Dit artikel is door Nele en Bjorn geschreven
Vrijdag 8 oktober
We hebben intussen al veel grensovergangen meegemaakt, maar niets kan tippen aan de corrupte grensovergang met Congo. De dag begon al goed: we hadden nog steeds geen mobiel netwerk. Voor een keer dat we echt onze telefoon nodig hadden, werkte die niet! Om de vijf minuten keken we naar de telefoon, maar helemaal niets!
Ons Congo verhaal begint eigenlijk al in de zomer van 2009. Ilse De Wit, een vroegere klasgenote van Bjorn had eind juli een klasse reünie georganiseerd met hun klasje uit Congo. Daar hadden we uiteraard verteld over ons plan om door Afrika te trekken. Ilse stelde onmiddellijk voor dat als we een bezoekje aan Lubumbashi wilden brengen, we bij haar konden logeren. Ze zei ons ook dat we haar een paar dagen op het voorhand van onze komst op de hoogte moesten stellen, zodat ze haar protocol naar de grens kon sturen.
Het is namelijk zo dat de grensovergang met Congo zó moeilijk is, dat je die nauwelijks alleen kan doen. Enfin, dit kan wel, maar dan kost je dit heel veel tijd en geld! Daarom werken de mensen hier met een ‘protocol’. Je geeft die man al je papieren en hij handelt dan de douane en de immigratie af en zorgt voor de nodige stempels. In principe hoef je zelfs niet uit je auto te komen.
Terug naar het verhaal nu. We hadden om tien uur op een of andere miraculeuze wijze een berichtje van onze protocol, Mr Fabien, ontvangen. Uiteraard onmogelijk om hem terug te bellen of sms’en. We hadden hem een paar dagen voordien reeds gesproken en hem gezegd dat we rond twaalf uur aan de grens zouden zijn. We hoopten hem dus daar te ontmoeten. Het probleem was niet alleen de protocol, maar ook het huis van Ilse vinden. We hadden geen adres van haar gekregen en hadden gedacht haar te telefoneren eens we de grens over waren. Het was dus “la totale” en tegen dat we aan de grens arriveerden, waren we beiden slecht gezind en gestresseerd. We snapten echt niet waarom die stomme GSM geen netwerk vond.
We merkten onmiddellijk dat we de grens naderden aan de kilometerslange file van vrachtwagens die we voorbij moesten steken. Het deed ons denken aan de grenzen in Oost-Europa .
Eens aan de grens, trok Bjorn onmiddellijk naar het immigratie kantoor van Zambia. Dat was niet simpel want we werden onmiddellijk omringd door tientallen zogenaamde protocols die ons wilden helpen. Ik besloot de GSM nogmaals onder handen te nemen en probeerde op het Congolees netwerk te raken. En met succes! Ik belde dus onmiddellijk Mr Fabien op, die zei dat we op hem moesten wachten. Twee minuten later kwam er een manneke op ons toegestapt die ons vertelde dat hij telefoon had van Mr Fabien voor ons.
Mr Fabien vertelde Bjorn dat hij het manneke moest volgen en dat die de grensformaliteiten in Zambia voor ons zou regelen. De papieren waren nog maar net in orde of Mr Fabien was er. Samen trokken we naar het grenskantoor van Kongo en toen begon het avontuur pas. De eerste stap was de omheining van het grenskantoor binnen raken. Al niet simpel. Aangezien ze daar nauwelijks toeristen zien, kregen we de volle aandacht van de douane beambten. Aandacht in de negatieve zin van het woord. Ze wilden eerst onze wagen doorzoeken, vooraleer we het terrein binnen mochten. Onze protocol stak daar een stokje voor en na een kwartier wachten en onderhandelen lieten ze ons binnen.
Eerste obstakel overwonnen! Eens binnen, moesten we in de auto wachten. Onmiddellijk kwam er een andere douane beambte op ons toegestapt die ons zei dat we onze auto moesten laten doorzoeken vooraleer we de volgende poort door mochten. Lap, tweede obstakel! Maar wij houden poot stijf en maken niets open.
Daarna moesten we naar onze protocol gaan in een klein kantoortje van een of andere dienst. In alle landen heb je dus twee kantoren: immigratie en douane. In Congo uiteraard niet. Daar heb je zeker vijf kantoortjes en geen idee welke functie ieder van die kantoortjes heeft. Enfin, de ‘chef de bureau’ van dat kantoortje maakte uiteraard problemen. Derde obstakel! We moesten namelijk iemand hebben die garant voor ons zou staan tijdens ons verblijf. We hadden nochtans geen directe plannen om een bank te overvallen ofzo, maar dat was blijkbaar de procedure! De chef de bureau dicteerde dus een brief aan onze protocol, waarin Mr Fabien moest zeggen dat we bij hem zouden logeren en dat hij verantwoordelijk was voor ons!
Daarna moest Mr Fabien het kantoortje van de Chef de Bureau in en werd de deur achter hem dicht getrokken. Ik vermoed dat de Chef de Bureau daar een centje kreeg!
