezellige avond. Toen de zon begon onder te gaan, hoorden we af en toe plonzende geluiden in het water van slangen of vissen. Vond ik wel wat eng. Gelukkig heb ik mijn persoonlijke Bjorn zonder vrees mee om me te beschermen
!
Vrijdag 26 november
Die ochtend werden we op onze bizarre kampeerlek begroet door koeien die aan het meer kwamen drinken. Ze bekeken ons eens nieuwsgierig maar lieten ons verder met rust.
We zouden vandaag naar de Gcwihaba grot trekken. Onderweg zagen we onze eerste gemsbok en ik was helemaal in mijn nopjes. De naam van de grot wil zoveel zeggen als ‘hol van de hyena’. Niet omdat er hyena’s in de grot leefden, maar omdat er zoveel in de buurt van de grot zaten. In 1932 toonde een groep San een lokale blanke boer, de grot. Hij was waarschijnlijk de eerste blanke die de grot bezocht en besloot prompt om die naar zichtzelf te noemen. De bescheidenheid van die blanken toch he…
Bjorn vond de grot zelf niet erg bijzonder, maar ik genoot met volle teugen. We waren net op tijd voor de grote toeristische boem van de plaats. Alles stond klaar om er een nationaal park van te maken met aangelegde kampeerplaatsen, borden, toegangspoort,… Maar het was nog niet helemaal af. Wel hadden we het geluk dat er al een gids ter plaatse
was waarmee we de grot konden intrekken. Alleen zouden we het nooit klaargespeeld hebben. aangezien de grot zelf helemaal niet ‘toeristisch’ uitgerust was. En hoewel de grotten van Han in België heel wat spectaculairder zijn, maakte dat het bezoek toch wel bijzonder. Het was er pikke pikke donker en zat boemvol met drie verschillende soorten vleemuizen aan het plafond en kakkerlakken op de grond. De kakkerlakken leefden van de uitwerpselen van de vleermuizen en de vleermuizen leefden van de kakkerlakken. Het was warm in de grot en het stonk er verschrikkelijk. Er kwam ook heel wat klimmen bij kijken om van de ene ingang tot aan de andere ingang te raken.
Na ons grot avontuur kampeerden we weer in het wild. Lekker gezellig met ons tweetjes tussen de hyena’s
!
Zaterdag 27 november
Via de Aha bergen zouden we terug naar de grote baan trekken. Volgens onze gids zouden die bergen bijzonder zijn omdat er door de afwezigheid van water niets dieren zouden leven. Ik weet niet echt wat ik er mij van voorgesteld had, maar wat ik zag viel erg tegen. De bergen waren groen en vol begroeiing en het regende er. Ik kon me dus moeilijk voorstellen dat daar geen dieren leefden. na een korte wandeling besloten we dus verder te trekken naar de Okavanga panhandle. Dit is het bovenste deel van de Okavango delta, voor die uitmondt via kleine aftakkingen in de woestijn.
We hadden er van de Zwitsers een leuk adresje gekregen waar we naar toe zouden gaan. Toen we daar aankwamen werd onze weg geblokkeerd door een witte Landrover die stuk was. Bij het parkeren van hun wagen had hun versnellingsbak het begeven. Tja, ook voor hun gold de gouden regel: it’s never over with a rover! We konden zo’n beetje begrijpen wat ze meemaakten en nadat we ons geïnstalleerd hadden, gingen we een praatje met ze maken. Even checken of ze hulp konden gebruiken. En zo werden Mel en Cheryl goede vrienden. Maar dat wisten we toen natuurlijk nog niet. Misschien kunnen we besluiten dat Landrover de sociale contacten bevorderd. En ik weet zeker dat je dat van een Toyota landcruiser niet kan zeggen.
Zondag 28 november
De eigenlijke reden van ons verblijf aan de Okavango panhandle was voor de mokoro boottocht. Een mokoro is een typisch bootje van de streek dat met een stok achteraan wordt voortgeduwd. Het is een heel kunstwerk om zo’n bootje al rechtstaand te besturen en je evenwicht te houden.
De receptioniste wachtte ons om acht uur op en bracht ons via de lodge naar een groot meer. Wij kampeerders hadden geen toegang tot het lodge gedeelte. Er stond daar een groot bord met ‘verboden toegang voor camping gasten’. Ik vind dat altijd wat beledigend, net of we zijn als kampeerders minderwaardig. De receptioniste bracht ons naar een groot meer, waar we werden opgewacht door onze gids. Hij was een van de afstammelingen van de Angolese vluchtelingen die tijdens de burgeroorlog in hun land naar Botswana vluchtten. In 1969 organiseerden ze zichtzelf in dertien groepen, gebaseerd op hun clan en sociale structuur van Angola. Iedere groep creëerde een dorpje op een kilometer van het volgende dorpje. De regering van Botswana noemde ze Etsha een tot en met dertien.
We vertrokken met een motorbootje en voeren tot een een eilandje waar we dan in de mokoro plaatsnamen. Eens we in het motorbootje zaten vertelde onze gids ons dat hij slecht gezind was. Hij had die ochtend pas gehoord over onze tocht en had ons bijgevolg niet kunnen briefen de avond voordien. We hadden dus geen geschikte schoenen en kledij aan. Hierdoor zou hij ons niet naar het eiland kunnen varen dat hij had willen doen. En dus hadden wij het gevoel iets te missen. Achteraf vertelde hij ons dat hij het management van de lodge maar niets vond en dat hij van job wou veranderen.
Wij hadden intussen een ontevreden gids en echt fijn voelde dat niet. Desondanks was het tochtje tot aan de mokoro boot al echt de moeite. Toen we plaatsnamen in de mokoro was het even lachen. De gids vertelde ons dat de eerste vijf minuten wat raar zouden doen. Zo’n bootje wiebelt echt verschrikkelijk. Ik dacht dat dit was omdat het eerste terrein nogal moeilijk was. De gids benam me echter snel die illusie. Na vijf minuten, zo zei hij, zouden we aan het wiebelen wennen
!
Ik vond de mokoro tocht echt fantastisch! Heel anders dan ik verwacht had. Je vaart over grassen
en ziet honderden vogels. De ene al wat mooier dan de andere. En die stilte… Het was echt een bijzondere ervaring. We vaarden tot aan een eilandje waar we dan pal in de middag moesten gaan wandelen. Onze gids, slofte ons van de ene plant naar de andere. Voor iedere plant bleef hij dan zo’n vijf minuten mediterend staan. Misschien om het effect van wat hij te vertellen had wat te vergroten. Wij vonden het erg irritant. Na de wandeling moest hij duidelijk bekomen en kregen we een platte rust van een klein uur voorgeschreven.
Daarna voeren we via de korte weg terug naar de motorboot. Bij terugkeer aan de lodge werden we door de manager opgewacht. Onze gids leek keurde de man nauwelijks een blik waardig. En wij trokken terug naar onze kampeerplaats, ver weg van alle ontevreden personeel.
Mel en Cheryl nodigden ons uit voor een glaasje wijn en gaven ons nuttige tips over Namibië. Ze kenden het land op hun broekszak, echt super.
Zondag 29 november
We besloten een laatste dagje van Botswana te genieten en van onze mooie kampplaats. Ik deed de was. ‘s Avonds werden we bij Mel en Cheryl uitgenodigd voor een etentje dat eindigde met een verschrikkelijk onweer.
Dinsdag 30 november
Na een uitgebreid afscheid met Mel en Cheryl trokken we naar ons voorlaatste land: Namibië!

Hey Nele en Bjorn,
Weer schitterende fotokes. Die struisvogel met haar kleintjes is geweldig….
:-)
Die olifanten waren wel echt dichtbij.
In Belgenland alles zijn gewone gangetje. Hier en daar nog gaan “Nieuwjaren”…… als we maar kunnen feesten.
:-)
Salsa herbegint volgende week. Yeehaa
En…… de dagen worden al langer…. de zomer dus in aantocht…… moeten positief blijven he……
Alléé, tot de mailkes en berichtjes.
Dikke kussen.
Leen
Liefste Nele en Bjorn!
Toen jullie mij een 2 jaar geleden jullie plannen bekent maakten moet ik toegeven dat dit een dubbel gevoel met zich meebracht! Ik moest mijn zus een jaar missen, dat is iets waar je niet aan wil denken! Maar tegelijkertijd was ik ook héél fier en blij dat jullie die uitdaging aandurfde! Nu zijn we dus bijna 2 jaar verder en jullie avontuur is bijna achter de rug! Dat jaar is snel,maar tegelijkertijd ook traag vooruit gegaan. In het begin moest ik echt mijn draai vinden zonder Nele!
Ons avondje sporten, naar de naailes, bijna elke dag aan de telefoon hangen, in de weekends soms is gaan fietsen, het viel inneens allemaal weg! De Sven heeft het mogen aanhoren.
Bijna elke dag heb ik jullie blog op de voet gevolgd en zag dat het goed ging! soms was ik toch wel wat jaloers ze, als je ziet en leest wat jullie allemaal hebben meegemaakt en gezien hebben! Ik ben echt blij dat jullie dat gedaan hebben. Op de foto’s zien jullie er ook altijd schitterend uit! Dus ik denk echt wel dat dit jullie goed gedaan heeft.
Ik wil ook Bjorn bedanken omdat je zo goed op Nele gelet hebt en haar heelhuids terug meebrengt naar huis!
één ding heb ik wel beseft dit jaar en dat is dat ik Nele echt hard gemist heb, dat ze mijn beste vriendin, allerliefte zusje en beste meter ooit is!
De komende maanden zullen we toch moeten inhalen wat we een jaar hebben gemist!!
Kusjes Flore
Na het lezen van Flores berichtje kan ik alleen maar bedenken dat Nele het de komende maanden heel druk kan krijgen, want hier wacht ook iemand die nu toch echt aan het aftellen is om nadien heel veel tijd met haar beste vriendin te kunnen doorbrengen…
Maak er nog onvergeetlijke mooie momenten van ginder en kom dan maar heel snel naar huis!
Dikke kussen,
Joke