Nu nog de carnet de passage en de paspoorten regelen. Volgende bezoek was aan de politie. Geen idee waarom. Daarna naar de immigratie dienst. En wat toen gebeurde zou een schitterende komische sketch kunnen zijn, maar was voor ons jammer genoeg bittere werkelijkheid.
We lopen dus het kantoortje in en de ambtenaar zegt ons: “ah, pour ça vous avez besoin du chef de bureau”. Daarop roept hij de chef de bureau die naast hem staat: “chef de bureau, c’est pour vous”. De chef de bureau loopt ons voor naar een ander kantoortje en daar begonnen de échte problemen.
Eerst kwam er een dame op ons toegelopen die ons vroeg naar onze vaccinatie kaart. Maar we waren op alles voorzien en Bjorn toverde zonder probleem onze vaccinatie kaart boven. Ik vermoed dat dit hun tegenstak. We begonnen nu echt te voelen dat ze iets wilden vinden dat niet in orde was. En toen kwam Mr Fabien en zei dat we naar de Chef de Bureau van immigratie moesten komen! De chef de bureau zat aan zijn bureau in zijn bouwvallig kantoortje en had zijn trouwe medewerker naast hem zitten die dienst deed als papegaai en alles herhaalde wat de chef de bureau zei.
Dus, we staan met zijn drieën voor het bureau van de chef de bureau en die zegt: “Vous ne pouvez pas rrrrrrentrer (lees met rollenden r) car vous n’avez pas suivi la procédure. Vous avez obtenu votre visa à Lusaka et vous aurez du l’obtenir dans votre pays d’origine”. De trouwe medewerker herhaalt: “Oui, vous n’avez pas suivi la procédure”. Bjorn zijn bloed begon intussen te koken. Dit hadden we nog nergens meegemaakt en wat ons betreft was die man gewoon dikke zever aan het verkopen. Blijkbaar moesten we ons visum aanvragen in het land waar we woonden, België dus, maar dat visum moet je dan binnen 90 dagen gebruiken. Een Kafkaiaanse toestand dus J
Bjorn zegt dus: “Mais pourquoi alors ils n’ont rien dit à Lusaka?”.
Chef de bureau antwoord: “A Lusaka ils n’ont pas suivi la procédure”.
Trouwe medewerker zegt: “Oui, a Lusaka ils n’ont pas suivi la procédure”.
En zo ging de discussie nog even voort. Enfin, de chef de bureau had om het even wat kunnen zeggen. Hij was de chef en het was eigenlijk onmogelijk om iets tegen zijn redenering in te brengen. Mr Fabien begon zich intussen ook lichtelijk te ergeren en stuurde ons naar de auto met de opdracht zo snel mogelijk naar buiten te rijden. Wat er toen gebeurde snappen we nog steeds niet, maar in ieder geval stonden we vijf minuten later buiten met onze carnet en paspoorten netjes afgestempeld. We waren helemaal verbouwereerd!
En toen ging het allemaal snel. We moesten de protocol in zijn auto volgen en die sjeesde goed door. Onze volgende stop was de péage! Om de kleine honderd kilometer tot in Lubumbashi af te leggen, moesten we maar liefst vijftig dollar betalen! De prijs die je betaalde hing af van het gewicht van de wagen. Onze Gari werd dus op de weegschaal gezet en woog maar liefst 3,2 ton! Zijn maximum gewicht is drie ton en we zeulen dus nog steeds twee honderd kilo te veel mee. En dan zijn die zware houten bakken er al uit! Die wogen samen al zo’n kleine honderd kilo!
Na de péage raceten we verder tot in Lubum. Amaai, onze Gari had het moeilijk om de auto van de protocol te kunnen volgen. Ik vroeg Bjorn om de vijf minuten of hij al iets herkende! Hij werd er op het laatste ambetant van. Twintig kilometer voor Lubum zag hij het eerste herkenningspunt: de toren en terril van de Gecamine. Daarna herkende hij de zoo, de namen van de straten,…
Tegen vier uur kwamen we bij Ilse aan. Het werd een reuze gezellig weerzien! We tetterden zonder ophouden tot ‘s avonds laat. Haar man Dimitri kwam tegen zeven uur met kei lekkere pizza’s en Bjorn degusteerde het lokale bier Simba!
Maar voor we verdergaan en jullie onze Congo avonturen vertellen, zullen we eerst onze gastvrouw en gastheer voorstellen! Ilse en Dimitri zijn beiden geboren en getogen in Lubumbashi. Ilse haar papa is dierenarts en was evenals papa Dirk professor. De mama van Ilse is kleuterjuffrouw van opleiding en nam mama Yannik haar klasje over toen die in 1986 terug naar België trok. Ilse woonde tot haar vijftiende in Lubumbashi en moest toen op internaat in België. Ze zat in Mechelen op school en studeerde net als ik in Brussel. Zat zelfs net als ik in de achterbuurten van Anderlecht op kot en geloof me, dat creëert een band! Na haar studies ging ze als stewardess bij Sabena werken. En toen ging Sabena failliet! Ze vond al snel ander werk en dat beviel haar maar niets en dus liet ze zich ontslaan… En toen kwam haar zus Elke op het idee om samen op vakantie te gaan naar Lubumbashi.
Ilse zag Dimitri terug waarmee ze in haar tienerjaren al een flirt had gehad en ze bleef plakken! Dimitri is de zoon van een Griekse bakker. Hij ging in Lubumbahi naar de Griekse school en studeerde in Griekenland voor sportleraar. Onmiddellijk na zijn studies trok hij terug naar Congo. Het werken voor een baas vond hij maar niets en samen met zijn twee broers startte hij een bedrijfje op. Het eerste jaar gingen ze failliet. Ze moesten hun ouderlijk huis verkopen. Maar ze verloren de moed niet en begonnen het jaar erop opnieuw en deze keer met succes! Ze runnen nu de meest kwaliteitsvolle quincaillerie van Lubumbashi (soort brico). Ze zijn vooral gespecialiseerd in bouwmaterialen. Sinds een paar jaar doen ze nu ook in- en export van Lubum naar Zuid-Afrika en ook dat draait super goed!
Ilse en Dimitri trouwden en kregen drie kindjes: Janny, Irini en Illias. Alledrie blond en om op te eten!


Zaterdag 9 oktober
We hadden Gari de avond voordien helemaal leeggemaakt. Nu was het tijd om de was te sorteren en onze kleerkast eens uit te mesten. Amaai, dat was nodig!
Tegen elf uur kwam de manicure-pedicure voor Ilse die me ook eens onderhanden nam. Zo leuk om nog eens van die luxe van thuis te kunnen genieten. Terwijl mijn nagels gedaan werden, was ik druk bezig want ik moest Irini voorlezen. Irini is het drie-jaar oude dochtertje van Ilse en Dimitri. Daarna mocht Irini haar nageltjes ook eens laten rood lakken. En fier dat ze was. Twee dagen later was er van de nagellak tot haar grote teleurstelling niets meer te zien.
Daarna brachten we de dag luierend aan het zwembad door. Ilse moest onder de middag even weg naar ‘l’école Belge’, waar ze in de raad van bestuur zit. Bjorn en ik hielden ons dus bezig met Irini en Yanni, het 5 jaar oude zoontje, en het was net of we moederke en vaderke aan het spelen waren!
‘s Avonds was het groot feest bij Ilse en Dimitri en werd het een gezellige bedoening met heerlijke mitchopo. Dit is op de barbecue gegrilde geit. We ontmoetten er de beste vrienden van Ilse en Dimitri. Malaurie en haar man Jeroen, Sherely en haar man Hans, Philippe van de ambassade en Enriche, de schoonbroer van Ilse. Daar moet je dan nog alle kinderen bijtellen en je kan je vast wel inbeelden dat het een levendige bedoening werd! We werden hartelijk in het groepje opgenomen en Bjorn kreeg al direct verschillende job aanbiedingen!
Zondag 10 oktober
Een zondag bij Belgen in het buitenland is een zalig iets. Zeker in een vroegere Belgische kolonie want we kregen koffiekoeken!!!! En niet alleen koffiekoeken, maar ook stokbrood met lekkere hesp en salami en speculaaspasta! Ohhhhhhh zoooooooo heerlijk! ‘s Middags kregen we geroosterd vlees met frietjes en we waren gelukkig! En dan vergeet ik nog te zeggen dat we onze eigen badkamer hadden, net naast onze kamer. Voor een keer dus geen nachtwandeling als we moesten plassen. En we hadden onbeperkt internet! Al die luxe…dat was heel lang geleden dat we daar nog eens van konden genieten.
Bjorn was de enige niet die kennissen en vrienden in Lubumbashi had! Ook ik kende mensen in Lubumbashi! Zondag belde ik Didier op om af te spreken. Hij was een vriend van op kot van mijn tijd aan de ULB. We zaten samen in “les courses”. Op de verdieping van de directrice van het gebouw. We beleefden er samen twee dolle jaren. We spraken met hem af aan ‘La Plage’ en deze keer was het mijn beurt om jeugdherinneringen op te halen! Wat hebben we gelachen met alle stoten die we daar uitgestoken hebben! La Plage is een klein winkelcentrum aan de Lac, vlak tegen de waterdam. Het is nog maar een paar maand open, ze hebben er een gezellig café, restaurant en supermarkt. Op de Lac zelf kan je met pedallo’s gaan varen en is zelf een fontein.
Maandag 11 oktober – vrijdag 22 oktober
De volgende dagen bestonden uit luieren, verslag updaten, ziek zijn, met Ilse kletsen en bezoekjes brengen.
We begonnen de week met een bezoekje aan de Belgische school. Bjorn was reuze verbaasd toen hij merkte dat er nauwelijks iets veranderd was aan de school.
Samen met Ilse haalde hij herinneringen op. Een aantal vleugels met klassen zijn omgebouwd tot appartementen voor de leraren. Wat de leerlingen betreft is hooguit nog een op tien blank, maar het onderwijs zag er wel degelijk uit. Toen we langs het vroegere kleuter klasje van mama Yannick kwamen, vond ik dat vreemd genoeg een emotioneel moment!
Tegen kwart voor twaalf gingen we Yanni en Irini ophalen. Irini was intussen mijn dikke vriendin geworden en toen ze me zag moest ik haar dragen. Ik moet toegeven dat ik dat stiekem heel leuk vond!
‘s Avonds gingen we op restaurant met Didier in de Cercle Wallon die nu de Cercle Belge is geworden. In deze tijd van Belgische crisis een uitzonderlijke evolutie! We aten er lekkere mosselen uit Nieuw-Zeeland, op Congolese wijze, maar voelden ons toch echte Belgen! We hadden het wel niet over de crisis, maar eerder over de problemen van een eigen bedrijf hebben in Lubumbashi.
Didier Bastin is net als Bjorn in Lubumbashi geboren. Zijn ouders hadden daar een zaak van zonnepanelen. Eind jaren tachtig, vluchtten ze weg Lubumbashi. Toen zijn ouders terug kwamen was heel hun huis en zaak geplunderd! Ze hadden zelfs de elektriciteitsdraden uit de muren getrokken en de tegels uitgebroken! Aangezien er in Lumbumbashi op dat moment ook geen televisie was, besloot hij zijn eigen bedrijf op te richten en televisie distributeur te worden. Na zijn studies, ging Didier mee in de zaak van zijn vader werken.
Op het moment dat wij hem zagen, zaten zijn ouders in België en runde hij de zaak alleen. En daar moet je toch wel wat doorzettingsvermogen voor hebben hoor! Hij was bijna vierentwintig uur op vierentwintig in de weer. Buiten het gewone dagdagelijkse werk, bestond zijn job eruit om de verschillende controles van de staat het hoofd te bieden. Als hij het lef had iemand te ontslaan omdat die bijvoorbeeld gestolen had, dan kreeg hij de arbeidsinspectie over de vloer. Die gaf hem dan een sanctie omdat die iemand ontslaan had. Of de inspectie van volksgezondheid kwam een bezoekje brengen omdat zijn zendmasten zogezegd vervuilend waren. En al die ambtenaren zijn zo corrupt als iets en willen een ding: geld!
En dan hebben we het nog niet over het werkvolk gehad! Een dame die me bij Ilse mijn benen met was onthaarde (een zalige luxe), vatte het mooi samen: “les Congolais ne sont pas du tout honête, mais au moins, ils sont gentils”. En dat is dus effectief zo. Op alle niveaus, om het even waar, als ze kunnen zullen ze iets in hun zakken steken. Zo moet Ilse in de keuken haar potjes tellen en goed in het oog houden of ze worden gestolen. Bij Didier verknipten ze inkt banden van het kopieer apparaat om dan in het geniep rollen op de zwarte markt te verkopen. Je kan het zo gek nog niet bedenken!
Gelukkig kon hij er nog mee lachen. Dat is wel nodig als je in Congo wil overleven!
We waren al een paar keer voorbij het vroegere huis van mama Yannik en papa Dirk gereden. Alleen aan de buitenkant al leek er een heleboel veranderd. Er stond een muur in plaats van een haag als omheining en het kleur van het huis was veranderd. Ilse had voorgesteld om met ons naar het huis te rijden en te vragen het te bezoeken. In vlot Swahili overtuigde ze de boy ervan ons binnen te laten. Daar werden we hartelijk ontvangen door een Congolese mama die ons trots in haar huis rondleidde. Het was voor haar een hele eer om de vroegere inwoners haar huis te tonen.
En het moet gezegd zijn, het huis was dik in orde, uiteraard Congolese stijl en dus wat kitscherig. Ze had een nieuw dak laten leggen en had een extra badkamer geïnstalleerd in de rommelkamer.
Voor mij (Nele) was het eveneens een leuke ervaring want ik had al zoveel over het huis gehoord dat ik erg benieuwd was. Beiden stonden we verbaasd naar de kleine keuken en de voorraadkast te kijken. Ik had me de keuken, waar het steeds binnen regende en de voorraadkast die elke maand van kakkerlakken ontdaan moest worden, veel groter voorgesteld!
Op ons programma stond eveneens een bezoek aan een hospitaal project. Via Père Piere hadden we in België een dossier gekregen van een hospitaal project net buiten Lubumbashi “ASBL graines d’avenir”. Bij Besix hebben we nu al enkele jaren een Fonds voor ontwikkelingshulp, Besix Foundation, genaamd. De stichters van de ASBL hadden bij Besix een dossier voor subsidie ingediend en via Bjorn probeerden ze wat extra steun te krijgen. Voor ons vertrek heeft Bjorn dit intern besproken en beloofd om de stand van het project ter plaatse te gaan bekijken en een kort verslag als feedback te geven.
Bijgevolg maakten we dus een afspraak met de verantwoordelijke ter plaatse, een zekere Piere Kabishi. Momenteel werkt hij nog als verpleger in een privé hospitaal bij Forrest (Forrest is oa zeer betrokken bij verschillende kopermijn bedrijven in Lubum), maar eens de ASBL draait zou hij daar fulltime willen werken. Nu, hij zou ons komen ophalen rond 8 uur, maar dat is uiteindelijk “heure Congolaise” geworden: hij was daar om tien uur.
Ter plaatse aangekomen kregen we uitleg over het project. De initiële bedoeling was om een dagziekenhuis te voorzien in de cité (een van de armere wijken rond Lubumbashi). Zo moeten de mensen niet naar de stad gaan om basis medische verzorging te krijgen. De ruwbouw van het huis staat er al, er is een ruimte voorzien voor secretariaat, consulatie bij de dokter, kamers met diverse bedden, badkamer/toilet en wasruimtes. Echter hebben ze, na consulatie van de mensen in de cité, geconstateerd dat er vooral behoefte is aan een materniteit. Bijgevolg is het project nu tijdelijk aangepast om in de eerste plaats materniteit te kunnen voorzien. Er zijn ook plannen om op het terrein
een bijkomende gebouw te maken om daar dan de materniteit in onder te brengen… Nu, dit is een beetje het typische voorbeeld van gebrek aan planning. De afwerking van het gebouw is nog volop bezig (plaatsen van deuren, vloerbekleding, verven,…) maar toch staan de bedden al netjes met lakens voorzien in de kamers. Als westerling kan je je daar aan ergeren, maar dit is nu eenmaal de Congolese manier.
De ASLB wil tegen eind van 2010 operationeel zijn, maar er is nog een hele hoop werk. De subsidie aanvraag bij Besix is voor het optrekken van een muur rond het terrein en eventueel ook voor de aankoop van een stroomgenerator (de stoompannes in Lubumbashi zijn zeer frequent en dat is voor een hospitaal ontoelaatbaar). Of een subsidie wordt toegekend zal de beslissing zijn van de raad van bestuur van Besix Foundation.
Na het bezoek zijn we dan aan de overkant van straat in een soort lokaal hotel nog iets gaan drinken met onze begeleiders. Het werd een klassiek gesprek in de aard van “vous, les Belges, vous ètes nos cousins. Vous devez nous aider, blablabla”. Wat ons vooral stoorde aan het project was het gebrek aan businessplan, zeker wat het financiële aspect betreft. Bijvoorbeeld: hoeveel patiënten heb je nodig aan welk tarief om de operationele kosten te kunnen dekken. Daarbij komt dan ook dat ze constant met plannen bezig zijn over uitbreiding zonder dat ze eerst zorgen dat wat ze nu hebben economisch kan werken. We zullen het in de komende jaren wat proberen op te volgen, benieuwd wat het resultaat zal zijn.
Tegen de middag waren we terug bij Ilse en na het eten zijn we dan stad ingetrokken om wat boodschappen te doen. Zo zijn we onder andere naar Megastore gegaan waar Philippe Vanneer, die Helmut en Jürgen nog kent van schooltijd, eigenaar van is. Voor ons was het ongelooflijk om zoveel Belgische producten terug te vinden. Nele was in extase! Philippe heeft afspraken met Colruyt en verscheept zo speculoospasta, marsepein, chocolade,… De meeste goederen komen per container via Dar-es-Salaam Tanzania, Zambia naar Congo, 3 maanden onderweg! Producten met korte houdsbaarheidsdatum worden per vliegtuig aangevoerd. De prijzen zijn er dan ook naar, maar even een beetje luxe is voor ons zalig!
We brachten ook een bezoekje aan de winkel NDB van Dimitri. In de winkel heeft hij ook een aantal dwergen aan het werk, dat zijn een bende zotte mannekes die veel sfeer in de zaak brengen.
NDB is
tevens ook sponsor van verschillende sportactiviteiten, zoals de voetbalclub van Lubumbashi, de “TP Mazembe”. “TP” staat voor “Tout Puissant”. Deze club behoort tot een van de beste van Afrika, vorig jaar waren ze kampioen van het continent. Als er een grote match op til is trekt de fanclub ‘les 100 pour 100” al feestend door de stad. Een traditionele stop is dan ook bij hun verschillende sponsors, waaronder ook NDB. 

Later op de week, combineerden we een bezoekje aan Malaurie (goede vriendin van Ilse) met een bezoek aan de Kilima. Dat was de club van de Gecamine, hét vroegere koper mijn bedrijf van Lubumbashi. Ze hadden er een 50 meter zwembad met duikdoren,
voetbalvelden, tennisbanen en een bowling. Bjorn ging daar vaak zwemmen en heeft daar zijn eerste tenniservaring opgedaan. Van de club blijft helaas weinig meer over. Het zwembad lag er verwaarloosd bij en de bar is al jaren dicht. Enkel de tennisclub is nog operationeel. Dimitri is nog betrokken geweest bij het herinrichten van de installatie.
Uiteraard kon een bezoek aan de ISP (Institut Supérieur Pédagogique), de universiteit waar papa Dirk gewerkt heeft, niet ontbreken. We waren heel benieuwd om te weten wat er na al die jaren nog over was van deze instelling. Pére Pierre is er jarenlang directeur geweest, tot hij uiteindelijk in de jaren 90 noodgedwongen naar België terugkeerde. Wij hadden van hem een contactpersoon gekregen, Mr Jules Bizimana. Hij is verantwoordelijk voor de IT afdeling en heeft een twee klaslokalen uitgerust met computers. Deze zijn in Europa afgedankt en worden opgestuurd naar Lubumbashi.

Wij hadden met Jules een afspraak op de ISP en hij zou ons met plezier een rondleiding geven. Rond 9 uur troffen wij mekaar in zijn leslokaal en vol enthousiasme begon hij met zijn rondleiding. Hij had blijkbaar al aan collega’s verteld dat de zoon van professeur Dirk Walgraeve langs kwam. Dit werd ons direct duidelijk toen wij de wetenschappelijke klassen ingingen en de verschillende professoren ons enthousiast kwamen groeten. Iedereen herinnerde zich ‘le professeur’ nog goed. Velen hadden van hem les gehad of waren nog collega’s geweest. Jules toonde ons het auditorium waar papa Dirk vele uren heeft lesgegeven, de bibliotheek waar mama Yannik nog de hele inventaris gemaakt heeft, het leslokaal geografie met oude maquettes die papa Dirk nog heeft laten maken, oude sterrekijkers,… De volledige rondleiding duurde ruim 2 uur. We gingen ook dag zeggen bij de administratie, secretariaat en zelf aan de directeur.
Terwijl Bjorn aan de praat was, namen de professoren mij vaak apart en vertelden me dat Bjorn toch zo op zijn papa leek
!
De ISP is een opleidingscentrum waar leraren gevormd worden. Jaarlijks zijn er zo’n 1400 studenten. De studenten en professoren zijn heel gedreven, maar de middelen zijn schaars en het valt op dat het instituut het moeilijk heeft om de kwaliteit van het curriculum hoog te houden. Maar zoals overal in Congo laten de mensen de moed niet zakken en werken ze gedreven door aan hun toekomst.
Enkele dagen later moesten we nog eens langsgaan bij de ISP. Een aantal professoren hadden post voor Papa Dirk en Pére Pierre. Met Jules hebben we ook een basis gecreëerd voor een ISP blog, isplubum.wordpress.com, deze is echter nog volop in opbouw. Heel grappig, want terwijl ik hem ‘lesgaf’, kreeg hij regelmatig bezoek van studenten. Hij deed dan heel uit de hoogte en vertelde zijn studenten trots dat hij van mij les kreeg en dus druk bezig was. Dat zie ik een Belgische professor nog niet zo gauw toegeven. Achteraf legde Bjorn me uit dat het voor hem inderdaad een hele eer was om van mij les te krijgen. Toen de directeur ons bezig zag, wou hij zelfs dat ik de dag erop in de aula een internet les zou geven. Gelukkig zei Bjorn hem dat we geen tijd hadden…
Vrijdagavond, begin van het weekend,, iets waar wij niet meer bij stilstaan. Ilse had het vaste groepje vrienden uitgenodigd voor een pizza. Dimitri had voor een heel assortiment pizza’s gezorgd en met een goede Simba erbij was het alweer een heel gezellige avond. Als kers op de taart begon het ook nog te regenen! De eerste regenbui van het seizoen en dat is altijd een feest! Klinkt jullie waarschijnlijk raar in de oren, maar na weken ondraaglijke hitte, is zo’n regenbui heerlijk verfrissend en erg welkom! Ongelooflijk hoe de aarde, na maanden droogte, riekt met een goede plensbui. Jeroen onmiddellijk in bloot bovenlijf aan het dansen in de regen.
Voor het weekend zijn we naar de ‘ferme’ van de ouders van Malaury en Sherley gegaan. Hun ouders kochten een jaar geleden een groot stuk land op 50 km van Lubumbashi (richting Kasenga). Een aantal weken geleden was een hele lading geiten uit Zuid-Afrika aangekomen. De bedoeling van de ouders is om die te kweken voor het vlees. De boerderij is gelegen in het midden van de brousse, het is een prachtig stuk land waar een rivier doorloopt. Een waterparadijs voor de kinderen, en de ouders!
De vrouwen zouden de zondagmorgen opkomen met de picknick, de mannen vertrokken zaterdagmiddag met drie van de kinderen. Het werd een leuk avondje ravioli eten bij olielampjes en daarna een leuk kampvuur. Zondag konden de kinderen zich uitleven met brommerke rijden, vissen in de rivier en zwemmen. Tegen drie uur stapte iedereen terug in de auto’s en reden we terug naar Lubum. De klein mannen hun kaars was op!
Een bezoekje aan de Kipopo mocht uiteraard ook niet ontbreken! In de jaren zeventig en tachtig was de Kipopo een project waar visvijvers en bosbeheer werd gedaan. Het is gelegen op zo’n vijftien kilometer van stad. De familie Langendries, goede vrienden van papa Dirk en mama Yannik woonde daar, de vader was verantwoordelijk voor het project. Vaak werden daar leuke barbecues gegeven, boottochtjes op het meer en namiddagen vissen. Bjorn was benieuwd om dit nog eens terug te zien. De ouders van Malaury en Sherley wisten ons te vertellen dat er momenteel opnieuw een project van vijf jaar loopt om de vijvers terug operationeel te maken, dit onder leiding van Jean-Pierre Marquet.
Met Gari trokken we op stap. De eerste dagen in Lubum durfden we niet goed met Gari rond te rijden en mochten we de wagen van Ilse gebruiken. We hadden schrik dat de gele kanaries (verkeersagenten van Lubum) ons constant zouden tegenhouden. We slaagden er echter in om de auto van Ilse stuk te krijgen. Het contact met de sleutel werkte plots niet meer. Wij verschrikkelijk verveeld natuurlijk. Achteraf bleek dit niet echt onze fout te zijn, maar enfin! We besloten daarna toch maar met onze Gari rond te rijden. Tot onze grote verbazing hebben de gele kanaries ons nooit tegengehouden. In tegendeel, om de een of andere bizarre reden, salueerden ze wanneer we passeerden.
Dus, we trokken met onze Gari naar de Kipopo. De papa van Malaurie en Sherely had ons gezegd dat de makkelijkste weg om er te komen via de golf was. Wat bleek nu, na een veertien kilometer brousse, op twee kilometer van de Kipopo, komen we aan een brug over de rivier die ingestort is. Een lokale dorpbewoner kwam ons vriendelijk waarschuwen: “patron, le pont il est foutu”. Noodgedwongen begonnen we aan de omweg, op aangeven van enkele dorpsbewoners. Na heel wat kleine pistes en veel omwegen kwamen we een uur! later eindelijk op de Kipopo aan. We zaten er werkelijk op het Congolese platteland en we zagen vele mijntjes van lokale “creusseurs”.
Eens aan de Kipopo aangekomen, was Bjorn verbaasd de vijvers in hun bijna oude staat terug te zien. De gebouwen die Bjorn van vroeger herkende waren netjes opnieuw geschilderd en de vijvers zijn in volle ontwikkeling. We besloten ‘à l’improviste’ om bij de familie Marquet even dag te zeggen. We hadden geluk: de beheerder zelf was er niet, maar wel zijn zoon Michael met zijn vriendin Florence.
Zij wonen in het huis naast dat waar vroeger de familie Langendries woonde, het is helemaal gerenoveerd met een prachtig zicht over het meer. Wij werden er goed ontvangen en met een drankje op het terras deden we elk ons verhaal. Dat is een van de leuke dingen aan Afrika, de mensen zijn er een pak spontaner in hun bezoekjes dan in Europa, waar je weken op voorhand afspraken met vrienden moet maken. In Afrika kan je gewoon spontaan binnenspringen en word je onmiddellijk mee aan tafel uitgenodigd. Het project van de Kipopo is gesponsord door de Belgische staat en loopt over 5 jaar en zit nu ongeveer halverwege. Voor de terugweg namen we de weg via Kasapa, dat is de weg die Bjorn uit zijn jeugd kende, zonder langs de kapotte brug te moeten
.
We hadden het in een eerder artikel al over ons bezoek aan de Cité des Jeunes, een opleidingscentrum voor jongeren. Dit project bestaat al bijna net zolang als de onafhankelijkheid van Congo. Bjorn had er wel al van gehoord, maar was er nog nooit geweest. Samen met Florence van de Kipopo gingen we er bezoek. Dimitri had voorgesteld om ons er naartoe te rijden, via heel wat omwegen en sightseeing kwamen we rond de middag aan. Hoewel we op het onverwachts aankwamen heeft pater Frank een paar uur de tijd genomen om ons een uitgebreide rondleiding te geven.
Heel grappig trouwens, hij droeg een bril van bij mijn nonkel Mark, die een optiek winkel heeft in Boortmeerbeek. Daar ligt tevens het huis van de paters van Don Bosco. Soms is de wereld toch klein hè…
Zaterdag 23 oktober
Ons vertrek naderde intussen met rasse schreden en we konden Congo toch niet verlaten zonder moambe gegeten te hebben. Ilse vond het goed dat we bij hen thuis een afscheidsfeestje hielden. Van de partij waren Malaury en Shirley met echtgenoot en kinderen en Florence en Michael. Wij hadden moambe voor 12 man besteld en als dessert appelcrumble en vanille ijs! Als aperitief guacamole, Mexicaanse tomaten-dipsaus en ijskoude Simba. Het werd een gezellig namiddag.

Zondag 24 oktober
We sloten onze laatste volledige dag Congo af met een bezoekje aan de Cercle Hyppique, de paarden manege. Die is nog steeds operationeel en een van de weinige plaatsen die beter zijn geworden sinds het vertrek van Bjorn. Dat is vooral te danken aan de familie Forrest die het beheer voeren. De familie Forrest beheert mijnen in Lubum en heeft er heel wat voor het zeggen. Tijdens ons verblijf was er het jaarlijks “concour Hippique” waarbij paarden over de hele wereld ingevlogen worden om deel te nemen aan de wedstrijd. Voor Lubumbashi is het een evenement voor de “Beau Monde”, met vuurwerk en grote hoeden. Wij zijn er uit nieuwsgierigheid ook maar een pint gaan drinken en voor de gelegenheid had Bjorn nog eens een hemdje aangedaan.
We gingen eerder naar huis dan Ilse en Dimitri en genoten nog van de laatste luxe Nog een plons in het zwembad, nog een douchke in onze eigen badkamer,…Ik kreeg een huilbui bij het vooruitzicht nog drie maanden te moeten kamperen! Ik wist wel dat eens terug op weg, ik weer volop zou genieten, maar toch, die laatste loodjes…
Maandag 25 oktober
Vandaag onze laatste dag. In de voormiddag deden we nog wat inkopen en stopten we bij Sawa Sawa om een souvenirtje voor Ilse en Dimitri te kopen als dank voor de gastvrijheid. ’s Middags nog snel iets eten want we hadden om half een met Mr Fabien afgesproken in stad. Hij zou met ons meegaan om de grensovergang te regelen. Wij waren op tijd op de afspraak, maar hadden niet gerekend op “heure Congolaise”, dus Fabien was er pas een uurtje later. Nele helemaal geërgerd want we hadden ons nogal moeten haasten om op tijd te zijn. In onze haast waren we vergeten om Colette en Thérèse, de dienstmeisjes van Ilse dag te zeggen. Fabien had ook nog een vriend mee die ook naar Kasumbalese moest. Voor ons geen probleem, maar in de auto hebben wij geen zitplaatsen achter. Na wat verhuis met frigo hebben ze zich dan toch ergens tussengepropt voor de rit van ruim een uur. Aan de péage mochten we deze keer, met militaire groet, gewoon door. Blijkbaar dachten ze, dat we voor de Monuc (plaatselijke UN troepen) werkten. Deze moeten namelijk niet betalen. Verklaart misschien ook het gedrag van de gele kanaries. Aan het eind van de péage moet je dan bewijs van betaling tonen, maar dat hadden we dan zogezegd verloren… 50 dollar uitgespaard, cool.
De grensovergang deze keer ging vrij vlot en in een uurtje reden we Zambia terug binnen. Einde van ons Congo avontuur. Het was een confronterend bezoek geweest! Het Lubumbashi van nu is er op achteruitgegaan op het Lubumbashi van de jaren tachtig. De wegen zijn in erbarmelijke staat, daar waar Bjorn die nog keurig geasfalteerd gezien heeft. En dan nog is het Lubumbashi dat wij gezien hebben een heel pak beter dan het Lubumbashi van een paar jaar terug. Vele mensen hebben hun hoop op de nieuwe gouverneur gesteld. Iemand die niet enkel zijn zakken vult, maar ook investeert in de stad!
Of het nu aan de mentaliteit van de Congolezen ligt, of aan het koloniale verleden, weet ik niet. Congo is in ieder geval wel het meest corrupte land waar wij zijn doorgetrokken.

Beste Bjorn en Nele. Gelukkige Kerst-en Nieuwjaarsdagen daar in dat verre land we gaan dat ook vieren samen met heel het familie clupje op 19 december 2010 in Parkheide. Oma heeft hier het adres van Karl Symons jornalist email karl@leewendal.00.za/House:+27214245358/Cellph.+27725303190 2,LeeuwendalCrescent/8001 Oranjezicht/CapeTown/South Africa.Gekregen van Madelein en vader Huguo Symons. We hebben alles gelezen van Congo het was daar wel gezellig.Hier heeft Sinterklaas met u petekind Miro geweest hij was heel gelukkig, hij kan ook al wat woortjes zeggen.Nu zondag is het ons jaarlijks nieuwjaarsfeest van de Stolz club voor Oma en Bompa Voor de rest is hier alles goed,wel al GOED GEWINTERT.Geniet nog maar van de Zon en tot een gelukkig weerzien in 2011.Nog dikke zoenen Oma en Bompa.